Spring naar inhoud

Op Down The Rabbit Hole bezocht ik de Speakers Corner, een soort open ronde tent waar mensen op de grond in een kring gaan zitten alsof er een kampvuur knappert. Dat vuur was er niet. Het was wel heet, 32 graden minstens, want midden op de dag met een zon die oefende in laseroorlogvoering. Twee vrouwen, Eva Crutzen en Yvonne van den Eerenbeemt, presenteerden er verhalenvertellers. Mensen uit het publiek worden uitgenodigd naar voren te komen en een eigen verhaal te vertellen, mooi, spannend of gewoon bijzonder.

Een meisje vertelt hoe ze in haar eentje op het festival is beland, voor het eerst in haar leven en nu een maatje heeft gevonden, een man die geen nee kan zeggen verhaalt over hoe hij een vage dakloze bekende in huis haalde die xtc-handelaar of serie-moordenaar leek, een andere man praat over hoe hij zijn grote liefde ontmoette omdat hij pech kreeg met een auto. Verhalen die meanderen, met bizarre wendingen, komische voorvallen en vaak eindigen met een bevrijdende lach. Er wordt geboeid geluisterd, geglimlacht, sommige ogen glinsteren. Dit is het leven zoals het moet zijn.

Na ieder verhaal doet Eva een oproep, heb je een verhaal, kom naar voren. Vingers gaan aarzelend in de lucht. Ik zou sowieso m’n vinger niet durven opsteken maar begin me wel af te vragen welk verhaal ik zou vertellen.

Ik zoek mijn geheugen af. Het is alsof mijn hersenpan een verwaarloosde zolder is geworden waar ik rondstruin, speurend naar geschikte herinneringen. Een leuk verhaal, dat moet ik toch wel ergens hebben liggen. Maar ik vind niet meer dan stof, spinnenrag en dozen met oude administratie. Langzaam zwelt er een gevoel van paniek aan.

Ik probeer grappige voorvallen voor de geest te halen maar zie mezelf alleen maar in de file staan. En als ik dat niet doe dan is het ellende. Nee, niet die keer dat ik beroofd werd, te heftig. Niet de tak die mn schedel binnendrong en mn hersens op een haar na miste. Niet dat ik met een dolverliefd hoofd de stad volplakte met amoureuze affiches, gearresteerd werd en zij een ander tegenkwam. Allemaal ellende of teveel kijk mij nou. Of allebei. Wat zouden ze wel niet moeten denken. Niet leuk bovendien. Nergens een lach te bekennen. Kon ik die verhalen niet opleuken? Nee, niets.

De tent voelde als een loeiende magnetron met mijn geheugen als diepvriesmaaltijd die verminkt wordt. Zwartgeblakerd maar van binnen toch nog een ijsklomp.

Ik bleef luisteren maar werd steeds meer bekropen door een gevoel dat ik niets meemaak, dat terwijl het leven van anderen bruist dat van mij slechts verdampt. Ik zag mezelf liggen op mijn sterfbed, terugblikkend op een groot zwart gat. Misschien zou ik kunnen vertellen dat ik iemand ben die niet weet hoe te leven. Dat ik feestjes na uren verlaat zonder met iemand gesproken te hebben. Dat ik namen en gezichten vergeet alsof het barcodes zijn. Dat ik niks wil doen wat iedereen doet en daarom niks doe.

Maar wie interesseert dat wat? Je gaat toch ook niet luisteren naar iemand die vertelt dat hij aan de voet van de Mount Everest is blijven steken omdat hij toch geen zin bleek te hebben. Ik denk aan de boeken over het leven dat ik leid. Walging van Sartre. Een Zwakke van Coenen. Wie leest die nog? Misschien is er een tijd geweest dat geen leven hebben juist het leven was. De heremiet in de grot. Maar dat was dan voor mijn tijd. Zie je wel.

Er klinkt applaus. M’n maag draait zich om. Straks weer iemand met een geweldig verhaal. En ik? Ik kan alleen maar vertellen dat ik het gehoord heb. Mijn ervaringen zijn die uit het leven van anderen. Het is een soort couchsurfen met andermans herinneringen. Ik moet zelf gaan leven. Iets doen, meemaken. Iets.

