Spring naar inhoud

2

De truc met goede voornemens schijnt te zijn dat je ze beperkt, er niet meer dan twee of drie maakt, waar je je dan ook echt aan houdt. Natuurlijk werkt dat niet bij mij, dus ik besloot het anders te doen. Ik maakte 14 goede voornemens. Dat is al bespottelijk en omdat goede voornemens ook laten zien waar je vindt dat je in tekortschiet, ben ik misschien nog wel meer beschroomd ze te vertellen dan te onthullen hoe ik faalde. Dat laatste kan ik immers nog wel wegrationaliseren, zoals ik nu zal demonstreren.

De eerste op de rij was ‘20 klassieke werken leren’. Daar bedoelde ik mee klassieke muziekstukken zo goed beluisteren dat ik ze kan herkennen en benoemen als ik ze ergens hoor. Geen idee waarom ik dat wilde, misschien omdat de eindeloze steeds anoniemer wordende spotify-brij me begon tegen te staan. Alsof je je hele leven in de lift staat en pleasende muziek onafgebroken in je oren sijpelt. Een verlangen naar muziek die je voelt met je hersens.
Ik maakte een playlist, voegde 9 preludes van Szymanowski toe en daar bleef het bij. De ambitie verdampte nog voordat er maar een druppel was gevallen. Waarschijnlijk omdat ik “er de tijd niet voor had”, die zwaarwichtige, volwassen variant op het kinderachtige “geen zin in”.

De tweede was 50 boeken lezen. Voor 2018 waren dat er 52 geweest en was ik blijven steken op 30. Dit jaar blijf ik steken op 22 maar eigenlijk is het nog erger want ik las veel dunne en ultradunne uitgaven, zoals We Should All Be Feminists van Chimamanda Ngozi Adichie, 64 pagina’s met een bladspiegel die het betoog langer doet lijken dan het is. Wat niet erg is, want voor feminisme heb je maar een paar letters nodig: v/m.

Voor die magere score qua lezen geef ik straks een verklaring, hier faalde ik omdat ik elders ook faalde. De kunst van het mislukken, zou dat geen aardige titel zijn voor mijn autobiografie van pakweg 50 pagina’s? Of die is vast al door iemand anders bedacht, maar dan als grap.

Op 3 staat 50 films zien, daar ben ik ruimschoots in geslaagd, vooral dankzij de Cineville-pas. Ik moet minstens twee films per maand zien anders heb ik die 20 euro abonnementsgeld weggegooid. Dus ga ik vaak al in het eerste weekend naar twee films, soms op dezelfde dag. Dat tikt lekker aan. Inmiddels is naar de bioscoop gaan een nieuwe gewoonte geworden. Ik zag 63 films en besprak ze bijna allemaal op Letterboxd.

Op 4 de kwart marathon rennen. Dat heb ik gedaan maar te langzaam. Zoals ieder jaar. Ik deed er dit jaar ook nog de Dam tot Damloop bij, dat werd helemaal een deceptie, uitgewandeld terwijl de sirenes klonken, de ambulances opraakten, net nadat ik finishte werd de loop stilgelegd. Het was te warm.

Maximaal zes uur schermtijd per dag op m’n iPhone, was de vijfde. Hahahahaha! Natuurlijk lukt dat niet. Hoewel ik zie dat ik de laatste weken op een gemiddelde van 6 uur en 35 minuten zat. Er is misschien toch hoop.

De cursus Frans van Duolingo completeren, stond op 6. Dat had ik al eens gedaan. Wilde het opnieuw doen maar hoewel ik dankzij Duolingo inmiddels redelijk het Franse nieuws kan volgen, vond ik de cursus te beperkt en ben ik overgestapt op LingQ die iets van een tientje per maand kost. Dat zorgt meteen voor het magische sportschooleffect: ik heb een abonnement maar maak er dus amper gebruik van. Ook al is dat bij Cineville gek genoeg juist niet zo. Bedenk nu dat een bioscoop in de sportschool of andersom misschien wel zou werken.

