Spring naar inhoud

Een loom stadje in de Vogezen waar, op het passeren van de seizoenen na, nooit iets gebeurt. Behalve dan de guerrilla-acties van een groep anarchistische nudisten die auto’s stelen en nietsvermoedende voetgangers van hun kleding beroven. Dat is de setting van de Franse film Perdrix.

Je zou denken dat de film gaat over de geradicaliseerde naaktlopers maar hun rol heeft, ik kan het niet anders formuleren, weinig om het lijf. Ze zijn er af en toe, zonder verdere verklaring. Net zoals de moeder van de hoofdpersoon iedere nacht met een andere man in bed ligt. Het is allemaal net zo vanzelfsprekend als het vallen van de blaadjes.

Die hoofdpersoon is een kleurloze politieofficier, overtuigend gespeeld door Swann Arlaud, die geen enkele ambitie in het leven heeft. Zijn bestaan is net zo boeiend als dat van een draaideur van de Bijenkorf: wat er ook passeert, hij gaat nergens heen. Totdat er een jonge vrouw, Maud Wyler, arriveert die zijn hart zo doet kloppen dat z'n leven begint te trillen op z'n grondvesten. Ze noteert obsessief in dagboeken wat ze allemaal meemaakt en is tegelijk de rust zelve. Rust als in een slapende vulkaan.

Ik zou nu kunnen zeggen dat ik het verhaal verder niet wil verklappen, en dat zou dan niet gelogen zijn, maar de naakte waarheid - ja, dat nudisme blijkt aanstekelijk - is dat ik het gewoon niet na kan vertellen. Ik heb er geen hout van begrepen en toch vond ik Perdrix een heel fijne, vermakelijke en mooie film. Wat dat betreft is het net als de liefde en verdomd: daar gaat de film ook over. Zoals vrijwel alle Franse films dat thema eindeloos weten te behandelen. Wat het getal pi is voor de wiskunde, dat is liefde voor de Franse cinema: een oneindig element in iedere formule, van drama tot horror. Franse filmmakers zijn ontdekkingsreizigers van het hart en het lukt ze nooit echt dat in kaart te brengen omdat ze altijd navigeren met hun hoofd. Bij iedere dialoog vraag je je af op welke filosoof die nu weer gebaseerd is. Ook bij Perdrix.

Ik las wat recensies en begreep er nog steeds niks van totdat ik de naam van de dichter googelde die de hoofdpersoon noemde als zijn grote favoriet. Novalis, een Duitse romanticus uit de 18e eeuw die maar heel weinig werk heeft nagelaten maar die een enorme invloed heeft gehad op anderen. In Nederland schreven zowel Nijhoff als Slauerhoff een gedicht over hem, meer dan honderd jaar na zijn dood.

Hij wist met kalme angst hoe alles moest
Leven: voortleven, zalig of verdoemd.
Niets wordt vernietigd, spoorloos verwoest;
Een geur, een toon die in de stilte zoemt,

Iets blijft - hoe ook verijld, versteend, verbloemd,
Leven moet alles tot in eeuwigheid.
Geen sluimring, geen min, geen dood verzoent
De kruistooht redeloos door ruimte en tijd.

Fragment van het gedicht Novalis; J. Slauerhoff (1898-1936)

Ineens viel het kwartje, of liever gezegd de centime. Ik begon de film te begrijpen. Bij wijze van spreken dan. Het ging over de onvermijdelijke zoektocht naar liefde, die in absurdheid en onbegrijpelijkheid veelal niet onderdoet voor het gedrag van ongrijpbare radicale nudisten. Liefde kan niet zonder romantiek maar als de romantiek zich eenmaal meester van je maakt dan wordt de liefde ook steeds onbereikbaarder.

