Spring naar inhoud

Net als de rest van de wereld probeer ik de tijd die ik op sociale media doorbreng terug te dringen. En net als bij de rest van de wereld -behalve dan de 640.000 Nederlanders die afscheid namen van Facebook - lukt dat natuurlijk niet. Ik ben immers verslaafd, ze noemen me niet voor niets een gebruiker, een junk die op ieder moment dat de verveling dreigt toe te slaan, grijpt naar een quick fix. Wat gebeurt er nu weer op Twitter? 

Ik zou me natuurlijk direct bij de Jellinek-kliniek kunnen melden maar omdat we leven in het tijdperk waarin alles je eigen schuld is, probeerde ik het eerst met zelfhulp. Ik volgde daarbij een beproefde strategie uit de tijd dat de stad nog overspoeld werd door heroïneverslaafden.  Die kregen methadon om af te kicken, er reed daartoe een methadonbus door de stad. Dat spul verzachtte het afkicken en was minder verslavend.

Dus ging ik op zoek naar digitale methadon. Verslavende apps die minder je leven beheersen. Eerst probeerde ik Tumblr, een sociaal netwerk waar niemand op zit die ik ken dus dat was lekker rustig. Geen like-stress ook want niemand zal me liken. Het wordt begrijp ik voornamelijk bevolkt door tieners die kampen met wat de Engelstaligen ‘angst’ noemen, een soort levensfobie. Daarom heb je dus ook geen last van ze.

Het voelde na een tijdje koppig bivakkeren op Tumblr toch alsof ik in m'n eentje aan boord van een cruiseschip over de oceaan dobberde. En dan bedoel ik zonder iemand anders aan boord. Na een paar weken dolen door de verlaten casino’s ga je verlangen naar een ijsberg om tegen op te botsen.

Iets anders dus. Ken je Ello nog? Dat werd ooit gepresenteerd als de opvolger van Facebook toen Zuckerberg de zoveelste draconische gebruikersvijandige maatregel doorvoerde. Iedereen meldde zich aan en haakte vervolgens af. Rondhangen op Ello is als dolen door een verlaten vallei. De naam zegt het eigenlijk al: Ello? Ello? Anybody here? Stilte...

Wordfeud en Social Chess helpen maar een beetje. Ik bedoel, het leven is tenslotte geen spelletje.

Toen dacht ik aan het prille begin van Twitter. Twitter vroeg: wat ben je aan het doen? Koffie drinken, was vaak het antwoord. Maar het goede van die vraag is dat het uitnodigde tot actie. Ook omdat iedereen het had over wat ze aan het doen waren. Door Twitter werd hardlopen leuker, ging ik vaker naar concerten. Die tijd is wel voorbij. Als ik nu op Twitter zou melden dat ik hard heb gelopen luidt de reactie niet meer ‘wat goed!’ maar ‘opschepper!’ Twitter doet te vaak denken aan een krabbenmand waar iedereen tracht elkaar naar beneden te halen.

Maar dat sociale netwerken je aan kunnen zetten iets te gaan doen, heb ik er wel van geleerd. Het stimuleert en inspireert om wat je doet met anderen te delen. Anders zou ik dit ook niet opschrijven. Dus probeer ik nu af te kicken van de schermtijd door me op sociale netwerken te storten waarin je een enkel doel met anderen deelt.

Goodreads is een sociaal netwerk voor boekenliefhebbers met als extra mooie optie dat je jezelf een doel kunt stellen voor het aantal boeken dat je wilt lezen. Ik heb voor dit jaar ingezet op 50 titels en het bijhouden daarvan helpt me om meer te lezen. Het is ook leuk om te zien wat anderen lezen. Zo weet ik nu dat de advocate en schrijfster Britta Böhler dit jaar al 20 boeken gelezen heeft. Ja, twintig. Haar doel is 177 titels in 2019. Daar herinner ik mezelf even aan als ik denk dat ik geen tijd heb om te lezen.

Je kunt boeken op Goodreads sterren geven maar daar ben ik mee gestopt omdat het te veel een worsteling was. Een lekkere thriller is 5 sterren waard maar een levensveranderend literair werk ook. Ik kon dat niet rijmen en in plaats daarvan schrijf ik nu een- of tweeregelige ‘recensies’. Gek genoeg gebruik ik de sterren van anderen wel om te selecteren wat ik wil lezen. In een boek met 1 ster begin je niet snel.

