Spring naar inhoud

1

In Bohemian Rhapsody, die ik zaterdag zag, zit een scene waarin Freddie Mercury liggend op bed zijn handen uitstrekt naar de pianotoetsen en de eerste noten speelt van het nummer waarmee de band wereldfaam verwierf. De scene maakt duidelijk dat de song niet louter het product is van een groep die de studio als laboratorium gebruikte maar echt een persoonlijk werk van Mercury. Al zal het voorval bedacht zijn voor het script waarin het legendarische nummer een soort leidraad vormt voor het leven van de artiest. Aan het slot klinkt het tijdens het Live Aid concert in Wembley als een aankondiging van de naderbij sluipende dood.

Too late, my time has come
Sends shivers down my spine, body's aching all the time
Goodbye, everybody, I've got to go
Gotta leave you all behind and face the truth

De blik vervuld van het naderende einde. Rami Malek overtuigt als Freddie Mercury. Gesnik in de bioscoop. Eenmaal weer thuis het echte optreden nog eens teruggekeken. Dat zag er toch anders uit, al is iedere beweging hetzelfde. In de film is het een zwanenzang, in de concertregistratie een nieuw hoogtepunt van een artiest die genoeg energie heeft om een heel stadion te verlichten.

Er is discussie over of de hiv-diagnose in het echt toen al gesteld was of dat Freddie Mercury die pas in de jaren na het concert te horen kreeg. De vraag is wat droeviger stemt, de filmartiest die bewust afscheid neemt van zijn publiek of de echte Mercury die schittert op het podium, nog onwetend van het lot dat hem te wachten staat.

Ik wist niet dat Mercury een migrantenkind was, lid van een vervolgde bevolkingsgroep die duizend jaar geleden van Perzië door oprukkende islamisten naar India werd verdreven. Zijn ouders waren vanuit India naar Engeland geëmigreerd. Vandaar ook al die onbekende woorden in het lied. Bismillah. De Arabische spreuk die gebruikt wordt voor het verrichten van een goede daad.

Nummers als Bohemian Rhapsody behoren onbewust tot wat de soundtrack van je leven wordt genoemd. Het heeft iets onsterfelijks. De eeuwen daarvoor bestond die voor gewone stervelingen uit het Kyrie en Gloria. Je hoort die niet meer terug in de Top 2000.

Middenin de nacht werd ik wakker, de slaap was uit bed verdwenen. Op Twitter was het stil. Ik pakte het boek Asymmetrie van Lisa Halliday waar ik al dagen niet meer in gelezen had, ging verder in het verhaal Waanzin waar ik gebleven was en daar stond het meteen op de eerste bladzijde: Sami, een jongen in Bagdad, hoort de eerste tonen van Bohemian Rhapsody en gaat prompt piano leren spelen op het instrument dat al tijden op zijn kamer staat. De kamer is zo klein dat hij liggend op zijn matras de toetsen kan bespelen. Zelfde scene, zelfde soundtrack, ander leven.

Ik legde het boek neer en staarde naar het plafond. Zou Sami een nieuwe Freddy Mercury worden of loopt zijn levensweg ergens anders heen? Ineens zie ik allemaal levens voor me met Bohemian Rhapsody in de soundtrack. Een kleine jongen in Bagdad, vrachtwagenchauffeurs, soldaten, Top 2000 families. Niemand die begrijpt waar de tekst over gaat maar het lied geeft ze allemaal het gevoel mens te zijn. Kyrie eleison.

De jongste herinnering die ik heb dateert van dat ik 2,5 jaar oud was. Dat weet ik zo precies omdat toen mijn wijsvinger tussen een dichtslaande deur kwam en mijn moeder me naar de plaatselijke verpleegpost bracht.

Vage beelden natuurlijk, als flarden mist waar wat op geprojecteerd wordt. De gehaaste tocht door de straten, huilend. De bezorgde verpleegster met verbandmiddelen, in uniform en kap op haar hoofd. Gek genoeg geen enkel besef van pijn maar misschien was die zo groot dat die zichzelf verdoofde. Je lichaam zit vol trucjes om je te redden uit noodsituaties. Met de vingertop is het nooit meer goed gekomen.

