Spring naar inhoud

Ik ging naar de bioscoop om Nous Finirons Ensemble (we zullen samen eindigen) te zien, het vervolg op Les Petits Mouchoirs (de leugentjes om bestwil) uit 2011. Dat feest ging niet door. Eerst bleek de bioscoopreclame in een loop te zitten. Steeds werden dezelfde spotjes opnieuw afgespeeld. Er wordt wel gezegd dat herhaling de kracht van reclame is maar toen ik voor de dertigste keer de commercial voor parachutespringen voorbij zag komen, betrapte ik mezelf op de meest afschuwelijke verwensingen. En met mij de rest van het bioscooppubliek. 

Na een half uur meldde de operateur dat ze de film wel hadden maar niet over de digitale sleutel beschikten voor deze voorpremière. “We kunnen hem dus niet vertonen. U kunt uw geld terugkrijgen of als Cineville-pas houder een vrijkaartje dat u kunt weggeven.” Helaas, ik ken in Rotterdam geen mensen zonder Cineville-pas. Dus linea recta teleurgesteld naar huis.

Wat me echter het meest trof was iets totaal anders. Ik doe weliswaar aan het begin van dit stukje alsof iedereen weet wat Les Petits Mouchoirs is, ook bekend als Little White Lies, maar mij zei de naam deze week aanvankelijk niks. Het duurde even voor het kwartje viel. Dat ging heel gek. 

Ik las in de aankondiging van de vervolgfilm dat het eerste deel een enorme hit was geweest en dacht o, dan moet ik die kennen. Maar Les Petits Mouchoirs? Geen idee. In de volgende zin stond dat het ging om een vriendengroep die samenkomt in het prachtige vakantiehuis van een van hen.
Wacht.
Ja! Die film! 

Het eerste wat naar boven kwam was dat ik het een geweldige film had gevonden. De enorme waardering, die was het krachtigst in mijn geheugen aanwezig. Logisch want daar heb je het meeste aan in de eerste selectie: is het wat? Nog wist ik niet waar die film over ging. Wel dat hij grote indruk had gemaakt, dat ik helemaal van slag was na het bekijken. Maar waarom?

Toen kwam letterlijk beetje bij beetje de film naar boven. Het huis. De enorm heftige openingsscene waar je meteen van ondersteboven raakt. De verwikkelingen, het drama. Ik ga hier geen details geven want misschien wil je Les Petits Mouchoirs nog zien, wat ik je zeer kan aanraden. Hij is via tal van kanalen online te huur.

Ook de ene zin waar het allemaal om draait en die er mede voor zorgt dat de film zo’n impact heeft, kwam naar boven.

Steeds meer puzzelstukjes borrelden op, terwijl ik de film jaren geleden, misschien wel zeven, heb gezien. Het fascinerende is dat het ook echt puzzelstukjes lijken die in elkaar grijpen. Als er twee passen dan volgt een derde. Ik vroeg me af of de hele film in mijn geheugen zit. Of ik de hele film met dichte ogen terug zou kunnen kijken, als ik maar diep genoeg graaf. Helaas, dat is meer iets voor in een science-fiction film.

Toen ik pas journalist werd oefende ik mijn geheugen vaak. Had ik een avond al bomend doorgebracht met iemand dan probeerde ik de volgende dag uit het hoofd het hele gesprek zoveel mogelijk reconstrueren. Of een interview uit het hoofd uitschrijven en dan pas de tape gaan afluisteren om te zien of het klopt. Hoe vaker je het doet, hoe beter je er in wordt.

De ervaring met het terughalen van de film deed me denken aan mijn ouders die tegen het einde van hun leven niet altijd meer wisten wat ze een dag eerder gedaan hadden maar zeer levendige herinneringen hadden aan hun jeugd. Je hele leven is opgeslagen in je hoofd. Het zit er allemaal. Wat je nodig hebt, is een sleutel. En die moet je aangereikt worden. 

