Spring naar inhoud

We zijn nog nooit zo romantisch geweestIn De Nacht van Jole spreek ik straks vanaf 2 uur op Radio 1 met filosoof-journalist Hans Kennepohl over zijn boek 'We zijn nog nooit zo romantisch geweest' waarin hij uiteenzet hoe ons hele leven is doordrongen van de opvattingen die horen bij de Romantiek.

Bij het woord romantiek denken we vaak aan kunst uit de 19e eeuw of aan goedkope kunst maar Kennepohl legt uit dat het romantisch denken niets minder dan een ideologie is, een manier waarop we naar de wereld en vooral ook naar onszelf kijken. De romantiek is springlevend, zegt hij maar alleen zijn we ons daar niet van bewust.

We denken dat onze opvattingen over liefde, dood maar ook huisdieren en eten  bij deze tijd horen, of bij het leven zoals het is, maar ze komen voort uit het denken van romantische filosofen en kunstenaars. Zonder hen zou ons leven er heel anders uit zien. Daar wil Kennepohl ons van doordringen en dat doet hij met verrassende inzichten.

De complete uitzending kun je hier terugluisteren en downloaden 

cc-foto: Vinoth Chandar

17986396Het boek 'The Second Machine Age: Work, Progress, and Prosperity in a Time of Brilliant Technologies' van MIT-medewerkers Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee is de motor van een nieuwe tech-hype. Robots gaan de arbeid verdringen, beweren ze, en daardoor ontstaat er een nieuw ‘tijdperk’ Voor de Volkskrant schreef ik er een stuk over getiteld 'De wet van het voorspelboek' (1-3-2014) waarin ik uiteenzet wat er altijd misgaat met dit soort bestsellers. Rond de eeuwwisseling noemden we het 'als dit allemaal mogelijk is'-denken. Technologische ontwikkelingen worden lijnrecht doorgetrokken, niet gehinderd door enige maatschappelijke reactie. In de praktijk pakt dat vaak anders uit. Wat niet wil zeggen dat de auteurs louter onzin verkopen maar los van het feit dat ze veel herkauwen van wat al eerder - en beter - is beweerd zijn ze wel erg aan het prediken. En ze maken daarbij belachelijke vergelijkingen. Deze bijvoorbeeld over Facebook, waar ze stellen dat de gebruikers eigenlijk arbeid verrichten: "to get a sense on the scale of this effort, consider that last year users collectively spent about 200 million hours each day just on Facebook, much of it creating content for other users to consume. That's ten times as many person-hours as were needed to build the entire Panama Canal." Het is zo'n vergelijking die het goed doet in presentaties. Het publiek hapt naar adem en voordat ze over de bewering kunnen nadenken gooi je het volgende 'amazing fact' er over heen. Maar sta er eens bij stil: Iedere dag meer arbeid dan de aanleg van het Panama kanaal. Dat is nu precies honderd jaar oud en levert alleen Panama al jaarlijks 800 miljoen dollar op. Facebook maakt 2x zoveel winst, met dus duizenden malen de inspanning. En verdient Facebook over 100 jaar net zoveel? Bestaat het dan nog wel? Tot slot, wat denk je dat belangrijker is voor de wereld: het kanaal of de sociale mediasite? Zo maar een paar relevante vragen die opkomen. Het zijn kortom idiote, valse vergelijkingen die je helemaal niet moet maken. En als je ze dan toch maakt, neem ze dan zelf eens serieus. Als de gebruikers voor echt Facebook werken, waarom krijgen ze dan niet betaald? Er is een club die dat eist. De auteurs lijken in dergelijke kritiek niet geïnteresseerd. Tijdens het lezen van het boek moest ik vaak aan Maier’s Law denken: If the facts do not conform to the theory, they must be disposed of. In plaats van dat de schrijvers je meenemen in hun gedachtengang, heeft hun manier van overtuigen het tegenovergestelde effect. Ik ging steeds meer tegenstribbelen. Zoals je dat hebt bij evangelisten. En dat is altijd terecht.

The CircleThe Circle by Dave Eggers

My rating: 4 of 5 stars

Het gaat natuurlijk geheel tegen de geest van dit boek in om een review op een sociaal netwerk te plaatsen. Tot driekwart is het geweldig, een eigentijdse mix van 1984 en Brave New World. Daarna wordt het wat minder omdat de schrijver zijn punt wil overbrengen en daar in door- en tekort schiet. Maar dat is geen reden het niet te lezen.
Voor wie het niet weet, The Circle gaat over een bedrijf dat een soort kruising tussen Google en Facebook is, met een devote aanhang die doet denken aan Apple-fans. Het gaat over de onbewuste invloed van technologie op ons leven. Alleen daarom al het lezen waard.
Stel je voor dat John de Mol zowel Google als Facebook zou bezitten, zou je dat een fijn idee vinden? En waarom niet? En weet je zeker dat het niet al zo is of gaat gebeuren?