Ik heb ook herinneringen van nog eerder, althans dat denk ik omdat het ongeluk met de deur gebeurde tijdens de verhuizing naar een ander huis. Er staan me gebeurtenissen bij uit het oude huis, aan de voet van een dijk. Een blik in de keuken, het voeren van de kippen. Maar misschien dat we later nog wel eens in dat huis op visite zijn geweest en de opnames in m’n geheugen gewoon verkeerd gedateerd zijn.

Toen mijn vader oud werd, vertelde hij me dat er steeds meer herinneringen aan zijn jeugd naar boven kwamen maar hij soms niets meer van gisteren wist. Je hersens als een biografisch museum waar je steeds verder in afdwaalt.

Ik kijk naar m’n wijsvinger en probeer me zoveel mogelijk van gisteren te herinneren.

Een vriendin voor wie het leven de laatste tijd niet zo lief is bekende me dat ze nadacht over parkieten. “Die had ik vroeger als kind. Ik leerde ze allerlei trucjes en had er echt een band mee. Als ik nu in mijn lege huis zit verlang ik er naar, naar dat gevoel.”

Ik hield m'n adem in. Zoals ik me als vegetariër ooit heb voorgenomen nooit, maar dan ook nóóit, iets te zeggen over het dodediereneetgedrag van vrienden, zo wil ik dat ook niet over levende huisdieren doen. Soms breekt m'n hart als ik een goudvis in een kom zie - een marteling waar ze meestal snel aan sterven, terwijl goudvissen wel dertig jaar oud kunnen worden - of hamsters in een kooi die onschuldig tot levenslang zijn veroordeeld. Om maar te zwijgen over vogels. Heb je vleugels, het ultieme instrument voor vrijheid, word je in een kooi gestopt. Alsof je een hongerige de mond dicht naait.

Ik perste m'n lippen op elkaar. Geen zucht of knor zou klinken. Zelfs geen afkeurende blik, al was dat overbodig want we spraken over de telefoon. Ik vreesde het lawaai van de stilte die dreigde te vallen. Wat moest ik dan zeggen?

“Maar ik doe het toch maar niet,” vervolgde ze en ik slaakte een onhoorbare zucht van verlichting. “Eentje in een kooi is zielig, dus dan moet je er twee en dat is weer zo’n gedoe.” Voorzichtig zei ik dat zelfs twee niet voldoende is, dat parkieten groepsdieren zijn. Weer snel de lippen op elkaar. Een ander onderwerp kwam aanvliegen en we hadden het er niet meer over.

Toen het gesprek eenmaal beëindigd was, keek ik de lege kamer rond, mijn vrijwillige kooi. Ik kon me haar verlangen zo goed voorstellen. De simpele, troostrijke band tussen mens en dier. Al is die helaas meestal troostrijker voor de mens dan voor het dier. Het dier moet vooral getroost worden omdat het veroordeeld is tot gevangenschap. Voor ons plezier. Zouden we dat niet anders aan kunnen pakken?

Ik zie ze vaak in het Park, zoals het park hier in Rotterdam echt heet. De halsbandparkieten. Ik noem ze papegaaien want dat maakt ze spannender, zoals de kat van de buren aan aanzien wint als je 'm beschouwt als straattijger. Ze wonen niet echt in het Park want ze slapen elders en je woont nu eenmaal niet waar je verblijft maar waar je slaapt. Die slaapplek is ergens in het noorden van de stad, waar ze met z’n duizenden overnachten. In het Park hangen ze overdag rond in kleine groepjes van tien, vijftien stuks. Hangen is het juiste woord want ze zitten niet alleen op boomtakken, ze hangen er ook aan, ondersteboven als ze met hun snavel of vrije poot een noot te pakken willen krijgen die net iets te ver hangt. Felgroene acrobaten zijn het.

Als de schemering valt zie ik ze het vaakst. In groepjes trekken ze dan vanaf de hoek van het Park, bij de Noorse zeemanskerk over de kale GJ de Jonghweg naar de Heemraadssingel waar veilige grote bomen staan. Ze vliegen laag en snel, als de dood voor roofvogels, en roepen ondertussen luid naar elkaar. Misschien iets over de te volgen koers, verraderlijke plekken, de smaak van de genuttigde nootjes of wie met wie de nacht gaat doorbrengen.