De bezoekers staan op en gaan uiteen in groepjes. Ik kom moeilijk overeind, mijn benen slapen. Ik leid geen leven, ik onderga het. Ik grijp naar m’n phone, die digitale drug tegen sociaal ongemak. Ik scroll door de timeline en like er op los. Langzaam keert de kalmte terug. Dit is mijn leven, dat van anderen liken.

Goed proberen te leven is nog niet zo eenvoudig. Dat merk je als je op social media iets deelt. Ik schreef een stukje over dat ik 12 kilo was afgevallen, waar ik zelf wel tevreden over was, maar ik had buiten de geluksverbranders gerekend. Een vond dat je sowieso niet slank mag zijn als je ouder wordt want dat staat lelijk. Dat was een double whammy: het is niet alleen slecht dat ik ben afgevallen, ik word er ook nog eens lelijker van. Een ander meldde dat hij ook wel eens 15 kilo was afgevallen maar nu 17 kilo zwaarder was. Dus prijs je maar niet gelukkig. Kortom, prettig vooruitzicht.

Dat is het knappe van negatieve comments, ze weten perfect al je onzekerheden op te sporen en aan te wakkeren. Oud, lelijk en straks dikker dan ooit. Ik ben er nog steeds niet achter of dat een bewuste strategie is - met als nog nerveuzer makende conclusie ‘o jee, ik ben transparant, iedereen ziet alles’ - of toeval. Waarschijnlijk dat laatste.

Het extra nare is ook nog eens dat negatieve comments altijd meer impact hebben. Twaalf mensen kunnen vol bewondering constateren dat je iets geweldigs hebt gedaan, de dertiende die roept dat het puur geluk was en niets voorstelt, maakt de meeste indruk. Dat zie je ook wel terug bij mensen die klagen over negatieve comments, soms zijn het er in de praktijk heel weinig en moet je er echt naar zoeken in zee van loftuitingen. Dat wil niet zeggen dat de kutopmerkingen er niet te doen. Juist wel. Dat wijnvlekje op je witte overhemd is meestal ook heel klein maar voldoende om het hele kledingstuk te verpesten.

Ik vraag me wel eens af of de mensen die dergelijke reacties plaatsen, enig idee hebben van wat ze eigenlijk doen. Het is aantrekkelijk om te denken dat het compleet verzuurde types zijn die, gefrustreerd over hun mislukte leven, driftig aan het tikken slaan om als wraak op de wereld en hun eigen bestaan het humeur van anderen te verzieken. Maar dat is denk ik te veel eer. Het is vermoedelijk gewoon lompheid. En dan niet eens bewust.

Sterker nog, waarschijnlijk denken ze zelf je een dienst te bewijzen met hun ‘kritiek’. Het erge is dat dat nog klopt ook. Negatieve comments die echt raken, slaan meestal weliswaar de plank mis op het onderwerp zelf, maar maken je wel bewust van onzekerheden die je anders negeert. In die zin kun je ze ook ten goede aanwent. Als je die onzekerheden kent, kun je er vaak ook wat aan doen. Dan wordt je leven beter en heb je er een volgende keer geen last van.

Zo win je toch nog van de zeurkousen. Al denken die daar zelf vast anders over.

2


Ik liep met vriend G. door de stad. G. is iemand die alles weet en iedereen kent. Dit zeg ik zonder overdrijven. Toen we later op een terrasje plaatsnamen en ik me weer probeerde te bezatten met 0,0 bier - dat gaat me ooit lukken, ik kan immers ook high worden van poffertjes - werd ons gesprek voortdurend onderbroken door passanten die hem kwamen begroeten. Een boks, een handdruk, een klap op de schouder of, in het geval van vrouwen een, twee, drie wangkussen. 