Ik moest denken aan een chanson van Albin de la Simone, Le Grand Amour, waarin hij een ideale liefdesrelatie bezingt:

We spraken niet over de liefde
De liefde
Wat is dat?
We hebben nooit over de liefde gesproken
De grote liefde
Die bestond niet

De grote liefde dat is voor romantici wat de oerknal is voor astronomen en de Heilige Graal voor mystici, als je die eenmaal vindt dan begrijp je alles. Maar je weet uit Indiana Jones wat er met je gebeurt als je de hand weet te leggen op de Heilige Graal en de oerknal overleef je evenmin. Zo is het ook met de grote liefde.

Toen bedacht ik het dat het in deze tijd van lockdown en duisternis goed zou zijn om een online festival van films over de liefde te organiseren. Met alleen maar Franse films natuurlijk. Er was een tijd dat je bij zo’n idee kon wegdromen maar nu is er Google, het machtigste wapen tegen romantiek. Alles is al eens bedacht door een ander.

Het festival van films over de liefde blijkt al meer dan 35 jaar te bestaan in de Belgische plaats Mons (Bergen) waar het in 1984 opgericht werd door Elio di Rupio, de latere premier van België. De volgende editie is gepland voor de tweede week van maart in 2021. Ik vermoed dat het wel eens een online editie kan gaan worden.

Perdrix is een goede voorbereiding daartoe.

Ik zag Perdrix via Vitamine, de streamingdienst voor Cineville-abonnees. Hier andere mogelijkheden om de film te zien

Persoonlijke keuze van films, muziek, boeken, kunst en theater uit 2018.

Ik ben niet zo van de beste dit of de beste dat, behalve dan de beste wensen, maar dit zijn de films, boeken, theater, kunst en muziek waar ik zo van genoot en door geraakt werd in 2018 dat ik ze niet snel zal vergeten. Van iedere categorie een.

Speelfilm: Den Skyldige

Een van de indrukwekkendste films die ik de afgelopen 10 jaar zag. Aangrijpend. Het overkomt me niet vaak dat ik in de bioscoop een traan moet laten maar Gustav Möller weet het met deze verpletterende debuutfilm voor elkaar te krijgen. Een agent in een Deense alarmcentrale krijgt een telefoontje over een ontvoering en wat er dan gebeurt... Een thriller, drama en zonder dat het benoemd wordt ook een scherpe politieke kritiek.

Documentaire: Fahrenheit 11/9

Michael Moore op z'n best schetst op de hem eigen wijze een even komisch als verontrustend beeld van de politieke situatie in de Verenigde Staten. Democratie of dictatuur, dat is de keuze waar het land voor staat.

Roman: Geschiedenis van geweld

Ik moest er twee keer in beginnen, in deze roman van Edouard Louis. De eerste keer kreeg het verhaal over een man die een onbekende van straat in huis haalt geen vat op me. De tweede keer liet het me niet meer los. Het is een verhaal dat onder je huid kruipt, je bent met hen in de kamer, bekropen door eenzaamheid en angst, de leidende gevoelens van deze tijd.

Non-fictie: Uit de puinhopen

Niet eerder las ik zo'n heldere beschrijving van de wereld waarin we ons bevinden en hoe we daar verandering in kunnen brengen. Het is een messcherpe analyse van maatschappelijke misstanden en de dominantie van het neoliberale denken, een systeem dat volgens bioloog en journalist George Monbiot veel beter is toegesneden op chimpansees dan mensen. Het alternatief dat hij schetst, doet veel meer denken aan bonobo's, je weet wel de apen die alles oplossen met liefde en seks.

Muziek: La même

Een duet van m'n twee favoriete Franse zangers, Maître Gims en Vianney, de een met een stem diep als een scheepshoorn, de ander die fragiel klinkt alsof hij door een plastic koffiebekertje zingt. Over het niet in hokjes gestopt willen worden. 'Het is mij hetzelfde'. Voor op repeat.