7 lag in het verlengde daarvan: ik wilde Le Petit Prince in het Frans lezen. Die klassieker maakt deel uit van LingQ en ik ben aardig op weg. De vos heeft net uitgelegd dat liefde een kwestie is van getemd willen worden, een van de mooiste lessen die ik ooit leerde.

8 Spaans leren. Nada. Volgend jaar in de herkansing.

9 10.000 stappen per dag. Dat is 8 km. Mijn gemiddelde is nu 6,5 km per dag. Maar ik ben de laatste maanden veel meer gaan lopen nadat ik besloot mijn auto zo min mogelijk te gebruiken.

10 was 5 kilo afvallen tot 87 kilo. Dat is wonderwel gelukt. Ik weeg nu 83, ofwel ben 9 kilo lichter. Methode: minder eten (je verzint het niet). Maar echt. 1 boterham voor ontbijt in plaats van 2. Zo ook bij de lunch. Minder opscheppen bij het avondeten. En nooit snoepen. Nooit.

11 Een essay schrijven van 100 pagina’s. Daar ben ik mee begonnen en inmiddels ver voorbij de 100 pagina’s geraakt. Het is geen essay meer maar een verzameling essays met als werktitel ‘Over de wereld en alles’. Door omstandigheden - werk - moest ik in november het schrijven pauzeren. Hoop het in 2020 direct weer op te pakken. En dat het me uiteindelijk zal lukken er iets van te maken. Al twijfel ik daar over. Anderen schrijven omdat ze veel weten, ik om te ontdekken hoe weinig ik weet.

12 Een novelle schrijven. Tja, eerst maar eens dat andere werk (11) af. Deze kan er nog wel een paar jaar op blijven staan. Ik schreef lang geleden ooit twee boeken tegelijk, een roman en een essaybundel, dat was zo verwoestend dat het bijna twintig jaar duurde eer ik opnieuw durfde beginnen. Ook nu sloopt het schrijven me weer. Ik ga daar verder niet over klagen want ik doe het mezelf aan maar soms denk dat ik beter alcoholist of zoiets had kunnen worden om mn behoeften te bevredigen.

13 Mezelf op kunnen trekken. Psychisch lukt dat net maar fysiek nog steeds niet. Komend jaar in de herkansing en hard nodig. Anders moet ik toch echt weer naar de sportschool.

14 Dagboek bijhouden. Mee begonnen, niet volgehouden. Het is heel stom: Ik kan niet schrijven zonder publiek. Dus dank dat je dit leest.

Kortom, drie van de 14 echt gehaald maar toch meer bereikt dan als ik het lijstje tot 3 doelen had beperkt.

Voor volgend jaar maak ik 52 goede voornemens.

Richard Dadd - The Fairy Feller's Master-Stroke

Kikkers hoor je eerder dan je ze ziet. Misschien dat ze zo hard kwaken omdat ze juist zo'n goede camouflage hebben, een geintje van de evolutie. Je wordt onzichtbaar gemaakt waardoor niet alleen de roofdieren maar ook je potentiële partners je niet meer kunnen vinden. Dus krijg je een luid stemgeluid waarmee je de hele buurt bij elkaar kunt roepen. Een audio-versie van Tinder.

Sta bij een vijver met kikkers en er gebeurt iets wonderbaarlijks. Eerst zie je helemaal niks. Geen kikker te zien. Dan zie je er een. Daar. Gevonden. Dan nog een. En nog een. Na een minuut of wat zie je dat het water vol zit met kikkers. Ze zaten er al die tijd zonder dat je ze zag. Dat is een raar fenomeen. Onwillekeurig gaan we er vanuit dat als je kijkt, je ook ziet. Maar dat is maar ten dele waar. Hoe langer je ergens naar kijkt hoe meer je opmerkt. Met als tweede verrassing dat je je niet meer kunt voorstellen dat je het eerst niet zag. Je kunt wat je ziet niet meer ontzien.