Als je ze eenmaal een keer gezien hebt vallen je ze elke avond op. Het maakt je leven vrolijker. Een vriend die ik op hun bestaan gewezen had, appte me een clipje van een vrouw in een Londens park die omgeven werd door de parkieten. Want ze had nootjes en waarom zou je ondersteboven aan een tak gaan hangen als je ze toegestopt kunt krijgen? Dieren zijn net zo gevoelig voor mcdonaldisering als mensen. In de steden eten vossen 's nachts het fast food uit de vuilnisbakken.

Can you believe this is in a London Park?! from r/gifs

Ik stelde me voor hoe het zou zijn als we met al die dieren in de stad een echte band op zouden bouwen. Zoals de vriendin met haar parkietjes. Niet alleen maar voeren. Ze van elkaar kunnen onderscheiden want de karakters van die parkieten, maar ook veel andere diersoorten, verschillen nogal per individu. Elkaar begroeten, aankijken, misschien een beetje geiten, verder niks. Een paar parkieten 's ochtends op het balkon, een spitse blik van de vos, konijnen die aan komen huppelen. Alleen de muggen zouden een probleem blijven, bedacht ik. Schaaltjes bloed klaarzetten misschien, vrijwillig bij de buren afgetapt.

Dat klinkt sprookjesachtig en naïef - Jungle Book in de stad - maar als je de documentaire Kedi over de katten van Istanbul bekijkt dan komt het beeld dat daar te zien is toch aardig in de buurt. De katten wonen op straat, zijn van niemand, maar worden door heel veel mensen verzorgd, gewaardeerd en verder met rust gelaten.

Dat zijn natuurlijk katten, een van de weinige dieren waar mensen meer interactie mee aangaan dan alleen maar voeren. De halsbandparkieten zullen over vijftig of honderd jaar waarschijnlijk gewoon alleen de nieuwe stadsduiven zijn. Gelukkig wel ontsnapt aan de kooi.

cc-foto: Frank Vassen

In de documentaire Ni Juge, Ni Soumise - nu online te huur - komt een moeder voor die haar kind vermoord heeft. Ze beschrijft in detail hoe ze dat gedaan heeft en hoe blij ze daarmee is want het was tegen Satan. De vrouw lijdt aan godsdienstwaanzin. Ze is jihadiste, zeggen de buren maar het is onduidelijk of dat echt zo is. Ik zette het beeld stil toen ze even in de camera keek. Onder haar irissen liep het wit van haar ogen zichtbaar door. Ik herinnerde me dat ik ooit ergens gelezen heb dat dat iets betekent. Maar wat? Een karaktertrek? Gekte? Dat zou hier wel op zijn plaats zijn. De vrouw is overduidelijk gestoord. Het is een van de griezeligste scenes die ik de laatste tijd zag, ook omdat ze er zo normaal uit ziet.

Die avond, voor het slapen gaan, probeerde ik het opvallende oogwitverschijnsel te googlen maar de zoektermen leverden zoveel nare aandoeningen op dat ik gestopt ben. Om de nachtrust te beschermen. Wie weet wat het wil zeggen? Ik hoor het graag.

Ni Juge, Ni Soumise, ik zou niet weten hoe je dat moet vertalen maar de Engelstalige titel luidt ‘So Help Me God’, toont het dagelijks werk van een Brusselse onderzoeksrechter. Een bijzondere vrouw die in haar 2CV door de stad scheurt, een rat als huisdier heeft maar vooral over misdrijven praat alsof het om broodbakken gaat. Wat het voor haar ook is, want dagelijks werk. Ze is voor niets en niemand bang en zeer direct. Het levert zulke bijzondere taferelen op dat je soms denkt naar een speelfilm te kijken maar het is toch echt een documentaire. Criminaliteit komt in al z’n verschijningsvormen voorbij, van simpele straatroof tot gruwelijke moorden.