Drie. Laatst liep ik ook over straat - ja, ik haal echt alles uit het leven - en passeerde ik vier mensen die kennelijk van elders waren en elkaar kussend begroetten of afscheid namen. “Drie keer, we zijn nu Nederlanders”, zei de een met een mooi buitenlands accent tegen de anderen. Ze lachten al hun tanden bloot. Drie zoenen, er zijn slechtere vormen van nationalisme denkbaar.

Maar goed, daar zat ik dus met G. en de serveerster die hem ook al met drie zoenen had begroet, kwam het flesje 0.0 brengen. Ik vind het een mooie benaming, al spreek je het uit als nul punt nul op z’n Engels in plaats van nul komma nul, maar gek genoeg wel weer in het Nederlands. Ik zou niet eens weten hoe je het op z’n Engels uitspreekt. Zero point zero? Nil dot nil? Het is ook zo mooi overbodig, die als punt vermomde komma met die nul er achter. Ik bedoel hoezo die tweede nul, het is immers gewoon nul? Maar dat durft de brouwer niet te zeggen want dan zie je het probleem: Heineken Zero. Je denkt gelijk dat het cola is. Of misschien heeft Coca Cola zonder dat we het weten wel patent genomen op de zero. Ik dwaal weer af.

Ik liep dus met G. door de stad, nog voordat we op een terrasje plaatsnamen waar de halve stad hem kwam begroeten. We passeerden een café dat zo verscholen lag dat het me nooit eerder was opgevallen. En ik was kennelijk niet de enige want de tent was compleet verlaten. “Kijk nou”, zei ik spottend in een poging de cameraderiesfeer te scheppen waar mannen aan hechten als ze samen optrekken, “ben je daar wel eens binnen geweest?” Terwijl ik bij mezelf dacht never nooit niet.

Ik had het natuurlijk kunnen weten. “Jazeker. Heel bijzonder. Dit is echt een prachttent. De eigenaar verkoopt koffie langs de marktkramen, dat is eigenlijk zijn business.” Voor de gevel stonden inderdaad van die grote glimmende koffieketels op straat, klaar om schoongemaakt te worden. Er kwam iemand naar buiten lopen die G. begroette alsof het een familielid was dat hij na 40 jaar weer zag. Een kort praatje en weer verder. Dat is het knappe aan G., hij kan gesprekken voeren die niet langer dan anderhalve minuut duren en toch voelen alsof het een echt gesprek is. Ik daarentegen weet of durf in dat soort gevallen niets te zeggen. Alles wat ik bedenk is stom en ik heb mezelf verboden om over het weer te beginnen omdat ik dat zelfs vaak nog verpest.
“Koud hè?”
“Nou nee, er is voor vanmiddag 23 graden voorspeld.”
En als ik wel wat durf te zeggen dan ben ik niet meer te stoppen en ratel ik overmoedig door tot mensen zich na een kwartier ongemakkelijk uit de voeten maken. 

Dus het was een bijzondere zaak, die tent waarvan ik dacht dat het de meest mislukte horecagelegenheid van Rotterdam is. “Weet je,” zei G. “dat dit de zaak is met de hoogste omzet Jägermeister van heel Nederland? Echt waar.” Natuurlijk wist ik dat niet, hoe zou ik dat moeten weten? Ik zag dat op alle tafeltjes op het terras het Jägermeister-logo prijkte, het hert met een Hubertus-kruis tussen zijn gewei. Ik moest denken aan het Hubertus-slot op de Hoge Veluwe waar ik ooit een rondleiding kreeg die ik iedereen kan aanraden. De gids vertelde smakelijke details over de ruzies tussen Hélène Kröller-Müller en de architecten, gevechten op leven en dood over de kleinste details. Normaal gesproken zou ik daar nu tegen G. over zijn gaan uitwijden, zoals mannen altijd maar een enkel haakje nodig hebben om hun encyclopedische kennis over je uit te storten, maar ik was nog te zeer verward door zijn opmerking en kon niet meer bedenken waar die ruzies ook alweer over gingen. “Jägermeister? Maar er is toch niemand die dat drinkt?” Hij keek me aan en knipoogde. “Iedere horecazaak heeft het in huis.”

