Als er geklaagd wordt dat Nederland verdeeld is geraakt, dat mensen onverdraagzamer zijn dan tien jaar geleden, dat het debat verhard is, kortom dat Nederlanders het niet meer zo fijn hebben met elkaar, dan wordt er altijd gewezen naar de usual suspects: Verdonk en Wilders
Om de een of andere reden twijfel ik daar steeds meer aan. Deze mensen en hun opvattingen zijn er altijd geweest en zullen er altijd zijn. De vraag is hooguit waarom ze zoveel aandacht krijgen. Ik begin de laatste tijd steeds meer overtuigd te raken van het idee dat er maar één verklaring is voor de Nederlandse verdeeldheid: Balkenende.
Eerst dacht ik dat het kwam door zijn gebrek aan leiderschap. Hij is immers de premier die zich nog nooit echt als een premier heeft gedragen, hij houdt zich volledig afzijdig en geeft geen enkele richting aan het publieke debat. En de leider van een land heeft nu eenmaal grote invloed op de samenleving. Niet alleen door wat hij doet maar door wie hij is.
Gisteren schoot me ineens een andere verklaring te binnen.
Ik ben opgegroeid in een klein dorp waar vier protestantse kerken stonden. Stuk voor stuk gunden de aanhangers van de ene kerk die van de andere kerk het licht niet in de ogen. Het dorp telde vanwege de religieuze schisma’s zelfs drie bakkers. Het was ondenkbaar dat iemand van kerk A brood zou kopen bij een bakker van kerk C.
De kerkenstrijd leidde ook tot oneindige vetes tussen buren waarbij de een bijvoorbeeld steevast de matten ging kloppen zo gauw de ander de was had buiten gehangen.
De een voelde zich beter dan de ander. En andersom.
Balkenende komt uit die benepen wereld. Hij is gewend aan die verdeeldheid, het elkaar naar het leven staan en het superioriteitsgevoel.
Hij heeft Nederland gemaakt tot zo’n dorp.
CC-foto: Peter Hilton