Films geef ik wel sterren op Letterboxd, een netwerk voor filmliefhebbers waar ik bij hou wat ik heb gezien. M’n streven om dit jaar ook in films 50 titels te halen gaat me zo te zien wel lukken. Ik zit nu al aan de tien, met dank aan het IFFR en m’n Cinevillepas. Straks word ik nog een Britta Böhler van de cinema.

Een ander doel is dit jaar 20 klassieke muziekstukken leren kennen. Daar bedoel ik mee dat ik ze zo goed heb beluisterd dat ik ze herken als ze bijvoorbeeld in een film opduiken. Probleem is natuurlijk welke. Ik begon via Spotify enthousiast met de Preludes van Karol Szymanowski en daarna Im wunderschönen Monat Mai van Reinbert de Leeuw maar toen liep ik vast. Vandaag installeerde ik Wolfgang, volgens mij het kleinste sociale netwerk wat er bestaat want ik zie maar een paar namen en dat is geloof ik het enige sociale er aan. Het schotelt klassieke werken voor en vertelt je wat je hoort.

Ik leer al een tijd Frans via Duolingo. Ook daarbij kun je kijken wat je vrienden doen maar er wordt teveel afgehaakt om dat interessant te laten zijn. Daarom heb ik een nieuw doel: de 100 dagen streak halen, dat wil zeggen 100 dagen lang trouw je huiswerk doen zonder een dag te missen. Tot nu toe is iets van 50 dagen het langste dat ik gehaald heb.

Tot slot m’n hardloop-app. Die is ook sociaal maar daar durf ik al maanden niet op te kijken want ik heb in geen tijden gerend. Terwijl ik dat wel moet doen. Ik heb me namelijk in een vlaag van verstandsverbijstering opgegeven voor de 1/4 marathon, begin april. Straks als ik dit stukje af heb zal ik het weer gaan proberen. Wacht, laat ik nu maar meteen m’n schoenen aantrekken en de langste afstand overbruggen die er is voor onwillige hardlopers: die tussen de bank en de voordeur.

Of nee, toch maar eerst nog wat lezen.

Foto: De maaltijd der vrienden, Charley Toorop (1932). Collectie Boijmans van Beuningen.

De hemel was grijs als een zinken dak, de regen hing twijfelend aan de wolken en de lucht was op zijn beurt koud als metaal. Het was kennelijk ook nog eens metaforenmaandag. Ik trok de deur van de koffiezaak waar ik de ochtend vermalen had achter me dicht. Ik moest nu echt iets gaan doen, mezelf nuttig maken.

Begin januari, de moeilijkste dagen van het jaar, als alles nieuw hoort te zijn maar in werkelijkheid alleen maar afgetrapt is. Een maand als een onbetrouwbare tweedehandsauto. Startproblemen iedere ochtend. De Romeinen lieten het nieuwe jaar beginnen in maart. Zoveel slimmer. Het is me ook daarom een raadsel waarom dat rijk ooit ten onder is gegaan.

Op het trottoir pikte een duif naar een stuk karton. Een troosteloos gezicht. Toen hij, of zij dat was me niet duidelijk, doorkreeg dat het niet eetbaar was richtte hij zich op. Hij leek teleurgesteld. Dat klinkt als projectie of nog erger als antropomorfie, maar hoezo zou de duif niet teleurgesteld zijn. Omdat hij geen verwachtingen heeft? Waarom pikt hij dan op het karton en niet willekeurig op de straatstenen die net zo min eetbaar zijn? Misschien is het juist wel projectie om te denken dat een duif geen verwachtingen heeft, geen verlangens, dat maakt de wereld immers een stuk overzichtelijker als verlangens zijn voorbehouden aan mensen.

Een duif weet feilloos zijn nest terug te vinden over honderden kilometers afstand maar verlangens gunnen we hem niet. We moeten immers koste wat kost voorkomen dat de duif op ons gaat lijken, of erger: wij op de duif.

Antropomorfie, de neiging om aan dieren menselijke eigenschappen toe te kennen is in serieuze kringen taboe. Natuurlijk moet je daarmee oppassen, voor je het weet geloof je in fabeltjes. De tegenovergestelde neiging, niets menselijks aan dieren toe te schrijven, is echter net zo kwalijk. In ieder geval voor de dieren. Wie meer mens ziet in een varken, het boerderijdier dat het meest op ons lijkt, springt er wellicht anders mee om.

