Badplaatsen

Een van de meest fascinerende vragen die ik ooit van mijn leven kreeg voorgelegd luidde niet ‘waartoe zijn wij hier op aard’, ‘ben je werkelijk gelukkig’, ‘is de mens van nature goed of slecht’, ‘bestaat ware liefde’ of ‘zacht of hard gekookt’ maar ‘ken jij ook maar één Nederlandse badplaats die je mooi zou noemen?’

De vraag werd me gesteld op een buurtbarbecue door een buurman die ik verder niet ken toen ik, om het kabbelende gesprek een beetje gaande te houden, had opgemerkt dat Hoek van Holland helaas zo spuuglelijk is. In plaats van ruiterlijk in te stemmen met mijn observatie zodat we, als onderdeel van een male bonding ritueel, gezamenlijk even zouden dooremmeren over de afschuwelijkheid van Hoek van Holland, kwam hij dus met zijn vraag.

Seconden, minuten, het leek urenlang, bleef ik stil. Nee, eigenlijk jarenlang want het voorval vond zeker vier jaar geleden plaats en ik heb nog steeds het antwoord niet gevonden. Een Nederlandse badplaats die mooi is.

De namen raasden natuurlijk voorbij maar het werd me alleen maar duidelijker hoe troosteloos het allemaal is. Scheveningen, de badplaats die na de oorlog alsnog totaal verwoest is, Noordwijk waar een hotel is neergezet dat oogt als een verticale Atlantikwall, Zandvoort waar ze het concept bermtoerisme op de kust hebben losgelaten, Renesse, tja Renesse. En zo ging het voort. Van Cadzand tot Den Helder, een soort mentale strandzesdaagse, ploeterend langs de kust. Alleen maar lelijkheid en mislukking, afgewisseld met vlekken saaiheid.

Nee, dan Knokke.

Ik dacht na een tijd dat het aan Nederland lag. Dat het land nog steeds zucht onder de calvinistische cultuur en zich eigenlijk geen raad weet met vermaak en ontspanning. Hoe anders zou het zijn geweest als Limburg aan de kust had gelegen. Dan had Nederland zijn eigen Sainte-Maxime gekend met een stijlvolle boulevard om te flaneren, fijne restaurants en een aanlokkelijke zee die verleidt tot romances en andere avonturen.

Ik moest aan de kwellende vraag terugdenken omdat ik Cornwall bezocht, een stuk Engeland dat alleen maar uit kust bestaat. Iedere badplaats of poging daartoe oogt er als een soort kruising tussen een kermis en een meubelboulevard. Dat de mensen die er met lege blikken ronddolen de indruk wekken dat ze ieder moment kunnen veranderen in zombie’s of buitenaardse hagedissen helpt ook niet. Alsof ik op het vrijgezellenfeestje van de Dood was beland. Dat laatste gevoel bekroop me omdat de dood er nogal pontificaal aanwezig is, overal monumenten met lange namenlijsten van wie er zijn omgekomen in oorlogen of scheepsrampen. Gezellig.

Al slenterend drong zich dit besef op: het woord badplaats roept prettige associaties op met ontspanning, grandeur, eindeloze zomers maar in werkelijkheid is daar slechts zelden sprake van. De legendarische badplaatsen die ervoor zorgen dat die verwachtingen zich aandienen zijn eigenlijk de grote uitzonderingen. Het woord badplaats is daarmee een soort psychisch fata morgana.

Terwijl ik dwaalde door zo’n teleurstelling, temidden van de teleurgestelden, peinsde ik over de vraag of dat alleen voor badplaatsen geldt. Is alle verwachting in het leven niet gebaseerd op concepten die aan uitzonderingen zijn opgehangen, zoals de grote liefde, het ultieme geluk, het perfect zachtgekookte ei.

Zo bleek die ene opmerking van een buurman jaren geleden, zonder dat ik het had kunnen voorzien, alsnog te leiden tot een existentiële levensvraag die me in urenlange vertwijfeling bracht over de zin van alles wat ik ooit deed omdat beleving kennelijk opgehangen wordt aan wat zeldzaam is. Het zijn de noten in de ruis die de muziek vormen.

Was Hoek van Holland maar Limburgs geweest.

Over Francisco

eindredacteur Joop.nl

2 Replies to “Badplaatsen”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.