View all my reviews

De oude witte Peugeot 205 voor me op de provinciale weg in Zuid-Frankrijk zwierde even naar rechts, zijn rechterwielen verlieten het asfalt en ploegden door de zachte berm. Stof werd de lucht in gelanceerd als bij een grasmaaier. We reden niet hard, maar 80 kilometer per uur is geen prettige snelheid om van de weg te raken. Zeker niet met een berm die hooguit tien centimeter breed is en daarbuiten steil naar beneden afloopt. De bestuurder gaf een ruk aan het stuur, de auto belandde weer op de weg maar met zo'n ruk dat ik vreesde dat hij zich in de gestage stroom tegenliggers zou boren.

Als je over een evenwichtsbalk loopt en je evenwicht verliest leun je vaak eerst de juiste kant op en daarna meteen de verkeerde, zodat je alsnog valt. Zo ging het met de auto ook. Hij schoot weer naar rechts, raakte van het asfalt en knalde tegen een elektriciteitspaal die langs de weg stond. Het hout knapte als een lucifer doormidden. Het gemak waarmee dat ging verbaasde me. Vervolgens draaide de auto in de lucht om zijn lengteas en landde met een klap op zijn kop een stuk lager in de diepe greppel naast de weg.

Het hele tafereel duurde schat ik niet meer dan 4 seconden maar het leek wel een minuut.

10151504782735633-kopie

Veel mensen die een ongeluk meemaken vertellen over het slow motion effect. Je ziet alles heel traag, alsof de natuur je nog een extra kans geeft te reageren. Volgens wetenschappers wordt dat effect veroorzaakt doordat je hersenen in crisissituaties veel meer registreren dan onder normale omstandigheden. En omdat de herinneringen rijker zijn lijkt het alsof het langer duurde.

Ik stopte en zette de alarmlichten van mijn auto aan. Ik zag in mijn spiegel de achteropkomende auto's hetzelfde doen. En de tegemoetkomende. Al het verkeer op de tweebaansweg kwam tot stilstand.

Ik sprong naar buiten en zag toen pas dat in de diepe greppel een stevige stroom water liep. De auto lag half onder water tussen de steile oevers in. Mijn god, hoe gingen we die mensen er in hemelsnaam uit krijgen? En zouden ze nog leven?

Ik gaf mijn telefoon aan mijn vriendin met de opdracht 'bel 112' en rende naar de verongelukte auto, net als een paar andere bestuurders.
Anderen wuifden naar auto's verderop en riepen 'Kom helpen! Kom helpen!'

We moesten in de sloot springen, een man riep 'niet doen, niet doen er liggen elektriciteitskabels in het water'. Ik zag de afgebroken mast in het water liggen met wat kabels als tentakels om zich heen, dacht 'daar hebben we geen tijd voor' en sprong. Tegen de achterste zijruit die nog een stukje boven het grijsgroene water uitstak, zag ik twee kinderhanden gedrukt. Ik voelde de adrenaline nog verder stijgen 'dit gaan we niet laten gebeuren' flitste het door me heen. Maar wat te doen? Een man rukte aan het achterportier. 'Wacht', zei ik. 'Waarom?' 'Er zit nog lucht in de auto'. Als de deur openging zou de auto gelijk volstromen en misschien wel verder meegesleurd worden met de heftige stroom water. Maar wat we wel moesten doen wist ik ook niet. We stonden met z'n vieren in het water. Iedereen schreeuwde adviezen en commando's totdat iemand riep 'Stil! Ze roepen wat'. Uit de auto klonken kreten, ik kon ze niet verstaan.

De stevige kerel links naast me kwam met de oplossing. 'We tillen 'm omhoog'.

In noodsituaties blijk je vaak veel sterker te zijn dan je altijd gedacht hebt. We slaagden er in de auto zo ver uit het water te tillen dat het achterportierraam en de achterruit boven water kwamen. Sla de ruit in! riep iemand. Een man sprong van de kant in de sloot en beukte met zijn elleboog tegen de ruit. Tevergeefs. Er werd uit het niets een lange metalen soort gordijnroede met een puntig uiteinde aangereikt. Een man stak er krachtig mee in op de achterruit. Zonder effect.