Theater: Para

Het stuk dateert uit 2017 maar ik zag het dit jaar voor het eerst. Bruno Vanden Broecke die eerder al zalen platspeelde met de solovoorstelling Missie over een pater in Congo, is in Para een Belgische militair die terugkeert van een vredesmissie in Somalië. Hij kegelt ons zelfbeeld in een langzaam ontrollende strike helemaal omver. Meeleven met de militair en compleet geschokt raken door wat er wordt aangericht. Ik verliet de zaal in totale verwarring.

Kunst: The London Mastaba

Een puntloze piramide opgebouwd uit ruim 7500 olievaten die deze zomer dreef in de vijver van Hyde Park. Dit gigantische kunstwerk van Christo en Jeanne-Claude omvat de geschiedenis en - hopelijk - toekomst van de klimaatcrisis. Het doet onwillekeurig denken aan het Egyptische rijk, groots maar toch ten ondergegaan, uit de woestijn waar de olie vandaan gehaald wordt die een ongekende rijkdom heeft gebracht maar ook de totale verwoesting. Drijvend, niet in staat zelf koers te houden. Nadat de mastaba werd afgebroken, werd alles recycled en kreeg het park een ecologische opknapbeurt. Laat ook dat een voorbeeld zijn.

Iedereen een mooie Kerst en een goed 2019 gewenst, dank voor je aandacht en interesse.

De oude witte Peugeot 205 voor me op de provinciale weg in Zuid-Frankrijk zwierde even naar rechts, zijn rechterwielen verlieten het asfalt en ploegden door de zachte berm. Stof werd de lucht in gelanceerd als bij een grasmaaier. We reden niet hard, maar 80 kilometer per uur is geen prettige snelheid om van de weg te raken. Zeker niet met een berm die hooguit tien centimeter breed is en daarbuiten steil naar beneden afloopt. De bestuurder gaf een ruk aan het stuur, de auto belandde weer op de weg maar met zo'n ruk dat ik vreesde dat hij zich in de gestage stroom tegenliggers zou boren.

Als je over een evenwichtsbalk loopt en je evenwicht verliest leun je vaak eerst de juiste kant op en daarna meteen de verkeerde, zodat je alsnog valt. Zo ging het met de auto ook. Hij schoot weer naar rechts, raakte van het asfalt en knalde tegen een elektriciteitspaal die langs de weg stond. Het hout knapte als een lucifer doormidden. Het gemak waarmee dat ging verbaasde me. Vervolgens draaide de auto in de lucht om zijn lengteas en landde met een klap op zijn kop een stuk lager in de diepe greppel naast de weg.

Het hele tafereel duurde schat ik niet meer dan 4 seconden maar het leek wel een minuut.

10151504782735633-kopie

Veel mensen die een ongeluk meemaken vertellen over het slow motion effect. Je ziet alles heel traag, alsof de natuur je nog een extra kans geeft te reageren. Volgens wetenschappers wordt dat effect veroorzaakt doordat je hersenen in crisissituaties veel meer registreren dan onder normale omstandigheden. En omdat de herinneringen rijker zijn lijkt het alsof het langer duurde.

Ik stopte en zette de alarmlichten van mijn auto aan. Ik zag in mijn spiegel de achteropkomende auto's hetzelfde doen. En de tegemoetkomende. Al het verkeer op de tweebaansweg kwam tot stilstand.

Ik sprong naar buiten en zag toen pas dat in de diepe greppel een stevige stroom water liep. De auto lag half onder water tussen de steile oevers in. Mijn god, hoe gingen we die mensen er in hemelsnaam uit krijgen? En zouden ze nog leven?

Ik gaf mijn telefoon aan mijn vriendin met de opdracht 'bel 112' en rende naar de verongelukte auto, net als een paar andere bestuurders.
Anderen wuifden naar auto's verderop en riepen 'Kom helpen! Kom helpen!'