En terwijl ik dit online zet herinner ik me dat ik 19 jaar geleden al eens over het terughalen van herinneringen heb geschreven. Het staat op een oud en krakkemikkig gedeelte van mijn site. Over mijn leven als prille tiener in een gat. Ik voeg het hieronder toe:

MISSING LINK
21 februari 2000

1973. Ik koop mijn eerste elpee in een platenzaak in een dorp verderop. Want waar ik woon, Nieuw-Beijerland, is geen platenzaak te vinden. Net zo min als iets anders trouwens.
Sladest van Slade, een band die - vooral in Engeland - extreem populair is. Twee van hun hits komen in dat jaar binnen op de eerste plaats in de Britse hitparades, een stunt die na de Beatles niemand meer vertoond had. Ik draai de plaat letterlijk grijs op een Aristona pick-up, een platenspeler in een soort koffertje waarvan het deksel tevens de luidspreker was. 

2000. Ik start mijn auto in een Amsterdamse parkeergarage om naar huis te keren en duw in de cd-speler mijn nieuwste aanwinst: Sladest. De volumeknop gaat zo hard dat de luidsprekerkasten mee trillen en mijn oren protesteren. Slade was vooral een band van harde muziek. Heel harde muziek. Titels als Play It Loud en Till Deaf Do Us Part waren geen grapje. Zanger Noddy Holder, thans verdienstelijk acteur, beschikte over een stem als een misthoorn. Als je de muziek zacht speelt is er niets aan. Uit de luidsprekers schalt Cum On Feel The Noize dat ik zeker twintig jaar maar misschien wel langer niet meer gehoord heb. En zonder dat ik er iets voor doe maak ik een tijdreis van een kwart eeuw. 

1973. Opgroeien in een dorp als Nieuw-Beijerland is nog erger dan wat op het filmfestival vertoond werd in de erg prettige hitfilm Fucking Amal, over het leven van tieners in een of ander Zweeds gat. Een discotheek of societeit is er niet. Zaterdagavonden slijt je door op je slaapkamer plaatjes te draaien met in de fittingen gekleurde lampen en de stroom onderbroken met een TL-starter zodat het licht blijft knipperen en met een beetje fantasie op een lichtorgel lijkt. En bij gebrek aan drank of drugs rook je heggenbladeren om er achter te komen dat je daar alleen maar vreselijke hoofdpijn van krijgt. 

2000. Ik had eigenlijk geen idee meer wat er nu precies op Sladest stond, afgezien van enkele hits als Gudbuy T' Jane. Niettemin blijk ik elk nummer voluit mee te kunnen zingen en ook precies te weten welk nummer er gaat komen. Ergens in mijn hoofd zit, al die tijd diep verborgen, een compleet archief. Ik ruik de geuren van het dorp weer, ik herinner me de dromerijen over het hebben van een brommer zodat ik eindelijk weg zou kunnen vluchten. In mijn ooghoeken flitst het licht van de gekleurde gloeilampen. Het is er allemaal maar je komt er niet bij als je de goede URL niet weet. In dit geval luidt die Sladest. 

1973. Met jeugdvriend en mijn hond in een boom.


Koloniaal leest de krant
Screenshot Buffalo Boys

Je ziet niet vaak een buitenlandse film waarin Nederlanders de slechteriken zijn maar Buffalo Boys laat er geen misverstand over bestaan. De debuutfilm van Mike Wiluan is een Indonesische western die speelt in de 19e eeuw. Ja, dat lees je goed: Indonesische western. Het is weer eens wat anders, geen spaghettiwestern maar een bami-western.

Twee in het Wilde Westen opgegroeide Indonesische mannen keren terug naar hun geboorteland en zien hoe gruwelijk de Nederlandse kolonialen daar huishouden. De bruutste misdadiger is ene Van Trach, gespeeld door Reinout Bussemaker. Als kijker realiseer je je ineens hoe het moet zijn om als naoorlogse Duitser naar films over de Tweede Wereldoorlog te kijken. Je begrijpt, de mannen kunnen de misdaden tegen hun volk niet over hun kant laten gaan. Ook al leert een wijze vrouw hen dat vergeving beter is dan wraak.