In films wordt criminaliteit vaak enigszins verheerlijkt of in ieder geval spectaculair gemaakt. Criminelen zijn in de beeldvorming van het witte doek stoer, rebels, sluw, fascinerend slecht en vol lef. Dat moet wel, anders heb je geen verhaal voor de kijker. In werkelijkheid is criminaliteit alleen maar een poel van ellende. In Ni Juge, Ni Soumise zie je de criminelen ontdaan van alle glamour die ze wordt toegekend. Sneue types met weinig zelfkennis die niet in staat zijn hun leven in te richten. Dat ligt vermoedelijk niet eens helemaal aan henzelf al moet je altijd in gedachten houden dat anderen onder dezelfde omstandigheden niet zo worden. Het valt ook op dat de criminelen heel bedreven zijn in het alles en iedereen de schuld te geven van hun gedrag, behalve zichzelf. Ze hebben trouwens allemaal toestemming verleend voor het maken van de zeer openhartige opnames. Alleen dat al is verbijsterend.

Zo is er een man die zijn vrouw mishandelde en zijn cultuur - hij is van Turkse komaf - daarvan de schuld geeft. De rechter rekent daar in een paar zinnen mee af. Hij gaat steeds beteuterder kijken.

Bizar is misschien nog de beste omschrijving van wat je te zien krijgt. Alles is vreselijk maar op de een of andere manier vaak ook tragikomisch omdat de rechter er op zo’n droge manier mee omgaat. Het openen van een graf op een hete zomerdag wordt zo bijna een uitje. Ze staat erbij met een parasolletje en merkt op ‘gelukkig waait er een fris windje’. Niet voor de hitte maar voor de geur.

Ni Juge, Ni Soumise is een soort backstage documentaire van programma’s als Opsporing Verzocht. Het gaat niet om de misdrijven, niet om de mensen die ze plegen, niet om de slachtoffers maar om de hele santekraam die nodig is om er als maatschappij mee om te gaan. Over de mensen die proberen de boel in het gareel te houden door de onverbeterlijken op te sluiten en de pechvogels nog een kans te geven. Het is de wereld om je heen die je nooit ziet.

Volgend jaar is het vijftig jaar geleden dat Neil Armstrong als eerste mens voet op de Maan zette. “Een kleine stap voor de mens, een grote sprong voor de mensheid,” luidden zijn historische woorden. In de film First Man, die vooruit loopt op de herdenking, wordt vooral naar de eerste helft van die uitspraak gekeken. De man die de kleine stap deed. Je krijgt niet het idee dat astronaut Neil Armstrong (1930-2012), gespeeld door Ryan Gosling, het zelf een enorme prestatie vond. Hij was te druk met het klaren van de klus om zich daarmee bezig te houden. In de film zien we Armstrong in de tuin voor zijn huis nog wel naar de maan kijken en mijmeren. Logisch, denk je maar het is verzonnen. Dat doe ik nooit, antwoordde de astronaut toen een verslaggever hem vroeg of hij wel eens naar de maan staarde. Het was interessanter geweest als de film zich daar meer op geconcentreerd had: hoe kun je zo koel zijn?

De Armstrong uit de film riep herinnering bij me op aan Sergei Krikalev, de Russische kosmonaut over wie de documentaire Out of the Present (1997) is gemaakt. Hij verbleef in 1991-92 aan boord van het Russische ruimtestation Mir en cirkelde tien maanden achtereen om de Aarde. Dat was veel langer dan gepland omdat onder hem ondertussen de Sovjet-Unie uit elkaar viel en het door politiek steekspel onduidelijk was wanneer hij terug kon keren. Een intrigerend gegeven. Bij de vertoning op het filmfestival IFFR in Rotterdam was Krikalev aanwezig en beantwoordde na afloop vragen uit het publiek. Een koelbloediger iemand heb ik nooit van m'n leven ontmoet. Deze man zou zich door niets van de wijs laten brengen. Ik las ooit een verhaal over een testpiloot die de controle verloor over het toestel dat hij vloog. Het vliegtuig stortte richting aarde en zou binnen anderhalve minuut te pletter slaan. Wat doe je dan? Bidden? Gillen? De testpiloot daarentegen pakte de gebruiksaanwijzing en zocht op welke handeling hij moest verrichten om het toestel weer onder controle te krijgen. Wat hem lukte.

In First Man zit een soortgelijke scène maar op de een of andere manier wordt die koelbloedigheid meer gebracht als een soort emotioneel onvermogen dan als een deugd. Misschien omdat we leven in een tijd waar de emotie heilig is verklaard en alles verdringt. Regisseur Damien Chazelle, bekend van onder andere La La Land, maakt van de landing een persoonlijk verwerkingsproces van Armstrong. Leed dat we kunnen vatten. Het is de bekende Hollywood-saus die als ketchup alles hetzelfde doet smaken.

