Het leven als wiskundige formule

Dit verhaal gaat niet over theater, al lijkt het wel zo. Maar daar kom je pas op het einde achter, zoals vaak bij theater.

In Londen ging ik naar het theaterstuk Calculating Kindness, over de bizarre lotgevallen van de wetenschapper George Price. Een waargebeurd verhaal.

calc2

Als chemicus was Price in de VS betrokken bij het Manhattan Project, de ontwikkeling van de atoombom die uiteindelijk op de Japanse steden Hiroshama en Nagasaki werd gedropt en naar schatting een kwart miljoen mensen doodde. Je zou denken dat je dan je bijdrage aan de wereldgeschiedenis wel geleverd hebt maar voor Price was dat niet voldoende. Hij wilde hoogstpersoonlijk impact hebben op de wetenschap en geschiedenis.

In 1967 liet hij zijn ex-vrouw en twee dochters in de steek, stak de oceaan over en meldde zich in Londen bij de beroemde evolutionair bioloog W.D. Hamilton die op zoek was naar een wetenschappelijke verklaring voor altruïsme. Price ging bij hem werken en bedacht een wiskundige formule die altruïstisch gedrag beschrijft. Die naar hem vernoemde Price-vergelijking was een doorbraak en wordt nog steeds toegepast.

Maar dat was niet voldoende voor Price. Hij wilde ook nog verklaren waarom hij de verklaring voor altruïsme gevonden had. Jezus. En inderdaad: vervolgens bekeerde hij zich radicaal tot het christendom. Radicaal in de zin dat hij, geheel indachtig de woorden van Jezus, een afkeer van hebzucht en bezitsdrang ontwikkelde. Hij nam daklozen in huis, deed afstand van alles en raakte aan de rand van de afgrond. Uiteindelijk beroofde hij zichzelf in 1975 van het leven, op een steenworp afstand van het theater waar de voorstelling over zijn levensloop nu werd opgevoerd.

Iemand zou eens moeten proberen het levenslot tot een wiskundige formule terug te brengen, zodat je genoeg hebt aan een zakcalculator om de fabelachtige logica van het bestaan te doorgronden.

Het Camden People’s Theatre is een heel klein theater, ik telde vijftig stoelen, en de voorstelling zelf deed een beetje aan De Parade denken vanwege het zeer creatief gebruik van decor, klein podium en de 3 acteurs die verschillende rollen vervullen. Met als verschil dat de voorstelling in tegenstelling tot een gemiddelde show op het tentenfestival ruim anderhalf duurde, naar mijn mening een uur te lang. De Time Out vatte het mooi samen:

“Tegen het einde van het stuk schreeuwt Price uit: ‘Ik heb een wiskundige vergelijking geschreven waaruit ik niet kon ontsnappen!’ (…) Maar voor het grootste deel van de tijd is het juist het publiek dat zich opgesloten voelt in dit volgepakte en veeleisende stuk.”

Tja, daar hadden ze wel een beetje gelijk in. Jezus, wat verlangde ik er naar te ontsnappen uit de zaal. Maar weggaan was geen optie want dan zou ik de voorstelling voor iedereen te verpesten. In die zin sloeg de titel Calculating Kindness onverwacht op je eigen gedrag tijdens de voorstelling. Wat gebeurt er als ik nu weg ga en kan ik dat maken, zat ik te rekenen.

Dat was trouwens wat mij betreft niet zozeer vanwege het acteerwerk of script als vanwege de temperatuur in de uitverkochte zaal. Ik voelde me als een croissant op de vroege zondagochtend, in de oven van een bakker. Het was zo snikheet dat ik om aan de benauwdheid te ontkomen de neiging kreeg me te ontkleden tot een niveau dat het personeel de politie zou bellen. Hoewel dat in Londen geloof ik minder snel wordt gedaan want aan het uitgaanspubliek te zien houden Britten nogal van schaarse kleding. Ik dacht ter afkoeling aan de letterlijk huiveringwekkende taferelen op straat tijdens de uitgaansavond waarop de kou driftig experimenteerde met het verschil tussen thermometerniveau en gevoelstemperatuur. Mannen in t-shirts en korte broek, vrouwen in outfits die doen denken aan de Costa Brava in augustus, terwijl mijn blik de straat afspeurde naar ijsmeesters omdat het voelde alsof er ieder moment een Elfstedentocht kon beginnen.

Het oproepen van verkoelende beelden hielp niet. Braaf als ik ben hield ik natuurlijk al mijn kleren aan en wachtte onhoorbaar puffend op de verlossing. En toen, bijna aan het einde van het stuk, viel me iets merkwaardigs op dat niets met de voorstelling te maken had.

Er werd listig, maar soms ook wel een beetje obligaat, gebruik gemaakt van geluid, om de beperkingen van het superkleine podium te overwinnen. Op het moment dat Price overleden is, staart zijn makker zwijgend het publiek in en klinkt in de verte het geluid van kraaien. Meteen denk je ‘ah, de begrafenis’.

Die reflex hield me daarna nog bezig. Ik heb al te vaak begrafenissen bijgewoond maar ik kan me geen enkele kraai herinneren die tijdens zo’n gebeurtenis opdook. Toen ik het geluid hoorde zag ik weliswaar meteen het beeld voor me van kraaien die zweven rond een kerktoren, zoals ik dat ken uit mijn jeugd, maar bij die kerk werden geen mensen begraven.

Kraaien worden in de beeldvorming geassocieerd met de dood maar ik kon zo gauw geen beeld oproepen dat die relatie bevestigt. Althans niet bewust. Onbewust was dat natuurlijk al wel gebeurd doordat ik meteen wist dat kraaien met dood te maken hebben. Zoals je bij zwarte katten denkt aan ongelukken, terwijl ik nog nooit een ongeluk door een zwarte kat heb meegemaakt.

We worden in het leven geleid door associaties waar we amper controle over hebben als we ons er niet heel sterk van bewust zijn. Dat is volgens mij de bron van alle religie, maar dat terzijde. Je hebt natuurlijk de neiging dat toe te schrijven aan cultuur, aan wat je is aangeleerd. Maar zou het niet instinctief zijn, vroeg ik me daar in de verzengende hitte van het theater af, net zoals altruïsme. Of zoals we ontspannen raken bij het zien van groen.

Als dat zo is dan zit ergens in onze genen de informatie opgeslagen dat kraaien en dood bij elkaar horen. Dat lijkt me nou best een voorstelling op De Parade waard. Te zien op een warme zomeravond terwijl er een zacht briesje door de volgepakte tent waait.

Over Francisco

eindredacteur Joop.nl

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.