Buffalo Boys wordt wel vergeleken Django Unchained. Dat is naar mijn mening een te groot compliment, al heb ik de film van Tarantino nooit gezien. Niettemin is Buffalo Boys knap gemaakt, met vechtscenes waarin Amerikaans vuurwapengeweld wordt gemengd met Oosterse vechtsport. Het bloed vloeit rijkelijk. De gruwelijkheden laten weinig aan de fantasie over. Even lijkt het zelfs of de film een feministisch trekje krijgt maar die belofte wordt helaas niet waargemaakt.

Verder veel curiosa, zoals dat de kolonialen Engels spreken - White Only, zegt het bord naast de deur van de Indische saloon - maar wel een Nederlandse krant lezen. Die dan weer opvallende taalfouten bevat. ‘Opstandelingen zouden veroordeeld dood’ zie je in een flits staan. Met dank aan Google Translate vermoedelijk.

Google leert ook dat er in de 18e eeuw ergens een baron Van Trach leefde maar dat is vast toeval want de regisseur stelt nadrukkelijk dat het verhaal bij elkaar is verzonnen. Al is het helaas geen verzinsel dat Nederlandse kolonialen als beesten tekeer zijn gegaan. Dat het er in werkelijkheid wat minder Game of Thrones-achtig aan toe ging, doet daar niets aan af.

Buffalo Boys is geen meesterwerk maar biedt prima vermaak en is zeker het kijken waard. De film, een Indonesische-Singaporese productie, was de officiële inzending van Singapore voor de Oscars van 2019. Ik huurde de film via de Amerikaanse iTunes-store (ooit geregeld via deze methode) en heb geen idee wanneer die in Nederland beschikbaar is. Ik hoop eigenlijk dat hij hier in de bioscoop gaat draaien. Zou waarschijnlijk ook goed zijn voor de discussie over het koloniale verleden.

Net als de rest van de wereld probeer ik de tijd die ik op sociale media doorbreng terug te dringen. En net als bij de rest van de wereld -behalve dan de 640.000 Nederlanders die afscheid namen van Facebook - lukt dat natuurlijk niet. Ik ben immers verslaafd, ze noemen me niet voor niets een gebruiker, een junk die op ieder moment dat de verveling dreigt toe te slaan, grijpt naar een quick fix. Wat gebeurt er nu weer op Twitter? 

Ik zou me natuurlijk direct bij de Jellinek-kliniek kunnen melden maar omdat we leven in het tijdperk waarin alles je eigen schuld is, probeerde ik het eerst met zelfhulp. Ik volgde daarbij een beproefde strategie uit de tijd dat de stad nog overspoeld werd door heroïneverslaafden.  Die kregen methadon om af te kicken, er reed daartoe een methadonbus door de stad. Dat spul verzachtte het afkicken en was minder verslavend.

Dus ging ik op zoek naar digitale methadon. Verslavende apps die minder je leven beheersen. Eerst probeerde ik Tumblr, een sociaal netwerk waar niemand op zit die ik ken dus dat was lekker rustig. Geen like-stress ook want niemand zal me liken. Het wordt begrijp ik voornamelijk bevolkt door tieners die kampen met wat de Engelstaligen ‘angst’ noemen, een soort levensfobie. Daarom heb je dus ook geen last van ze.

Het voelde na een tijdje koppig bivakkeren op Tumblr toch alsof ik in m'n eentje aan boord van een cruiseschip over de oceaan dobberde. En dan bedoel ik zonder iemand anders aan boord. Na een paar weken dolen door de verlaten casino’s ga je verlangen naar een ijsberg om tegen op te botsen.

Iets anders dus. Ken je Ello nog? Dat werd ooit gepresenteerd als de opvolger van Facebook toen Zuckerberg de zoveelste draconische gebruikersvijandige maatregel doorvoerde. Iedereen meldde zich aan en haakte vervolgens af. Rondhangen op Ello is als dolen door een verlaten vallei. De naam zegt het eigenlijk al: Ello? Ello? Anybody here? Stilte...