Verdomd. Dat is waar. Het staat altijd overal. Maar ik heb nog nooit iemand een Jägermeister horen bestellen. Sterker nog, ik heb zelfs nog nooit iemand het zien drinken. Op soms een alcoholist op straat na. Onmiddellijk werd ik overvallen door een tsunami aan onzekerheid. Misschien was ik wel de enige die onbekend is met de geneugten van Jägermeister. Misschien was het sinds kort wel de hipste drank aller tijden. Misschien zei daarom nooit iemand iets tegen me op feestjes en avonden uit: omdat ik een Jägermeister nono ben.

Ik weet niet eens of ik eigenlijk wel Jägermeister kan drinken, als bewust vegetariër. Zal je net zien, koop je een fles, blijken het de grote sponsors van de jachtindustrie. Hoe kom ik daarachter? Wacht, moet ik dat wel weten? Wanneer wil ik dan Jägermeister gaan drinken? Lijkt me iets dat kan wachten tot het bejaardenhuis.

Een wijs man zei ooit dat hoe meer je weet hoe meer je je bewust wordt van het feit dat je weinig weet. Dat werd weer even bewezen. Nee, natuurlijk weet ik niet meer wie dat gezegd heeft. Ik zou het kunnen Googlen. Ja, en dan? Ga ik het dan onthouden? Kleine kans. Waarom zou ik het onthouden? Google weet het toch? Net als dat ik geen telefoonnummers meer weet. Verdomd. Had ik niet altijd beweerd dat de kennissamenleving zou bestaan uit mensen die niks weten? Nooit gedacht dat ik daar zelf bij zou gaan horen. Ik vroeg me ineens af hoe het straks moet als niemand überhaupt nog iets weet. Gaan we dan massaal op verjaardagen wanhopig zitten Googlen om gespreksonderwerpen te vinden? Ik wilde er iets over tegen G. zeggen maar die liep net weer een bekende tegen het lijf.

Dat van die Jägermeister moest ik in ieder geval onthouden. Voor als er een stilte valt op de volgende verjaardag. “Ik weet een café in Rotterdam...” Verdorie, hoe heette het ook alweer?

Net als de rest van de wereld probeer ik de tijd die ik op sociale media doorbreng terug te dringen. En net als bij de rest van de wereld -behalve dan de 640.000 Nederlanders die afscheid namen van Facebook - lukt dat natuurlijk niet. Ik ben immers verslaafd, ze noemen me niet voor niets een gebruiker, een junk die op ieder moment dat de verveling dreigt toe te slaan, grijpt naar een quick fix. Wat gebeurt er nu weer op Twitter? 

Ik zou me natuurlijk direct bij de Jellinek-kliniek kunnen melden maar omdat we leven in het tijdperk waarin alles je eigen schuld is, probeerde ik het eerst met zelfhulp. Ik volgde daarbij een beproefde strategie uit de tijd dat de stad nog overspoeld werd door heroïneverslaafden.  Die kregen methadon om af te kicken, er reed daartoe een methadonbus door de stad. Dat spul verzachtte het afkicken en was minder verslavend.

Dus ging ik op zoek naar digitale methadon. Verslavende apps die minder je leven beheersen. Eerst probeerde ik Tumblr, een sociaal netwerk waar niemand op zit die ik ken dus dat was lekker rustig. Geen like-stress ook want niemand zal me liken. Het wordt begrijp ik voornamelijk bevolkt door tieners die kampen met wat de Engelstaligen ‘angst’ noemen, een soort levensfobie. Daarom heb je dus ook geen last van ze.

Het voelde na een tijdje koppig bivakkeren op Tumblr toch alsof ik in m'n eentje aan boord van een cruiseschip over de oceaan dobberde. En dan bedoel ik zonder iemand anders aan boord. Na een paar weken dolen door de verlaten casino’s ga je verlangen naar een ijsberg om tegen op te botsen.

Iets anders dus. Ken je Ello nog? Dat werd ooit gepresenteerd als de opvolger van Facebook toen Zuckerberg de zoveelste draconische gebruikersvijandige maatregel doorvoerde. Iedereen meldde zich aan en haakte vervolgens af. Rondhangen op Ello is als dolen door een verlaten vallei. De naam zegt het eigenlijk al: Ello? Ello? Anybody here? Stilte...

