Duif in de spits

Vanochtend zag ik, terwijl ik hard op de fietspedalen drukte om op tijd bij de trein te zijn, een houtduif onder wat bomen scharrelen. Het was op zich niets bijzonders maar ik zag het zoals je naar iets wonderlijks kijkt in de seconde voordat je doorhebt wat je ziet. Zoals bij een dansend licht in de duisternis, een spontaan bewegend gordijn of een plotselinge rimpeling in een vijver. De duif viel me op omdat hij zo rustig was temidden van de razende gekte. Optrekkende auto’s, slingerende fietsers, doorstappende mannen met aktetassen, vrouwen op brommers.

Ik had sinds het wakker worden al getwijfeld tussen auto en trein om naar mijn werk te gaan. “Op de route naar uw werk is het ongewoon druk”, zei m’n iPhone tijdens het haastontbijt van zaden, noten en bessen. En ik vroeg me af wat er precies bedoeld werd met ‘ongewoon’. De iPhone zegt dit namelijk iedere ochtend. Dus het ongewone is eigenlijk gewoon.

De duif speurde de grond af. Naar noten, zaden en bessen, bedacht ik. En meteen voelde ik een band. Zoals je dat hebt bij het ontbijtbuffet van een hotel waar een vreemde precies hetzelfde ontbijt kiest als jij. Eten verbindt.

Ik probeerde me te verplaatsen in de positie van de duif. Zou hij me gezien hebben zoals ik hem? Een man op een fiets, met een licht rood gekleurd hoofd van inspanning en een wit sjaaltje om zijn nek dat doet denken aan de witte vlekken in de hals van een houtduif. Als hij me zag, was het waarschijnlijk alleen om me in te schatten op dreigingsfactor, dacht ik. Dat hebben we geleerd van al die natuurdocumentaires die het leven presenteren als niets anders dan overleven. Altijd sluipt of dreigt er iets. Nooit is een dier gewoon lekker bezig. Ja, jonge dieren. Maar die zijn dan ook naïef. Iemand zou eens moeten onderzoeken of mensen die naar Sharkweek en dergelijke kijken, banger zijn dan niet-kijkers. Ik wilde me niet voorstellen dat de duif, mijn nieuwe vriend, me als vijand zag.

De duif zag een man op de fiets die nergens vandaan kwam en nergens heen ging. En zo voelde het plots ook. Niet alleen ik maar iedereen om mij heen, de hele spits die de wereld twee keer per dag verandert in een kolkende massa van haastige types. Als ons eigen natuurverschijnsel. Maar zo zien we dat natuurlijk niet.

De duif heeft vleugels, dacht ik. Hij kan vliegen waar hij wil. Hij hoeft niet te kiezen tussen fiets, trein, lopen, tram of auto. Hij slaat zijn vleugels uit en hup. Maar wat doet hij? Hij zit hier onder een boom bij een druk verkeersplein. Alsof je een dakloze ziet met in de collectepet voor hem niet een paar stuivers maar tienduizenden euro’s. Het zou je wereldbeeld compleet veranderen.

En ineens wist ik het: als ik vleugels zou hebben dan trok ik er niet op uit maar bleef ik thuis. Noem het vrijheid.

photo credit: Houtduif – Common Wood Pigeon via photopin (license)

Over Francisco

eindredacteur Joop.nl

One Reply to “Duif in de spits”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.