Paniek in Purmerend

We wilden naar Yentl & De Boer, een kleinkunstduo dat ik niet kende maar waarvan de toernee overal was uitverkocht, behalve in Purmerend. Dat had een teken moeten zijn dat Purmerend anders is dan andere plaatsen maar omdat ik nergens op bedacht was, viel het me niet op. Ik dacht zelfs dat ik nog nooit eerder in Purmerend was geweest. Pas ‘s nachts toen ik weer veilig thuis was uit de gemeente die een wormgat blijkt te zijn naar een andere wereld, realiseerde ik me dat ik er lang geleden wel eens geweest was. Die ervaring had ik compleet verdrongen maar flarden kwamen weer boven.

Een debatavond in de plaatselijke bibliotheek op een zomeravond die zo warm was dat de zwaluwen rondvlogen met zuurstofmaskertjes op. Ik zie ons nog zitten, een panel van vijf deskundigen om vanachter een tafel te discussiëren over de digitale revolutie. Voor ons een lege zaal met slechts drie belangstellenden, waarvan twee bibliotheekmedewerkers. ‘We hebben nog wel persberichten verstuurd’, zei de een. ‘En affiches opgehangen’, vulde de ander aan terwijl hij wees naar een A4tje dat op de deur bevestigd was. ‘Maar we wisten niet dat er ook voetbal was.’ 1994, in de VS was het WK aan de gang.

Nietsvermoedend reden we Purmerend binnen. Aan de rand van het centrum een grote parkeergarage. Die maar meteen nemen want het was koopavond dus wie weet stond het verkeer verder helemaal vast. We liepen twee straten door naar het theater. Het was tien voor half acht, de voorstelling begon om kwart over, we konden nog wat eten. Tenminste dat dachten we.

Heeft u de kaart voor ons, vroegen we aan de ober van het theaterrestaurant. Nee, de keuken is al dicht want er is een voorstelling.

We keken om ons heen. Aan tafeltjes werkten mensen salades en frites naar binnen.

Ja, dat weten we, we komen voor de voorstelling daarom willen we nog snel even wat eten.

Sorry.

Een klein hapje? probeerden we nog.

Nee, echt niet.

Ik moest lachen, wat een idioterie. Kom we gaan ergens anders heen. Als ze geen geld willen verdienen dan niet en buiten op het plein had ik een terras gezien.

We gingen zitten. Kunnen we wat te eten bestellen?

Nee, dat gaat niet, de keuken heeft het te druk. Die hebben daar echt geen tijd voor.

Het terras was half gevuld.

We komen van ver en gaan zo naar het theater. Heeft u dan niet iets? Kaassticks? Bitterballen?

Nee.

We pakten de kaart. Hier, sneetjes brood met smeersels, mogen we dat dan?

Alleen als de bediening het kan maken. Want de keuken heeft daar echt geen tijd voor.

Even later zette een serveerster een schaaltje op tafel. Hier heeft u alvast wat nootjes. Het duurde even maar toen kwam er een mandje stokbrood. Nog warm. Met een schaaltje aioli en een met pesto. En een bakje chips.

De theaterzaal was toch uitverkocht. Ik keek om me heen. Lang geleden beschreef de dichter Levi Weemoedt in Bedroefd maar Dankbaar op de hem bekende hilarische wijze wat hij meemaakte toen hij samen met Hans Dorrestijn een theatertoer door Nederland maakte. Specifieke anekdotes schoten me niet meer te binnen maar wel de sfeer van die verhalen. Die sfeer hing hier veertig jaar later nog.

Na afloop van de voorstelling liepen we naar de parkeergarage. Het was kwart voor tien, we konden in Amsterdam nog wel ergens wat gaan eten.

Steek uw kaart in de gleuf, stond er op een paal bij de ingang. Alleen, er was geen gleuf.

De deur zat op slot. We zagen nu dat de rolluiken ook naar beneden waren. Vrijdag open tot 21:30 stond er op de ruit. Verdorie, dat wordt een boete betalen. We belden het nummer dat stond vermeld. Er werd niet opgenomen.

Tegenover de parkeergarage een pompstation. Misschien wisten zij hoe we de beheerder moesten bereiken. Helaas, ook het pompstation was dicht.

De parkeergarage bleek niet onder te doen voor een vesting uit de 80-jarige oorlog. Nergens een bel of opening. We googelden. Niets te vinden. Dus belden we de politie.

Een aardige begripvolle stem. Gelukkig. Die ging het uitzoeken.

De batterij van de telefoon was bijna leeg. Hoeveel energie verbruikt het afspelen van een wachttoon?

Ik heb het nagevraagd maar ze komen niet voor laatkomers.

Wat bedoelt u?

Ze doen niet open voor mensen die te laat hun auto ophalen.

Maar er is toch wel een beveiligingsbedrijf?

Ja, maar die komen dus niet.

Wat moeten we dan nu?

Ik zou het niet weten.

Een hotel? Met de trein naar huis en morgenochtend weer terug? Elke optie was vreselijk.

Het glas van de toegangsdeur bevatte draadstaal. Daar kom je niet zo doorheen. De deur was beschermd met een antikraakstrip. Ze hadden zeker ervaring met mensen die ze buiten trachtten te houden. Op de eerste verdieping zag ik een opening. Maar hoe daar bij te komen?

Plots stopte met brullende motor een auto voor de deur. De bestuurder hield een pasje bij de paal. De deur rolde naar boven en hij scheurde met gierende banden naar binnen. Een abonnementshouder. Snel renden we er achteraan. Achter ons zakte de deur dreigend naar beneden. Konden we er nog uit komen?

Binnen stond de betaalautomaat. We rekenden af, starten de auto en reden naar de uitgang. Zou de deur opengaan? Hadden we een sleepkabel om die open trekken als dat niet het geval was? Of zouden we gewoon op het brandalarm moeten drukken?

Voer uw kaart in.

Wachten.

U kunt nu uitrijden.

De deur ging omhoog. We gaven gas en reden weg, volgens de lokale traditie met piepende banden. Weg, weg, snel Purmerend achter ons latend voor er nog een verrassing kwam. De ramen gingen neer, de muziek aan. Vrijheid!

Purmerend. Het zou de titel kunnen zijn van een Scandinavische horrorfilm.

Over Francisco

eindredacteur Joop.nl

2 Replies to “Paniek in Purmerend”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.