Wordfeud en Social Chess helpen maar een beetje. Ik bedoel, het leven is tenslotte geen spelletje.

Toen dacht ik aan het prille begin van Twitter. Twitter vroeg: wat ben je aan het doen? Koffie drinken, was vaak het antwoord. Maar het goede van die vraag is dat het uitnodigde tot actie. Ook omdat iedereen het had over wat ze aan het doen waren. Door Twitter werd hardlopen leuker, ging ik vaker naar concerten. Die tijd is wel voorbij. Als ik nu op Twitter zou melden dat ik hard heb gelopen luidt de reactie niet meer ‘wat goed!’ maar ‘opschepper!’ Twitter doet te vaak denken aan een krabbenmand waar iedereen tracht elkaar naar beneden te halen.

Maar dat sociale netwerken je aan kunnen zetten iets te gaan doen, heb ik er wel van geleerd. Het stimuleert en inspireert om wat je doet met anderen te delen. Anders zou ik dit ook niet opschrijven. Dus probeer ik nu af te kicken van de schermtijd door me op sociale netwerken te storten waarin je een enkel doel met anderen deelt.

Goodreads is een sociaal netwerk voor boekenliefhebbers met als extra mooie optie dat je jezelf een doel kunt stellen voor het aantal boeken dat je wilt lezen. Ik heb voor dit jaar ingezet op 50 titels en het bijhouden daarvan helpt me om meer te lezen. Het is ook leuk om te zien wat anderen lezen. Zo weet ik nu dat de advocate en schrijfster Britta Böhler dit jaar al 20 boeken gelezen heeft. Ja, twintig. Haar doel is 177 titels in 2019. Daar herinner ik mezelf even aan als ik denk dat ik geen tijd heb om te lezen.

Je kunt boeken op Goodreads sterren geven maar daar ben ik mee gestopt omdat het te veel een worsteling was. Een lekkere thriller is 5 sterren waard maar een levensveranderend literair werk ook. Ik kon dat niet rijmen en in plaats daarvan schrijf ik nu een- of tweeregelige ‘recensies’. Gek genoeg gebruik ik de sterren van anderen wel om te selecteren wat ik wil lezen. In een boek met 1 ster begin je niet snel.

Films geef ik wel sterren op Letterboxd, een netwerk voor filmliefhebbers waar ik bij hou wat ik heb gezien. M’n streven om dit jaar ook in films 50 titels te halen gaat me zo te zien wel lukken. Ik zit nu al aan de tien, met dank aan het IFFR en m’n Cinevillepas. Straks word ik nog een Britta Böhler van de cinema.

Een ander doel is dit jaar 20 klassieke muziekstukken leren kennen. Daar bedoel ik mee dat ik ze zo goed heb beluisterd dat ik ze herken als ze bijvoorbeeld in een film opduiken. Probleem is natuurlijk welke. Ik begon via Spotify enthousiast met de Preludes van Karol Szymanowski en daarna Im wunderschönen Monat Mai van Reinbert de Leeuw maar toen liep ik vast. Vandaag installeerde ik Wolfgang, volgens mij het kleinste sociale netwerk wat er bestaat want ik zie maar een paar namen en dat is geloof ik het enige sociale er aan. Het schotelt klassieke werken voor en vertelt je wat je hoort.

Ik leer al een tijd Frans via Duolingo. Ook daarbij kun je kijken wat je vrienden doen maar er wordt teveel afgehaakt om dat interessant te laten zijn. Daarom heb ik een nieuw doel: de 100 dagen streak halen, dat wil zeggen 100 dagen lang trouw je huiswerk doen zonder een dag te missen. Tot nu toe is iets van 50 dagen het langste dat ik gehaald heb.