We moesten in de sloot springen, een man riep 'niet doen, niet doen er liggen elektriciteitskabels in het water'. Ik zag de afgebroken mast in het water liggen met wat kabels als tentakels om zich heen, dacht 'daar hebben we geen tijd voor' en sprong. Tegen de achterste zijruit die nog een stukje boven het grijsgroene water uitstak, zag ik twee kinderhanden gedrukt. Ik voelde de adrenaline nog verder stijgen 'dit gaan we niet laten gebeuren' flitste het door me heen. Maar wat te doen? Een man rukte aan het achterportier. 'Wacht', zei ik. 'Waarom?' 'Er zit nog lucht in de auto'. Als de deur openging zou de auto gelijk volstromen en misschien wel verder meegesleurd worden met de heftige stroom water. Maar wat we wel moesten doen wist ik ook niet. We stonden met z'n vieren in het water. Iedereen schreeuwde adviezen en commando's totdat iemand riep 'Stil! Ze roepen wat'. Uit de auto klonken kreten, ik kon ze niet verstaan.

De stevige kerel links naast me kwam met de oplossing. 'We tillen 'm omhoog'.

In noodsituaties blijk je vaak veel sterker te zijn dan je altijd gedacht hebt. We slaagden er in de auto zo ver uit het water te tillen dat het achterportierraam en de achterruit boven water kwamen. Sla de ruit in! riep iemand. Een man sprong van de kant in de sloot en beukte met zijn elleboog tegen de ruit. Tevergeefs. Er werd uit het niets een lange metalen soort gordijnroede met een puntig uiteinde aangereikt. Een man stak er krachtig mee in op de achterruit. Zonder effect.

Zoals de roede uit het niets werd aangereikt kwam er ook ineens iemand met een keukentrap die in het water tegen de steile wand werd geplaatst. Meer mannen voegden zich bij ons en ineens was daar het ruitentikhamertje. De man bij de achterruit pakte het aan en begon op het glas in te slaan. Korte, droge tikken. Bij de derde slag brak het glas. Met de hamer maakte hij het gat groter, reikte zijn handen naar binnen en trok een kind van een jaar of 12, 13 uit het wrak. Daarna nog een. Ze werden meteen via de trap op de kant gehesen. De hamer werd doorgegeven en nu ging de zijruit er aan. Een vrouw kroop naar buiten en ook zij werd uit het wrak gehesen. Daarna volgde een man.

Plots voelde de auto veel zwaarder. Help me, riep ik. De man naast me pakte mn arm. 'Laat maar los, ze zijn er allemaal uit'. Ik draaide me om. M'n lichaam trilde, van de schok of de plotselinge inspanning. Of allebei. Voor me stond de bestuurder. Hij staarde verbijsterd en verslagen voor zich uit, zoals een keeper die net de winnende goal heeft doorgelaten. Aan zijn neus hing een druppel water. Ik legde mijn hand op zijn schouder. Hij reageerde niet.

De bestuurder en andere mannen klommen via de trap uit het water. Ik ging als laatste. Toen ik weer op de weg stond waren de slachtoffers al verdwenen, opgevangen in een van de huizen. Mensen stapten weer in hun auto, motoren werden gestart. Ik voelde in m'n broekzak, haalde m'n portfeuille tevoorschijn en liet het water er uit lopen. Hulpdiensten waren nog nergens te bekennen. Ik liep naar de auto achter me waarvan de breedgeschouderde bestuurder wilde instappen en gaf hem een hand. Hij lachte.
'Waar gaan jullie heen?'
Saint Remy.
'Bon voyage'.
Hij stapte in, we staken nog even duimen tegen elkaar op. Ik liep nog even terug naar het wrak, maakte een foto, trok m'n doorweekte korte broek uit, stapte in en reed weg. Het verkeer was alweer op gang. Even verderop doemde het beeld van de kinderhanden tegen de ruit weer op en ik moest spontaan snikken.

M'n vriendin gaf me mijn iPhone terug. Een Franse vrouw had er gedurende de hele reddingsoperatie live verslag mee gedaan aan de meldkamer van 112 en hing pas op toen iedereen veilig was.

Later zag ik dat het gesprek drie minuten had geduurd.