De roman Waar ik liever niet aan denk, doet zijn titel eer aan

Ik leg voortdurend lijstjes aan van boeken die ik wil lezen. Maar uiteindelijk lees ik hele andere, die min of meer toevallig op m’n pad komen. Dat geldt overigens niet alleen voor boeken. Ik heb hetzelfde met films, recepten, zelfs vakanties. De todo-lists moeten mijn impulsieve gedrag bezweren, tevergeefs want in werkelijkheid ren ik mijn hele leven al achter mezelf aan.

Zo begon ik ook in Waar ik liever niet aan denk van Jente Posthuma. Ik vernam uit The Guardian dat de Engelse vertaling van die roman uit 2020 op de short list voor de Booker Prize stond vanwege de goede vertaling. Zo, dat was wat. Ik las het boek vervolgens in het Nederlands waarmee ik prompt het directe verband met de aanleiding vernietigde.

Op een feestje, in de keuken omdat het de enige plek is waar je kunt ontsnappen aan een ongemakkelijke houding.
“Ik ben dat boek van Jente Posthuma aan het lezen, weet je wel die Nederlandse roman die op de short list van de Booker Prize staat.”
“O interessant, hoe is de vertaling?”
“Eh, ja… geen idee.”

Ik wist toen ik begon te lezen ook niet waar het boek over ging. Ik had alleen wel even gecheckt of het niet 800 pagina’s of meer beslaat want dan haal ik mijn reading challenge 2024 van 50 boeken niet. ‘Waar ik liever niet aan denk’ telt 240 pagina’s. Perfect. “Ik las het in een ruk uit” schreef iemand op Goodreads. Nog beter. Ga ik ook doen.

Helaas lukte mij dat niet. Ik deed er drie weken over. Moest zelfs een keer van voren af aan opnieuw beginnen. Dat ligt ongetwijfeld aan mijn dag-‘indeling’ van de afgelopen weken, die er uit ziet als de actuele situatie van mijn wasmand sinds de wasmachine op reparatie wacht. Maar toch ook aan het boek.

Het verhaal begint met een waterboardingscène. Pas nu ik dit opschrijf valt dat begin als een puzzelstuk op z’n plaats in het grotere plaatje. Want een puzzel is ‘Waar ik liever niet aan denk’. De roman is een verzameling korte fragmenten die heen en weer in de tijd springen. Dat gebrek aan overzicht zorgt dat het besef van de gebeurtenissen je net zo langzaam bekruipt als bij de hoofdpersoon zelf maar maakt het lastig om je in het verhaal onder te dompelen en de stukjes in elkaar te passen. De Good Reads lezer had gelijk, je moet het eigenlijk in een keer uitlezen, ademloos.

Ik wil er niet te veel over vertellen. De hoofdpersoon, die geen naam heeft, is de helft van een tweeling. Haar eveneens naamloze broer werd als eerste geboren en noemt zichzelf Een en haar Twee.

Als je samen in een baarmoeder hebt gezeten, heb je wel een band maar die is hier toch anders dan verondersteld. Ze zijn wel erg close maar toch is hij ook onbereikbaar voor haar. Hij raakt steeds verder weg, tot hij op een dag verdwijnt. Zoals dat ook bij de geboorte ging en zij achterbleef in de baarmoeder. Dat duurde weliswaar kort maar voor een ongeboren baby is dat al snel een heel leven.

Het boek bevat de reconstructie van de aanloop naar de traumatische verdwijning en de verwerking er van. Als ze het opschrijft is ze al alleen maar de broer kleeft nog steeds als een schaduw aan haar.

Wat me trof is dat er zoveel in het boek voorkomt dat uit mijn eigen leven gegrepen lijkt. Niet in de zin van herkenbaar maar gewoon dingen die ik ken. Het zal een particuliere ervaring zijn maar ik heb dat geloof ik nooit eerder meegemaakt. Gespreksonderwerpen, gebeurtenissen. Zo gaat de hoofdpersoon naar de voorstelling Kamp van theatergroep Hotel Modern, een zeer indrukwekkend stuk waarbij Auschwitz wordt nagespeeld met duizenden kleine poppetjes. Ik interviewde de makers toen Kamp in 2005 in première ging. Om maar een voorzichtig voorbeeld te noemen, het verhaal heeft veel van die ‘o ja, dat ken ik’ aspecten.

Een minder voorzichtig voorbeeld: de broer wordt gepest op school, daar zaten scènes bij die uit mijn eigen dagboek konden komen.

Ik sluit niet uit dat andere lezers soortgelijke ervaringen hebben. Als lezer word je op de een of andere manier onderdeel van het verhaal.

Misschien dat ik vanwege die confrontatie het boek – geheel in de geest van de titel – steeds even moest wegleggen terwijl ik van plan was het gulzig te verslinden.

Het verhaal raakte me tijdens het lezen soms diep maar nu ik het uit heb, merk ik dat ik er eigenlijk niets over kan navertellen. Alsof het een betoverende sneeuwvlok is die wegsmelt als je ‘m wilt bekijken. Daar gaat het boek ook over, bedenk ik nu, over hoe je bovenop het leven zit en er toch maar geen grip op krijgt. Het leven is een puzzel die bestaat uit sneeuwvlokjes.

Ik geloof dat ik het hier maar bij moet laten.

PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een zeer persoonlijke nieuwsbrief over wat ik de voorbije week zag, las, meemaakte en dacht. Abonneer je hier gratis.

2 Comments

  • knap dat een schrijver een (stukje) leven kan beschrijven waar geen grip op zit.

    • Jazeker. Als je het leest voel je de controle ook ontglippen.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.