Ik moest er aan denken toen ik door het duister over de snelweg raasde en luisterde naar een podcast van Tate, het Britse museum, over traag kijken. Dichter Bumi Thomas vertelt er over met een asmr-achtige stem. Heel langzaam ook. Er komen mensen aan het woord die zelf traag kijken. Een vrouw die al 15 jaar lang naar Tate gaat om een en hetzelfde schilderij te bekijken. Het is dan ook een zeer complex schilderij. Ze vertelt dat ze pas recent ontdekte dat op het schilderij een krekel te zien is die trompet speelt. Je kunt wel bedenken wat ik bij thuiskomst deed. Ik googelde het schilderij The Fairy Feller's Master-Stroke door Richard Dadd uit 1855 en ging op zoek naar de krekel.

Zo werkt het dus niet.

Als je het schilderij bekijkt, kun je je nog voorstellen dat daar steeds nieuwe dingen in te ontdekken vallen. Het schilderij heeft ook nog een verborgen lading. Het is geschilderd door een moordenaar tijdens zijn detentie. Je kijkt misschien naar de demonen in zijn hoofd.

Maar hoe zit het met traag kijken naar andere kunstwerken? Aan het woord komt een gids die mensen door Tate leidt en hen leert traag te kijken. Dat is geen overbodige luxe. De gemiddelde museumbezoeker besteedt gemiddeld 27 seconden aan het bekijken naar een kunstwerk. Ik hoorde het en dacht voor het eerst 'verdomd, ik ben gemiddeld'. Ik loop langs kunstwerken en werp snelle blikken. Dat doe ik ook om mezelf te beschermen. Kunst diep op je in laten werken is vermoeiend. Na tien werken ben ik uitgeput. Alsof ik drie romans achter elkaar heb uitgelezen. Maar 27 seconden. Dat is geen goede selectiemethode realiseer ik me nu.

De gids beschrijft de manier om echt langzaam te kijken. Je gaat voor een werk staan en sluit twee minuten lang je ogen. Daarmee zuiver je je gedachten van alles wat je bij aankomst in je op hebt genomen. Dan open ze je en ga je lang kijken. Je begint bijvoorbeeld bij het bestuderen van de vorm, dan de verhoudingen.

Ik probeerde me voor te stellen dat ik dat zou doen. In een museum. Hoe is het als je met je ogen dicht gaat staan voor een schilderij? Dat kan alleen in een stil museum. Anders roep je misschien wel irritatie of zelf agressie op. Opzij, opzij, opzij. De andere bezoekers willen hun 27 seconden wel nuttig besteden.

In het Stedelijk Museum Schiedam is nu een Rothko kapel ingericht waar een schilderij hangt van de Amerikaanse schilder, Grey, Orange on Maroon, No. 8 uit 1960. Als je naar binnengaat kun je je mobiele telefoon inleveren want niets mag je afleiden.

Het lijkt me een ideale plek om traag te kijken. Ook omdat er op schilderijen van Rothko op het eerste gezicht niet veel te zien is. Een beetje als staren in een vijver en dan geleidelijk de wonderen ontdekken. Maar traag is relatief. Voor wie 27 seconden kijkt is het al een stuk langer maar 5 minuten is nog te kort.

Op de museumsite staat:

"Kijken mag zo lang je wilt, tenzij er veel bezoekers wachten. Dan geldt een maximum van 5 minuten per persoon. Mensen die het schilderij gegarandeerd een uur voor zichzelf willen hebben, kunnen vóór openingstijd een uur alleen boeken. Klik daarvoor hier."

Durf ik dat? Een uur alleen zijn met een schilderij?

De podcast The Art of Slow Looking vind je hier.

PS: Ik kreeg via Twitter de tip dat Queen een nummer heeft gewijd aan het schilderij van Dadd.

https://twitter.com/arneut/status/1133425550771576832

Op5078981384_0f764f2c59_b verzoek van de website '800 woorden' schreef ik 800 woorden over manipulatie in de media. De site nodigt steeds vier andere auteurs uit rond een thema. De andere drie zijn dit keer Jonathan van het Reve, Feline Lindhout en David van der Landen. Dit is mijn bijdrage:

Is dit het meest manipulatieve teken?