Dat klinkt misschien interessant maar maakt het vraagstuk rond de duif niet minder groot. Want als de duif echt teleurgesteld was, rijst er een heel ander probleem. Waarom zou hij dan verlangend naar het karton pikken? Het zal toch niet de eerste keer zijn dat hij een stuk karton tegenkomt.

Hij zou beter moeten weten. En toch proberen. Kijken of het geen smakelijk hapje is. Een gelukje. Een beetje zoals hele volksstammen ieder jaar een Oudejaarslot kopen. Ik doe dat niet, want ik speel mee in de Postcodeloterij. Nou ja, meespelen... ik heb ooit geprobeerd dat stop te zetten. Daar moet je een speciaal nummer voor bellen en dan krijg je een heel aardig iemand aan de lijn. Sindsdien speel ik met dubbele loten. Je begrijpt dat ik niet nog een keer durf te bellen.

Weer niks gewonnen trouwens. Ik krijg wel ieder jaar zo’n dikke kartonnen agenda met voor duizenden euro’s kortingsbonnen die ik nooit benut. Waar ik me dan nog loseriger over voel. De postcodeloterij maakt van ons allemaal verliezers. Daarom hebben ze het ook steeds over hun goede doelen, de farizeeërs.

De duif stapte verder, speurend naar de grond of er ergens eten lag, of een stukje karton natuurlijk. Ik keek hem na en realiseerde me hoezeer we op elkaar leken. Het begon nu echt te regenen. Januari, wat een kutmaand.

cc-foto: Mira Pangkey

Ik zocht het lijstje goede voornemens op dat ik begin 2018 opstelde. Eigenlijk wist ik dat ik dat niet moest doen. Maar ach, 2018 was toch al een algeheel kutjaar dus dat kon er ook nog wel bij. Natuurlijk had ik ook geen idee meer van wat ik me precies allemaal had voorgenomen maar het lijstje bleek gelukkig kort en opvallend doelgericht. Geen vage voornemens als ‘gezonder leven’ of ‘meer genieten’. 

Dit waren ze:

1. Een boek per week lezen. Dat heb ik een tijd redelijk volgehouden maar de tijdvretende verleiding van social media bleek te sterk. Of ik te zwak. Dus ik ben niet verder gekomen dan dertig boeken. Als je wilt weten welke het waren, vind je hier het overzicht.

2. De kwart marathon van Rotterdam binnen een uur rennen. Haha! Om te huilen. Ik ‘vergat’ te trainen, verscheen onvoorbereid aan de start. Dat bleef niet onbestraft: 1:16. “Het was de hel maar het was het waard,” noteerde ik op Instagram. Dat laatste was social media bluf, denk ik nu.

3. Niets kopen. Ik wilde meer burger worden en minder consument. Dat is wel enigszins gelukt. Natuurlijk niet helemaal ‘niets’ gekocht maar wel drastisch verminderd. Voor mij geen retail-therapy meer. Als ik kleding wil kopen vraag ik me eerst af welk kledingstuk uit m’n garderobe ik dan in ruil niet meer zal dragen. Resultaat: ik kom niet meer in kledingwinkels, ook niet online. Wat ook helpt: alle nieuwsbrieven opzeggen die je aanzetten tot kopen.

4. Geen wegwerpbekertjes meer gebruiken. Dat geldt vooral voor m’n werk. Ik was eerlijk gezegd vergeten dat ik het me had voorgenomen. Dus helaas.

5. De 40 kilometer van de Nacht van de Vluchteling binnen 9 uur lopen. De tocht ging om 00:00 bij de Erasmusbrug van start en ik finishte om 09:24 in Den Haag. Ik kan als excuus gebruiken dat ik onderweg m’n blaren moest laten behandelen door het Rode Kruis. Dat vergde enig oponthoud. En ja, ook die tocht was de hel. Heb me voorgenomen het nooit meer te doen. Tineke Ceelen denkt daar trouwens anders over.

6. Wijnglazen alleen bij de steel vasthouden. Ik weet dat ik er nog vaak aan gedacht heb maar het is me bij geen enkel glas gelukt. Ik heb wel veel geoefend maar het is zo’n gedragsverandering die maar niet wil lukken. Dus dat wordt een andere tactiek voor 2019: minder wijnglazen vasthouden.