Wordfeud en Social Chess helpen maar een beetje. Ik bedoel, het leven is tenslotte geen spelletje.

Toen dacht ik aan het prille begin van Twitter. Twitter vroeg: wat ben je aan het doen? Koffie drinken, was vaak het antwoord. Maar het goede van die vraag is dat het uitnodigde tot actie. Ook omdat iedereen het had over wat ze aan het doen waren. Door Twitter werd hardlopen leuker, ging ik vaker naar concerten. Die tijd is wel voorbij. Als ik nu op Twitter zou melden dat ik hard heb gelopen luidt de reactie niet meer ‘wat goed!’ maar ‘opschepper!’ Twitter doet te vaak denken aan een krabbenmand waar iedereen tracht elkaar naar beneden te halen.

Maar dat sociale netwerken je aan kunnen zetten iets te gaan doen, heb ik er wel van geleerd. Het stimuleert en inspireert om wat je doet met anderen te delen. Anders zou ik dit ook niet opschrijven. Dus probeer ik nu af te kicken van de schermtijd door me op sociale netwerken te storten waarin je een enkel doel met anderen deelt.

Goodreads is een sociaal netwerk voor boekenliefhebbers met als extra mooie optie dat je jezelf een doel kunt stellen voor het aantal boeken dat je wilt lezen. Ik heb voor dit jaar ingezet op 50 titels en het bijhouden daarvan helpt me om meer te lezen. Het is ook leuk om te zien wat anderen lezen. Zo weet ik nu dat de advocate en schrijfster Britta Böhler dit jaar al 20 boeken gelezen heeft. Ja, twintig. Haar doel is 177 titels in 2019. Daar herinner ik mezelf even aan als ik denk dat ik geen tijd heb om te lezen.

Je kunt boeken op Goodreads sterren geven maar daar ben ik mee gestopt omdat het te veel een worsteling was. Een lekkere thriller is 5 sterren waard maar een levensveranderend literair werk ook. Ik kon dat niet rijmen en in plaats daarvan schrijf ik nu een- of tweeregelige ‘recensies’. Gek genoeg gebruik ik de sterren van anderen wel om te selecteren wat ik wil lezen. In een boek met 1 ster begin je niet snel.

Films geef ik wel sterren op Letterboxd, een netwerk voor filmliefhebbers waar ik bij hou wat ik heb gezien. M’n streven om dit jaar ook in films 50 titels te halen gaat me zo te zien wel lukken. Ik zit nu al aan de tien, met dank aan het IFFR en m’n Cinevillepas. Straks word ik nog een Britta Böhler van de cinema.

Een ander doel is dit jaar 20 klassieke muziekstukken leren kennen. Daar bedoel ik mee dat ik ze zo goed heb beluisterd dat ik ze herken als ze bijvoorbeeld in een film opduiken. Probleem is natuurlijk welke. Ik begon via Spotify enthousiast met de Preludes van Karol Szymanowski en daarna Im wunderschönen Monat Mai van Reinbert de Leeuw maar toen liep ik vast. Vandaag installeerde ik Wolfgang, volgens mij het kleinste sociale netwerk wat er bestaat want ik zie maar een paar namen en dat is geloof ik het enige sociale er aan. Het schotelt klassieke werken voor en vertelt je wat je hoort.

Ik leer al een tijd Frans via Duolingo. Ook daarbij kun je kijken wat je vrienden doen maar er wordt teveel afgehaakt om dat interessant te laten zijn. Daarom heb ik een nieuw doel: de 100 dagen streak halen, dat wil zeggen 100 dagen lang trouw je huiswerk doen zonder een dag te missen. Tot nu toe is iets van 50 dagen het langste dat ik gehaald heb.

Tot slot m’n hardloop-app. Die is ook sociaal maar daar durf ik al maanden niet op te kijken want ik heb in geen tijden gerend. Terwijl ik dat wel moet doen. Ik heb me namelijk in een vlaag van verstandsverbijstering opgegeven voor de 1/4 marathon, begin april. Straks als ik dit stukje af heb zal ik het weer gaan proberen. Wacht, laat ik nu maar meteen m’n schoenen aantrekken en de langste afstand overbruggen die er is voor onwillige hardlopers: die tussen de bank en de voordeur.