Tegelijkertijd is de film ook onbevredigend omdat de karakters allemaal even plat blijven als de zilveren schijf die 's nachts aan de hemel hangt. Wel indrukwekkend zijn de beelden van wat een astronaut fysiek moet doorstaan als hij of zij de ruimte in wordt geschoten. Die blijven hangen maar de twee uur drama waar ze in ingebed zijn niet. Ik ben oud genoeg om me de landing op de Maan te kunnen herinneren. 's Nachts met het hele gezin voor de zwart-wit tv. Dat was toch een stuk spannender. Degenen die dat niet meegemaakt hebben, verdienden een interessantere film dan First Man.

In Stroe, dat is een dorpje op de Veluwe waar ik ook nog nooit van gehoord had, staat een biologische geitenboerderij waar ze aan geitenyoga doen.

Geitenyoga dat is, je raadt het nooit, yoga met geiten. Geiten zijn niet alleen heel slimme, sociale en goedmoedige boerderijdieren, ze vinden het ook leuk om overal, maar dan ook werkelijk overal, op te klimmen. Dus als je op handen en voeten gaat staan en er is een geit in de buurt dan is de kans groot dat ze op je rug springt.

Een Amerikaanse yoga-lerares, die ook geiten heeft en dat bemerkte, bedacht meteen een business model. Sindsdien verovert geitenyoga de wereld.

Want dat de wereld vol zit met geitenliefhebbers is een van de grootste geheimen. Mensen zeggen niet gauw uit zichzelf dat ze geiten leuk vinden want ja, dat klinkt al snel zo gek. Maar als je het onderwerp in gezelschap aansnijdt zijn er altijd wel een of meer gelijkgestemden. De ogen gaan glimmen, er verschijnt een glimlach op de mond en al snel worden de verhalen uitgewisseld over hoe bijzonder geiten zijn. Dat ze gezichten herkennen en de voorkeur geven aan mensen die lachen bijvoorbeeld. Of hoe ze vasthoudend zijn zonder agressief te worden.

En natuurlijk hun moed. Een geit is nergens bang voor. Ik weet nog dat mijn vader me vertelde hoe in zijn vaderland Argentinië boeren een geit of bok tussen hun vee zetten als er een roofdier in de buurt was. Het vee sloeg in paniek op de vlucht voor zo’n roofdier, wat niet handig is in een kraal of ander afgezet gebied. De geit daarentegen opende de aanval en verjoeg de indringer.

Goed, geiten dus. In Stroe. Ze bleken superlief omdat ze iedere dag geknuffeld worden. Serieus. Dat is - ook - omdat het melken dan makkelijker gaat. Er is nog wel eens wat te doen over melken omdat daarvoor de lammetjes bij de moeder worden weggehaald maar dat doet deze boerin niet. Zolang een lammetje drinkt mogen ze bij hun moeder blijven.

Van die melk maakt ze kaas en die wordt onder meer verkocht aan l’Arpège, het toprestaurant van drie sterren ‘groentekok’ Alain Passard in Parijs. Toevallig m'n lievelingskok, al heb ik er nooit gegeten en dat vermoedelijk ook nooit zal doen sinds een vriend me vertelde dat hij wit wegtrok toen hij er na een etentje de rekening kreeg.

Dus eenmaal weer thuis zocht ik een recept van Passard om met de aangeschafte verse geitenkaas te maken. Ik kwam op deze site waar iemand een zelf bedachte variatie op een beroemd gerecht van Passard had gemaakt. Dat heb ik zelf weer versimpeld door de geitenkaas gewoon in blokjes te snijden in plaats van er ingewikkeld bolletjes van te maken. En de bietjes, of zoals we in Rotterdam zeggen krootjes, heb ik kant-en-klaar biologisch gekocht bij de supermarkt. Dan is het echt een supersimpel en supersnel te maken gerecht maar toch superlekker. Met dank aan de geitjes van de Groote Stroe. Of zoals de boerin zegt: de dames.

PS: Je kunt er ook gewone geitenkaas voor gebruiken maar wel biologische graag want dat betekent onder meer dat de geitjes naar buiten mogen en niet bij voorbaat platgespoten worden met antibiotica. Beter voor dier en mens.