Dat waren mijn goede voornemens voor 2018. Geen enkele heb ik volbracht.

Er zijn theorieën dat je geen goede voornemens moet maken omdat je er ongelukkig van wordt. De meeste mensen slagen er immers niet in zich er aan te houden en dan frustreert het alleen maar. Toen ik dat voor het eerst las nam ik me prompt voor nooit meer goede voornemens op te stellen. En verdomd: dat lukte niet.

Als ik zie dat ik geen enkele van mijn goede voornemens volledig gerealiseerd heb, stemt dat inderdaad mismoedig. Maar ik weet ook dat als ik ze niet gemaakt had, ik misschien helemaal geen boeken had gelezen of maar een stuk of vier, ik de 1/4 marathon niet had gelopen, m’n dierbare sponsors misschien geen 1600 euro hadden gedoneerd voor de vluchtelingen en ik in m’n vrije tijd nog steeds gedachtenloos door winkels liep te dolen om m’n kooplust te bevredigen. Zo bezien viel 2018 nog mee. En het voordeel van een slecht jaar is dat de kans groter is dat het volgend jaar beter wordt.

Kortom: wat zal ik me eens voor 2019 voornemen? Voor de 1/4 marathon heb ik me al opgegeven.

cc-foto: anataman

Persoonlijke keuze van films, muziek, boeken, kunst en theater uit 2018.

Ik ben niet zo van de beste dit of de beste dat, behalve dan de beste wensen, maar dit zijn de films, boeken, theater, kunst en muziek waar ik zo van genoot en door geraakt werd in 2018 dat ik ze niet snel zal vergeten. Van iedere categorie een.

Speelfilm: Den Skyldige

Een van de indrukwekkendste films die ik de afgelopen 10 jaar zag. Aangrijpend. Het overkomt me niet vaak dat ik in de bioscoop een traan moet laten maar Gustav Möller weet het met deze verpletterende debuutfilm voor elkaar te krijgen. Een agent in een Deense alarmcentrale krijgt een telefoontje over een ontvoering en wat er dan gebeurt... Een thriller, drama en zonder dat het benoemd wordt ook een scherpe politieke kritiek.

Documentaire: Fahrenheit 11/9

Michael Moore op z'n best schetst op de hem eigen wijze een even komisch als verontrustend beeld van de politieke situatie in de Verenigde Staten. Democratie of dictatuur, dat is de keuze waar het land voor staat.

Roman: Geschiedenis van geweld

Ik moest er twee keer in beginnen, in deze roman van Edouard Louis. De eerste keer kreeg het verhaal over een man die een onbekende van straat in huis haalt geen vat op me. De tweede keer liet het me niet meer los. Het is een verhaal dat onder je huid kruipt, je bent met hen in de kamer, bekropen door eenzaamheid en angst, de leidende gevoelens van deze tijd.

Non-fictie: Uit de puinhopen

Niet eerder las ik zo'n heldere beschrijving van de wereld waarin we ons bevinden en hoe we daar verandering in kunnen brengen. Het is een messcherpe analyse van maatschappelijke misstanden en de dominantie van het neoliberale denken, een systeem dat volgens bioloog en journalist George Monbiot veel beter is toegesneden op chimpansees dan mensen. Het alternatief dat hij schetst, doet veel meer denken aan bonobo's, je weet wel de apen die alles oplossen met liefde en seks.

Muziek: La même

Een duet van m'n twee favoriete Franse zangers, Maître Gims en Vianney, de een met een stem diep als een scheepshoorn, de ander die fragiel klinkt alsof hij door een plastic koffiebekertje zingt. Over het niet in hokjes gestopt willen worden. 'Het is mij hetzelfde'. Voor op repeat.

Theater: Para

Het stuk dateert uit 2017 maar ik zag het dit jaar voor het eerst. Bruno Vanden Broecke die eerder al zalen platspeelde met de solovoorstelling Missie over een pater in Congo, is in Para een Belgische militair die terugkeert van een vredesmissie in Somalië. Hij kegelt ons zelfbeeld in een langzaam ontrollende strike helemaal omver. Meeleven met de militair en compleet geschokt raken door wat er wordt aangericht. Ik verliet de zaal in totale verwarring.