Of nee, toch maar eerst nog wat lezen.

Foto: De maaltijd der vrienden, Charley Toorop (1932). Collectie Boijmans van Beuningen.

Persoonlijke keuze van films, muziek, boeken, kunst en theater uit 2018.

Ik ben niet zo van de beste dit of de beste dat, behalve dan de beste wensen, maar dit zijn de films, boeken, theater, kunst en muziek waar ik zo van genoot en door geraakt werd in 2018 dat ik ze niet snel zal vergeten. Van iedere categorie een.

Speelfilm: Den Skyldige

Een van de indrukwekkendste films die ik de afgelopen 10 jaar zag. Aangrijpend. Het overkomt me niet vaak dat ik in de bioscoop een traan moet laten maar Gustav Möller weet het met deze verpletterende debuutfilm voor elkaar te krijgen. Een agent in een Deense alarmcentrale krijgt een telefoontje over een ontvoering en wat er dan gebeurt... Een thriller, drama en zonder dat het benoemd wordt ook een scherpe politieke kritiek.

Documentaire: Fahrenheit 11/9

Michael Moore op z'n best schetst op de hem eigen wijze een even komisch als verontrustend beeld van de politieke situatie in de Verenigde Staten. Democratie of dictatuur, dat is de keuze waar het land voor staat.

Roman: Geschiedenis van geweld

Ik moest er twee keer in beginnen, in deze roman van Edouard Louis. De eerste keer kreeg het verhaal over een man die een onbekende van straat in huis haalt geen vat op me. De tweede keer liet het me niet meer los. Het is een verhaal dat onder je huid kruipt, je bent met hen in de kamer, bekropen door eenzaamheid en angst, de leidende gevoelens van deze tijd.

Non-fictie: Uit de puinhopen

Niet eerder las ik zo'n heldere beschrijving van de wereld waarin we ons bevinden en hoe we daar verandering in kunnen brengen. Het is een messcherpe analyse van maatschappelijke misstanden en de dominantie van het neoliberale denken, een systeem dat volgens bioloog en journalist George Monbiot veel beter is toegesneden op chimpansees dan mensen. Het alternatief dat hij schetst, doet veel meer denken aan bonobo's, je weet wel de apen die alles oplossen met liefde en seks.

Muziek: La même

Een duet van m'n twee favoriete Franse zangers, Maître Gims en Vianney, de een met een stem diep als een scheepshoorn, de ander die fragiel klinkt alsof hij door een plastic koffiebekertje zingt. Over het niet in hokjes gestopt willen worden. 'Het is mij hetzelfde'. Voor op repeat.

Theater: Para

Het stuk dateert uit 2017 maar ik zag het dit jaar voor het eerst. Bruno Vanden Broecke die eerder al zalen platspeelde met de solovoorstelling Missie over een pater in Congo, is in Para een Belgische militair die terugkeert van een vredesmissie in Somalië. Hij kegelt ons zelfbeeld in een langzaam ontrollende strike helemaal omver. Meeleven met de militair en compleet geschokt raken door wat er wordt aangericht. Ik verliet de zaal in totale verwarring.

Kunst: The London Mastaba

Een puntloze piramide opgebouwd uit ruim 7500 olievaten die deze zomer dreef in de vijver van Hyde Park. Dit gigantische kunstwerk van Christo en Jeanne-Claude omvat de geschiedenis en - hopelijk - toekomst van de klimaatcrisis. Het doet onwillekeurig denken aan het Egyptische rijk, groots maar toch ten ondergegaan, uit de woestijn waar de olie vandaan gehaald wordt die een ongekende rijkdom heeft gebracht maar ook de totale verwoesting. Drijvend, niet in staat zelf koers te houden. Nadat de mastaba werd afgebroken, werd alles recycled en kreeg het park een ecologische opknapbeurt. Laat ook dat een voorbeeld zijn.