Zoals de roede uit het niets werd aangereikt kwam er ook ineens iemand met een keukentrap die in het water tegen de steile wand werd geplaatst. Meer mannen voegden zich bij ons en ineens was daar het ruitentikhamertje. De man bij de achterruit pakte het aan en begon op het glas in te slaan. Korte, droge tikken. Bij de derde slag brak het glas. Met de hamer maakte hij het gat groter, reikte zijn handen naar binnen en trok een kind van een jaar of 12, 13 uit het wrak. Daarna nog een. Ze werden meteen via de trap op de kant gehesen. De hamer werd doorgegeven en nu ging de zijruit er aan. Een vrouw kroop naar buiten en ook zij werd uit het wrak gehesen. Daarna volgde een man.

Plots voelde de auto veel zwaarder. Help me, riep ik. De man naast me pakte mn arm. 'Laat maar los, ze zijn er allemaal uit'. Ik draaide me om. M'n lichaam trilde, van de schok of de plotselinge inspanning. Of allebei. Voor me stond de bestuurder. Hij staarde verbijsterd en verslagen voor zich uit, zoals een keeper die net de winnende goal heeft doorgelaten. Aan zijn neus hing een druppel water. Ik legde mijn hand op zijn schouder. Hij reageerde niet.

De bestuurder en andere mannen klommen via de trap uit het water. Ik ging als laatste. Toen ik weer op de weg stond waren de slachtoffers al verdwenen, opgevangen in een van de huizen. Mensen stapten weer in hun auto, motoren werden gestart. Ik voelde in m'n broekzak, haalde m'n portfeuille tevoorschijn en liet het water er uit lopen. Hulpdiensten waren nog nergens te bekennen. Ik liep naar de auto achter me waarvan de breedgeschouderde bestuurder wilde instappen en gaf hem een hand. Hij lachte.
'Waar gaan jullie heen?'
Saint Remy.
'Bon voyage'.
Hij stapte in, we staken nog even duimen tegen elkaar op. Ik liep nog even terug naar het wrak, maakte een foto, trok m'n doorweekte korte broek uit, stapte in en reed weg. Het verkeer was alweer op gang. Even verderop doemde het beeld van de kinderhanden tegen de ruit weer op en ik moest spontaan snikken.

M'n vriendin gaf me mijn iPhone terug. Een Franse vrouw had er gedurende de hele reddingsoperatie live verslag mee gedaan aan de meldkamer van 112 en hing pas op toen iedereen veilig was.

Later zag ik dat het gesprek drie minuten had geduurd.

Zweefmolenmuziek from Francisco van Jole on Vimeo.

Zaterdagavond, tussen twee buien door. De zweefmolenaars wachten hangend op het begin van het volgende rondje. Uit de boxen klinkt een vrolijk, kermisachtig, lied uit voorbije tijden. Totdat je naar de tekst gaat luisteren:

Shouting, 'Praise the Lord, we're on a mighty mission
All aboard, we ain't a-goin' fishin'
Praise the Lord and pass the ammunition
And we'll all stay free'

'Prijs de Heer en geef de munitie door'. Aalmoezenier Howell Forgy sprak die woorden op 7 december 1941 tijdens de Japanse aanval op Pearl Harbour als aanmoediging tegen de vermoeide bemannlngsleden van de kruiser New Orleans.

Het zinnetje werd legendarisch, gekoppeld aan een - verzonnen - verhaal over een aalmoezenier die tijdens de aanval zijn Bijbel neerlegde en een afweergeschut overnam.

De Hollywood-componist Frank Loesser, die ook in het leger diende, hoorde van de woorden en maakte er dit liedje van. The Merry Macs maakten er een plaat van maar de grote doorbraak kwam toen Kay Kyser het nummer opnam met zijn big band. Het werd nummer 1 in de Billboard. Die uitvoering hoor je hier op De Parade. Loesser schonk de opbrengsten van het lied aan de Navy-Marine Corps Relief Society, een hulporganisatie voor marine-veteranen en hun gezinnen.

Ik weet dat omdat ik het liedje ergens eind jaren negentig, toen mp3's nog zo pril waren dat je alles downloadde dat je te pakken kon krijgen, hoorde en verbaasd was over de tekst in combinatie met de vrolijke, aanstekelijke muziek.

Praise the Lord and swing into position
Can't afford to be a politician
Praise the Lord, we're all between perdition
And the deep blue sea

Tien jaar later heb ik het nog wel eens gebruikt in een video-column bij De Leugen Regeert om te laten zien hoe propaganda, muziek en beeldvorming werken. Dat geldt eigenlijk ook voor dit clipje. De mensen op de zweefmolen hebben vermoedelijk geen idee waar ze naar luisteren. Laat de context weg, zet de vertaling in ondertitels en een vredig tafereel op De Parade wordt ineens een toonbeeld van bloeddorst.

Ik vind het overigens een geweldig nummer.