Kunst: The London Mastaba

Een puntloze piramide opgebouwd uit ruim 7500 olievaten die deze zomer dreef in de vijver van Hyde Park. Dit gigantische kunstwerk van Christo en Jeanne-Claude omvat de geschiedenis en - hopelijk - toekomst van de klimaatcrisis. Het doet onwillekeurig denken aan het Egyptische rijk, groots maar toch ten ondergegaan, uit de woestijn waar de olie vandaan gehaald wordt die een ongekende rijkdom heeft gebracht maar ook de totale verwoesting. Drijvend, niet in staat zelf koers te houden. Nadat de mastaba werd afgebroken, werd alles recycled en kreeg het park een ecologische opknapbeurt. Laat ook dat een voorbeeld zijn.

Iedereen een mooie Kerst en een goed 2019 gewenst, dank voor je aandacht en interesse.

Mijn vader, die al oud was toen ik geboren werd en deze maand 107 geworden zou zijn, was een sterke man. En dan bedoel ik echt heel sterk. Afkomstig uit een arm gezin verdiende hij naast zijn werk extra geld door deel te nemen aan bokswedstrijden en vooral met catch as catch can, een vechtsport waar hij zeer bedreven in was. Bedreven als in: ongeslagen.

Catch as catch can werd indertijd, voor de Tweede Wereldoorlog, gezien als de meest wrede vechtsport die er bestond. Het was een combinatie van worstelen en andere gevechtstechnieken. Alles was geoorloofd, tot en met het breken van de botten van je tegenstander aan toe. Het nu populaire MMA (Mixed Martial Arts) is er deels uit vootgekomen, evenals die bizarre Amerikaanse worstelwedstrijden waarbij toneel gespeeld wordt. In de tijd van mijn vader was het geen nep. Wel is hij een keer gediskwalificeerd omdat hij een conflict kreeg met een onrechtvaardige scheidsrechter, de man oppakte en in het publiek smeet. Dat was wel theater maar geen toneel. Hij was, zoals ik al zei, erg sterk.

Als je sterk bent, of sterk overkomt, zijn er altijd mannen die met je willen vechten. Mijn vader had daar regelmatig last van. Lui die hem kenden of herkenden en uitdaagden als hij op straat liep of uitging. “Ik had daar nooit zin in,” vertrouwde hij me ooit toe, laat op de avond tijdens een van de zeldzame momenten dat hij over zijn eigen leven vertelde. “Je kleding wordt vies, een overhemd is zo gescheurd, je slaat iemand makkelijk een bloedneus en voor je het weet zit je onder het bloed van zo’n kerel. Dan is je avond voorbij.” 

Maar de belangrijkste reden om dat soort confrontaties te mijden was het gevaar van een ongeluk. “Met één welgemikte klap kun je iemand doodslaan. Zonder dat het je bedoeling is. En dan beland je in de gevangenis, dat risico wilde ik niet lopen. Ik had een zieke moeder die ik moest verzorgen. Zij kon niet zonder mij.”

Hij vertelde het vrij nuchter, niet als stoere praat en al helemaal niet als opschepperij.  Maar wat doe je als iemand wil vechten en je hebt daar geen zin in? Je kunt wel wegrennen maar dat is weer niet best voor je reputatie en bovendien in strijd met zijn aard. Als mijn vader iets niet wilde zijn dan was het wel laf.

Op een avond zat hij in een café en was er een groepje van drie mannen dat hem herkende en begon uit te dagen. Hier had hij geen trek in. Hij keek het even aan, rekende af en liep naar buiten. De mannen volgden hem. Eenmaal op straat versperden ze hem de weg. Drie mannen. “Het was niet dat ik ze niet aan zou kunnen, maar wat heb je er aan? Je krijgt er alleen maar problemen door.”

Wat te doen? Hoe los je zo’n penibele situatie op. Je kunt niks zeggen want ieder woord kan een excuus zijn om de zaak te laten escaleren.

In de straat stond een jonge boom. Geen sprietje maar een met een stam zo dik als een onderarm. Hij liep er op af, keek de mannen aan en trok de boom met wortel en al uit de grond om duidelijk te maken wat hen te wachten stond. Zijn belagers schrokken, deinsden terug en vertrokken zonder een woord te zeggen. 

Als je echt sterk bent, win je een gevecht niet maar voorkom je het.