Een vriendin klaagde deze week dat haar iPhone zo traag aan het worden was. Er zal wel een nieuw model aankomen, dacht ik meteen. En verdomd, nog geen dag later las ik dat Apple naar verwachting in september een nieuwe iPhone aankondigt. Zo werkt dat.

Lees verder op 800 woorden

 

cc-foto: D Sharon Pruitt

 

 

82

CC foto: icanteachyouhowtodoit
CC foto: icanteachyouhowtodoit

De Troonrede die de koningin, gehuld in een crisisbestendige oud-roze robe, zojuist voorlas bevat deze opvallende passage:

"Gebrek aan integratie van sommige groepen in de samenleving, onfatsoenlijk en respectloos handelen van velen in de openbare ruimte en crimineel gedrag van groepen jongeren blijken hardnekkig en veroorzaken veel maatschappelijk ongenoegen.
De regering treedt daarom niet alleen consequent op tegen plegers van delicten maar pakt ook oorzaken van problematisch gedrag aan. De samenwerking van justitie, politie, gemeenten, reclassering en jeugdzorg is daarvoor essentieel."

Het gebrek aan integratie wordt in één adem genoemd met crimineel en onfatsoenlijk gedrag. Is dat terecht? Vrouwen die de hele dag binnen blijven omdat iemand ze heeft wijsgemaakt dat de omgang met mannen slecht is moeten weliswaar integreren, net als de achtergebleven mannen die slecht Nederlands spreken, maar met criminaliteit of onfatsoenlijk gedrag heeft dat weinig te maken.
Eerder is het tegendeel waar.
Vorige week nog bleek uit een onderzoek dat het juist de geïntegreerde jongens zijn die in de cel belanden. Die willen een levensstijl die ze met eerlijk werken amper kunnen bereiken en gaan op dievenpad.

De twee zaken - integratie en criminaliteit - met elkaar combineren is Wilderstaal.

Maar ik stoorde me vooral aan de opmerking "onfatsoenlijk en respectloos handelen van velen in de openbare ruimte". Dat is SIRE-denken. Dag in, dag uit horen we spotjes dat 'we' asocialer worden. Onbewust asociaal noemen ze het zelfs, als een maatschappelijke aandoening die nog niet ontdekt is.  Want 'we' gooien bijvoorbeeld afval op straat.
Dat is asociaal gedrag maar gebeurt het ook meer dan vroeger? Nee, we zijn het wel erger gaan vinden. Dat laatste is een goede ontwikkeling maar het is volstrekt verkeerd om daar het beeld van te maken dat het vroeger anders was.
Dertig jaar geleden gooiden chauffeurs standaard al het afval uit hun raampjes. Dat werd toen niet als asociaal gezien. Nu wel.

Gooien velen hun rotzooi uit het raam? Misdragen velen zich in de openbare ruimte? Nee, het zijn de uitzonderingen, ze vallen daardoor steeds meer op en we tolereren dat gedrag - terecht - steeds minder. Dat is een gunstige ontwikkeling. Maar de aan normen & waarden verslaafde premier brengt het alsof we afglijden richting het einde der tijden. Net als in zijn favoriete boek. Vooruitgang wordt gebracht als verval. Dat is maatschappelijk ongenoegen kweken. Moet zo'n man de crisis overwinnen?

In de jaren tachtig kreeg premier Lubbers de volle laag omdat hij de koningin liet zeggen dat "het milieu, met name het water, schoner werd". Hoe durfde hij dat te beweren, riepen de doemdenkers die streden tegen milieuvervuiling. Respectloos vonden ze het.

Maar Balkenende is geen Lubbers. Hij lijkt ingesmeerd met groene zeep en krijgt veel minder kritiek. Dus met het overdrijven van ons gebrek aan omgangsvormen zal hij ook wel wegkomen.

Respectloos.

UPDATE: Er is iets mis met het commentsysteem waardoor slechts een klein deel te lezen is.
UPDATE_UPDATE: Eerdere comments staan hier, hier en straks hier 🙂