Tot slot m’n hardloop-app. Die is ook sociaal maar daar durf ik al maanden niet op te kijken want ik heb in geen tijden gerend. Terwijl ik dat wel moet doen. Ik heb me namelijk in een vlaag van verstandsverbijstering opgegeven voor de 1/4 marathon, begin april. Straks als ik dit stukje af heb zal ik het weer gaan proberen. Wacht, laat ik nu maar meteen m’n schoenen aantrekken en de langste afstand overbruggen die er is voor onwillige hardlopers: die tussen de bank en de voordeur.

Of nee, toch maar eerst nog wat lezen.

Foto: De maaltijd der vrienden, Charley Toorop (1932). Collectie Boijmans van Beuningen.

Ik zocht het lijstje goede voornemens op dat ik begin 2018 opstelde. Eigenlijk wist ik dat ik dat niet moest doen. Maar ach, 2018 was toch al een algeheel kutjaar dus dat kon er ook nog wel bij. Natuurlijk had ik ook geen idee meer van wat ik me precies allemaal had voorgenomen maar het lijstje bleek gelukkig kort en opvallend doelgericht. Geen vage voornemens als ‘gezonder leven’ of ‘meer genieten’. 

Dit waren ze:

1. Een boek per week lezen. Dat heb ik een tijd redelijk volgehouden maar de tijdvretende verleiding van social media bleek te sterk. Of ik te zwak. Dus ik ben niet verder gekomen dan dertig boeken. Als je wilt weten welke het waren, vind je hier het overzicht.

2. De kwart marathon van Rotterdam binnen een uur rennen. Haha! Om te huilen. Ik ‘vergat’ te trainen, verscheen onvoorbereid aan de start. Dat bleef niet onbestraft: 1:16. “Het was de hel maar het was het waard,” noteerde ik op Instagram. Dat laatste was social media bluf, denk ik nu.

3. Niets kopen. Ik wilde meer burger worden en minder consument. Dat is wel enigszins gelukt. Natuurlijk niet helemaal ‘niets’ gekocht maar wel drastisch verminderd. Voor mij geen retail-therapy meer. Als ik kleding wil kopen vraag ik me eerst af welk kledingstuk uit m’n garderobe ik dan in ruil niet meer zal dragen. Resultaat: ik kom niet meer in kledingwinkels, ook niet online. Wat ook helpt: alle nieuwsbrieven opzeggen die je aanzetten tot kopen.

4. Geen wegwerpbekertjes meer gebruiken. Dat geldt vooral voor m’n werk. Ik was eerlijk gezegd vergeten dat ik het me had voorgenomen. Dus helaas.

5. De 40 kilometer van de Nacht van de Vluchteling binnen 9 uur lopen. De tocht ging om 00:00 bij de Erasmusbrug van start en ik finishte om 09:24 in Den Haag. Ik kan als excuus gebruiken dat ik onderweg m’n blaren moest laten behandelen door het Rode Kruis. Dat vergde enig oponthoud. En ja, ook die tocht was de hel. Heb me voorgenomen het nooit meer te doen. Tineke Ceelen denkt daar trouwens anders over.

6. Wijnglazen alleen bij de steel vasthouden. Ik weet dat ik er nog vaak aan gedacht heb maar het is me bij geen enkel glas gelukt. Ik heb wel veel geoefend maar het is zo’n gedragsverandering die maar niet wil lukken. Dus dat wordt een andere tactiek voor 2019: minder wijnglazen vasthouden.

Dat waren mijn goede voornemens voor 2018. Geen enkele heb ik volbracht.

Er zijn theorieën dat je geen goede voornemens moet maken omdat je er ongelukkig van wordt. De meeste mensen slagen er immers niet in zich er aan te houden en dan frustreert het alleen maar. Toen ik dat voor het eerst las nam ik me prompt voor nooit meer goede voornemens op te stellen. En verdomd: dat lukte niet.