Maandagavond belandde ik in de bios bij Gräns omdat een goede vriendin die film graag wilde zien. Ga je mee? Ik had geen idee. Gräns bleek Zweeds voor grens. Je spreekt het ook op dezelfde manier uit dus waarom die Zweden zo raar doen met een ä is mij een raadsel.

De titel bleek nog het minst vreemde aan de film. Toen de voorstelling begon schoot me ineens te binnen dat een vriend een paar weken eerder gezegd had dat hij Gräns gezien had. ‘Heel apart’. Om zijn lippen speelde een mysterieus lachje. Alsof hij me wilde verleiden de film te gaan zien zonder die direct aan te bevelen. Een beetje zoals je iemand een spookhuis inlokt.

De kwalificatie ‘heel apart’ bleek in aanmerking te komen voor de ‘Understatement of the Year Award’. Regelmatig wist ik in de bios niet meer waar ik het zoeken moest, uit ongemak over de beelden. ‘Als je nog één keer zucht, ga je maar weg’ siste de vriendin halverwege. Het hoogte- of dieptepunt, de meest onaangename seksscene die ik in tijden zag, moest toen nog komen. De vriendin bleek die echter geweldig te vinden. Ik schotelde haar na afloop een recensie voor van de Amerikaanse filmsite Roger Ebert. Daar vonden ze de scene ook afstotelijk. ‘Stelletje puriteinen, het was juist heel puur’, reageerde ze en maakte een wegwerpgebaar.

Ik kan niet veel over het verhaal zeggen zonder de verrassing weg te geven maar Gräns gaat over trollen die temidden van ons leven. Voor het gemak ga ik er maar vanuit dat jij lezer, tot de homo sapiens behoort. Ook al weet ik zeker dat dat niet altijd het geval is. Deze tekst wordt bijvoorbeeld ook gelezen door de robots van Google.

Na afloop vroeg ik aan de vriendin of ze dacht dat het mogelijk was dat er echt trollen onder ons leven. Ze keek me aan met een blik van ‘o, ben je in zo’n bui’ en schudde resoluut nee, niet eens bereid het gedachtenexperiment aan te gaan.

Plaats je hand eens boven je wenkbrauwen, zei ik. Ik moest aandringen maar ze deed het. Voel je dat je schedel schuin of recht naar boven loopt? Recht zei ze. Jammer. Als het antwoord schuin had geluid was ze een afstammeling van neanderthalers. Dat had ik toevallig dit weekend gelezen. Neanderthaler, dat klinkt al een beetje als trol.

In zijn monsterbestseller Sapiens vertelt Yuval Noah Harari dat er ooit naast de homo sapiens tientallen andere mensensoorten zijn geweest. Die hebben allemaal het loodje gelegd, weggeconcurreerd door ons, al dan niet met gebruik van geweld.

Hij vertelt ook hoe het komt dat juist wij overleefden en de neanderthalers niet. De homo sapiens heeft niet alleen een goed ontwikkeld taalvermogen, wat ingewikkelde communicatie mogelijk maakt, maar is ook in staat in mythes te geloven. Religie is natuurlijk het bekendste voorbeeld maar geld is ook een mythe, we verzinnen en geloven dat het waarde heeft en daarom heeft het waarde. Een bankbiljet is op zichzelf een waardeloos stukje papier. Dat merk je als je een bankbiljet krijgt uit een ver land waar je niks mee kunt.

Door die mythes kunnen we onszelf organiseren, bijvoorbeeld denken dat we in een land leven. Of daar, zoals onze premier, zelfs een vaasje van maken.

Trollen zijn ook een mythe. Misschien hebben ze ooit wel bestaan maar we kunnen in ieder geval doen alsof dat nog steeds het geval is.

We zijn verslaafd aan mythes. Nu duidelijk wordt dat we de Aarde in hoog tempo aan het verwoesten zijn, verzinnen we gewoon dat we op Mars kunnen gaan wonen. Liever dat dan nu maatregelen nemen.

De mensensoort Sapiens heeft alle andere mensensoorten uitgeroeid en staat op het punt dat ook met zichzelf te doen, omdat we graag in sprookjes geloven en wezenlijke problemen weg kunnen fantaseren. Wie de fijnste sprookjes vertelt, wordt Politicus van het Jaar. Dat is niet de boodschap van Gräns maar dat de film me op die gedachte bracht, maakt hem waardevoller dan ik bij het verlaten van de bioscoop dacht.

De echte trollen dat zijn wij.