Iedereen een mooie Kerst en een goed 2019 gewenst, dank voor je aandacht en interesse.

Maandagavond belandde ik in de bios bij Gräns omdat een goede vriendin die film graag wilde zien. Ga je mee? Ik had geen idee. Gräns bleek Zweeds voor grens. Je spreekt het ook op dezelfde manier uit dus waarom die Zweden zo raar doen met een ä is mij een raadsel.

De titel bleek nog het minst vreemde aan de film. Toen de voorstelling begon schoot me ineens te binnen dat een vriend een paar weken eerder gezegd had dat hij Gräns gezien had. ‘Heel apart’. Om zijn lippen speelde een mysterieus lachje. Alsof hij me wilde verleiden de film te gaan zien zonder die direct aan te bevelen. Een beetje zoals je iemand een spookhuis inlokt.

De kwalificatie ‘heel apart’ bleek in aanmerking te komen voor de ‘Understatement of the Year Award’. Regelmatig wist ik in de bios niet meer waar ik het zoeken moest, uit ongemak over de beelden. ‘Als je nog één keer zucht, ga je maar weg’ siste de vriendin halverwege. Het hoogte- of dieptepunt, de meest onaangename seksscene die ik in tijden zag, moest toen nog komen. De vriendin bleek die echter geweldig te vinden. Ik schotelde haar na afloop een recensie voor van de Amerikaanse filmsite Roger Ebert. Daar vonden ze de scene ook afstotelijk. ‘Stelletje puriteinen, het was juist heel puur’, reageerde ze en maakte een wegwerpgebaar.

Ik kan niet veel over het verhaal zeggen zonder de verrassing weg te geven maar Gräns gaat over trollen die temidden van ons leven. Voor het gemak ga ik er maar vanuit dat jij lezer, tot de homo sapiens behoort. Ook al weet ik zeker dat dat niet altijd het geval is. Deze tekst wordt bijvoorbeeld ook gelezen door de robots van Google.

Na afloop vroeg ik aan de vriendin of ze dacht dat het mogelijk was dat er echt trollen onder ons leven. Ze keek me aan met een blik van ‘o, ben je in zo’n bui’ en schudde resoluut nee, niet eens bereid het gedachtenexperiment aan te gaan.

Plaats je hand eens boven je wenkbrauwen, zei ik. Ik moest aandringen maar ze deed het. Voel je dat je schedel schuin of recht naar boven loopt? Recht zei ze. Jammer. Als het antwoord schuin had geluid was ze een afstammeling van neanderthalers. Dat had ik toevallig dit weekend gelezen. Neanderthaler, dat klinkt al een beetje als trol.

In zijn monsterbestseller Sapiens vertelt Yuval Noah Harari dat er ooit naast de homo sapiens tientallen andere mensensoorten zijn geweest. Die hebben allemaal het loodje gelegd, weggeconcurreerd door ons, al dan niet met gebruik van geweld.

Hij vertelt ook hoe het komt dat juist wij overleefden en de neanderthalers niet. De homo sapiens heeft niet alleen een goed ontwikkeld taalvermogen, wat ingewikkelde communicatie mogelijk maakt, maar is ook in staat in mythes te geloven. Religie is natuurlijk het bekendste voorbeeld maar geld is ook een mythe, we verzinnen en geloven dat het waarde heeft en daarom heeft het waarde. Een bankbiljet is op zichzelf een waardeloos stukje papier. Dat merk je als je een bankbiljet krijgt uit een ver land waar je niks mee kunt.

Door die mythes kunnen we onszelf organiseren, bijvoorbeeld denken dat we in een land leven. Of daar, zoals onze premier, zelfs een vaasje van maken.

Trollen zijn ook een mythe. Misschien hebben ze ooit wel bestaan maar we kunnen in ieder geval doen alsof dat nog steeds het geval is.

We zijn verslaafd aan mythes. Nu duidelijk wordt dat we de Aarde in hoog tempo aan het verwoesten zijn, verzinnen we gewoon dat we op Mars kunnen gaan wonen. Liever dat dan nu maatregelen nemen.