Als ik zie dat ik geen enkele van mijn goede voornemens volledig gerealiseerd heb, stemt dat inderdaad mismoedig. Maar ik weet ook dat als ik ze niet gemaakt had, ik misschien helemaal geen boeken had gelezen of maar een stuk of vier, ik de 1/4 marathon niet had gelopen, m’n dierbare sponsors misschien geen 1600 euro hadden gedoneerd voor de vluchtelingen en ik in m’n vrije tijd nog steeds gedachtenloos door winkels liep te dolen om m’n kooplust te bevredigen. Zo bezien viel 2018 nog mee. En het voordeel van een slecht jaar is dat de kans groter is dat het volgend jaar beter wordt.

Kortom: wat zal ik me eens voor 2019 voornemen? Voor de 1/4 marathon heb ik me al opgegeven.

cc-foto: anataman

In Stroe, dat is een dorpje op de Veluwe waar ik ook nog nooit van gehoord had, staat een biologische geitenboerderij waar ze aan geitenyoga doen.

Geitenyoga dat is, je raadt het nooit, yoga met geiten. Geiten zijn niet alleen heel slimme, sociale en goedmoedige boerderijdieren, ze vinden het ook leuk om overal, maar dan ook werkelijk overal, op te klimmen. Dus als je op handen en voeten gaat staan en er is een geit in de buurt dan is de kans groot dat ze op je rug springt.

Een Amerikaanse yoga-lerares, die ook geiten heeft en dat bemerkte, bedacht meteen een business model. Sindsdien verovert geitenyoga de wereld.

Want dat de wereld vol zit met geitenliefhebbers is een van de grootste geheimen. Mensen zeggen niet gauw uit zichzelf dat ze geiten leuk vinden want ja, dat klinkt al snel zo gek. Maar als je het onderwerp in gezelschap aansnijdt zijn er altijd wel een of meer gelijkgestemden. De ogen gaan glimmen, er verschijnt een glimlach op de mond en al snel worden de verhalen uitgewisseld over hoe bijzonder geiten zijn. Dat ze gezichten herkennen en de voorkeur geven aan mensen die lachen bijvoorbeeld. Of hoe ze vasthoudend zijn zonder agressief te worden.

En natuurlijk hun moed. Een geit is nergens bang voor. Ik weet nog dat mijn vader me vertelde hoe in zijn vaderland Argentinië boeren een geit of bok tussen hun vee zetten als er een roofdier in de buurt was. Het vee sloeg in paniek op de vlucht voor zo’n roofdier, wat niet handig is in een kraal of ander afgezet gebied. De geit daarentegen opende de aanval en verjoeg de indringer.

Goed, geiten dus. In Stroe. Ze bleken superlief omdat ze iedere dag geknuffeld worden. Serieus. Dat is - ook - omdat het melken dan makkelijker gaat. Er is nog wel eens wat te doen over melken omdat daarvoor de lammetjes bij de moeder worden weggehaald maar dat doet deze boerin niet. Zolang een lammetje drinkt mogen ze bij hun moeder blijven.

Van die melk maakt ze kaas en die wordt onder meer verkocht aan l’Arpège, het toprestaurant van drie sterren ‘groentekok’ Alain Passard in Parijs. Toevallig m'n lievelingskok, al heb ik er nooit gegeten en dat vermoedelijk ook nooit zal doen sinds een vriend me vertelde dat hij wit wegtrok toen hij er na een etentje de rekening kreeg.

Dus eenmaal weer thuis zocht ik een recept van Passard om met de aangeschafte verse geitenkaas te maken. Ik kwam op deze site waar iemand een zelf bedachte variatie op een beroemd gerecht van Passard had gemaakt. Dat heb ik zelf weer versimpeld door de geitenkaas gewoon in blokjes te snijden in plaats van er ingewikkeld bolletjes van te maken. En de bietjes, of zoals we in Rotterdam zeggen krootjes, heb ik kant-en-klaar biologisch gekocht bij de supermarkt. Dan is het echt een supersimpel en supersnel te maken gerecht maar toch superlekker. Met dank aan de geitjes van de Groote Stroe. Of zoals de boerin zegt: de dames.

PS: Je kunt er ook gewone geitenkaas voor gebruiken maar wel biologische graag want dat betekent onder meer dat de geitjes naar buiten mogen en niet bij voorbaat platgespoten worden met antibiotica. Beter voor dier en mens.