Verwoesten is makkelijk

Een paar maanden geleden prees iemand op Twitter een oud boek aan dat tot de meest gekoesterde exemplaren uit zijn boekenkast hoorde. Lost Treasures of Europe, een fotoboek uit 1946 met 427 foto’s van gebouwen en kunstschatten die in de Tweede Wereldoorlog verwoest zijn. Ik aarzelde geen moment en bestelde via een antiquariaatsite een exemplaar dat een paar dagen later in de brievenbus lag. Toen was de impuls die tot de aankoop leidde alweer weggeëbd en ik legde het boek in de kast. Meer iets voor mei, de maand waarin we de verschrikkingen van de oorlog herdenken. Dus nu kwam het uit de kast.

Een gebonden werk met vergeelde pagina’s, een ex libris van de vorige eigenaar en oude foto’s, precies zoals je dat verwacht van een kunstschat.

Het boek is direct na de oorlog gemaakt, samengesteld door Henry Lafarge die meer kunstboeken op zijn naam heeft staan. In de inleiding vertelt hij hoe lastig de klus was. Hij moest vanuit de VS een overzicht zien te krijgen van de kolossale oorlogsschade in Europa en dan ook nog met foto’s. Dat bleek veelal onmogelijk. De directeur van het museum in Hamburg die hij aanschreef antwoordde hem graag te willen helpen maar daar helaas niet toe in staat te zijn. “Zelfs de kleinste dingen zijn onmogelijk. Als Duitser mag ik geen foto’s naar Amerika verzenden.” Als de directeur überhaupt nog foto’s had gehad want die waren zoals zoveel verloren gegaan bij de bombardementen. “Ik zie dat u geen idee heeft van de toestand hier.”

De toestand. We denken bij oorlog – terecht – aan menselijk leed maar er wordt ook immens veel vernietigd. Ik woon in een stad waarvan het hele centrum is weggevaagd. Ik realiseerde me de enormiteit daarvan pas toen mijn vader me eens vertelde dat hij een paar jaar na de oorlog op het Centraal Station arriveerde en vandaar de Maasbruggen en de rivier zag liggen. Daartussen stond vrijwel niets meer overeind. Het hele stadscentrum. Weg. En dat was een bijzonder centrum, weet ik dankzij het boek van Edmondo de Amicis uit 1874. (Dat kun je hier lezen).

In het boek staan wat foto’s van Rotterdam. De Laurenskerk natuurlijk, de Notre Dame van deze stad, om het zo maar te zeggen. Het enige gebouw in de stad dat stamt uit de Middeleeuwen. De bouw begon 570 jaar geleden, in 1449. Compleet verwoest.

Op 14 mei 1940 bombardeerde de Duitse Luftwaffe het centrum met brandbommen. Het was een zinloze geweldsdaad omdat Nederland een half uur daarvoor gevolg had gegeven aan het Duitse ultimatum en bereid was te capituleren. Of het bombardement per ongeluk toch doorging of dat het expres werd uitgevoerd om andere steden te intimideren tot overgave, is onderwerp van discussie. Er is nooit een proces over gevoerd omdat de geallieerden bevreesd waren dat het aanmerken als oorlogsmisdaad er toe kon leiden dat ook geallieerde wraakbombardementen op Duitse steden als Dresden zo gezien konden worden.

In 15 minuten werd de stad die dat jaar haar 600-jarig bestaan vierde vernietigd. In het boek staat het bekende beeld van de verwoeste Laurenskerk temidden van een kale vlakte waar eerst huizen, winkels en kantoren stonden. Een foto in het boek laat het Steiger zien, niet ver van de Laurenskerk. Toevallig maakte ik daar dit weekend ook een foto, bij het Hang. Behalve het water, de rivier de Rotte waar de stad haar naam aan dankt, is er niets meer hetzelfde.

Het was overigens niet het enige bombardement. Er volgden er nog vele, vaak van geallieerden die Duitse doelen moesten vernietigen, vaak ook per ongeluk. Gemiddeld vond er gedurendende vijf jaar die de oorlog duurde iedere vijf dagen een bombardement op de stad plaats. Er zijn daarbij meer slachtoffers gevallen dan bij het Duitse bombardement.

De Laurenskerk is herbouwd. Dat geldt voor veel Nederlandse gebouwen die in het boek staan, iets wat ik me nooit zo gerealiseerd heb. Bij het woord wederopbouw dacht ik als Rotterdammer nooit aan monumenten maar aan nieuwe gebouwen als de Bijenkorf. In Middelburg bijvoorbeeld, een stad waar het centrum ook is weggevaagd, is veel gerestaureerd of herbouwd.

Er schijnt een studie te bestaan naar de verschillen tussen steden die na de oorlog in oude glorie hersteld zijn, zoals Middelburg, en steden die helemaal opnieuw gebouwd zijn, zoals Rotterdam. In de herbouwde steden was de leefbaarheid sneller hersteld. Nieuwe steden hadden daarentegen nog decennia nodig om een nieuw leven te ontwikkelen. Rotterdam is daar een goed voorbeeld van. Pas de laatste jaren heeft de stad echt weer een hart. 15 minuten vernietiging, 70 jaar herstel. Zo zie je maar dat slopen makkelijker is dan opbouwen. Dat geldt niet alleen voor gebouwen en steden maar ook voor instituten, denk aan de Europese Unie.

Henry Lafarge kon het boek samenstellen met behulp van Europese vluchtelingen die naar de VS waren getrokken. Zij hadden foto’s en verhalen.

Oorlogsleed is geen wedstrijdje in erg maar ik werd bij het naspeuren van enkele Nederlandse foto’s wel zeer getroffen door het verhaal van het stadhuis in Heusden, een vestingstadje in Noord-Brabant. Daar stond het mooiste stadhuis van het land, gebouwd in 1461. In november 1944 vonden er rond de bezette stad zware gevechten plaats. De bewoners zochten zoals gebruikelijk dekking in de kelder van het stadhuis. Daarop besloten de Duitsers de toren op te blazen. Het gevolg was dat het hele gebouw instortte. 134 inwoners kwamen daarbij om, tien procent van de totale bevolking. Vier uur later namen Schotse en Poolse bevrijders de stad in. Het stadhuis is nooit herbouwd en daarmee een Lost treasure of Europe.

Europa, het continent dat veel moois voortbracht maar ook als geen ander in staat is zichzelf te vernietigen.

Over Francisco

eindredacteur Joop.nl

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.