De mensensoort Sapiens heeft alle andere mensensoorten uitgeroeid en staat op het punt dat ook met zichzelf te doen, omdat we graag in sprookjes geloven en wezenlijke problemen weg kunnen fantaseren. Wie de fijnste sprookjes vertelt, wordt Politicus van het Jaar. Dat is niet de boodschap van Gräns maar dat de film me op die gedachte bracht, maakt hem waardevoller dan ik bij het verlaten van de bioscoop dacht.

De echte trollen dat zijn wij.

1

In Bohemian Rhapsody, die ik zaterdag zag, zit een scene waarin Freddie Mercury liggend op bed zijn handen uitstrekt naar de pianotoetsen en de eerste noten speelt van het nummer waarmee de band wereldfaam verwierf. De scene maakt duidelijk dat de song niet louter het product is van een groep die de studio als laboratorium gebruikte maar echt een persoonlijk werk van Mercury. Al zal het voorval bedacht zijn voor het script waarin het legendarische nummer een soort leidraad vormt voor het leven van de artiest. Aan het slot klinkt het tijdens het Live Aid concert in Wembley als een aankondiging van de naderbij sluipende dood.

Too late, my time has come
Sends shivers down my spine, body's aching all the time
Goodbye, everybody, I've got to go
Gotta leave you all behind and face the truth

De blik vervuld van het naderende einde. Rami Malek overtuigt als Freddie Mercury. Gesnik in de bioscoop. Eenmaal weer thuis het echte optreden nog eens teruggekeken. Dat zag er toch anders uit, al is iedere beweging hetzelfde. In de film is het een zwanenzang, in de concertregistratie een nieuw hoogtepunt van een artiest die genoeg energie heeft om een heel stadion te verlichten.

Er is discussie over of de hiv-diagnose in het echt toen al gesteld was of dat Freddie Mercury die pas in de jaren na het concert te horen kreeg. De vraag is wat droeviger stemt, de filmartiest die bewust afscheid neemt van zijn publiek of de echte Mercury die schittert op het podium, nog onwetend van het lot dat hem te wachten staat.

Ik wist niet dat Mercury een migrantenkind was, lid van een vervolgde bevolkingsgroep die duizend jaar geleden van Perzië door oprukkende islamisten naar India werd verdreven. Zijn ouders waren vanuit India naar Engeland geëmigreerd. Vandaar ook al die onbekende woorden in het lied. Bismillah. De Arabische spreuk die gebruikt wordt voor het verrichten van een goede daad.

Nummers als Bohemian Rhapsody behoren onbewust tot wat de soundtrack van je leven wordt genoemd. Het heeft iets onsterfelijks. De eeuwen daarvoor bestond die voor gewone stervelingen uit het Kyrie en Gloria. Je hoort die niet meer terug in de Top 2000.

Middenin de nacht werd ik wakker, de slaap was uit bed verdwenen. Op Twitter was het stil. Ik pakte het boek Asymmetrie van Lisa Halliday waar ik al dagen niet meer in gelezen had, ging verder in het verhaal Waanzin waar ik gebleven was en daar stond het meteen op de eerste bladzijde: Sami, een jongen in Bagdad, hoort de eerste tonen van Bohemian Rhapsody en gaat prompt piano leren spelen op het instrument dat al tijden op zijn kamer staat. De kamer is zo klein dat hij liggend op zijn matras de toetsen kan bespelen. Zelfde scene, zelfde soundtrack, ander leven.

Ik legde het boek neer en staarde naar het plafond. Zou Sami een nieuwe Freddy Mercury worden of loopt zijn levensweg ergens anders heen? Ineens zie ik allemaal levens voor me met Bohemian Rhapsody in de soundtrack. Een kleine jongen in Bagdad, vrachtwagenchauffeurs, soldaten, Top 2000 families. Niemand die begrijpt waar de tekst over gaat maar het lied geeft ze allemaal het gevoel mens te zijn. Kyrie eleison.