
Als tiener kende ik een jongen die deel uitmaakte van een criminele familie. Hun huis lag vol met gestolen spullen. Ik weet nog hoe verbijsterd ik was toen ik dat zag. Niet alleen omdat de huiskamer ongelofelijk rommelig was maar ook omdat het voor mij onvoorstelbaar was dat je ouders zouden weten dat je iets doet wat niet mag. De moeder van de vriend, die ik later inderdaad herkende in Ma Flodder, slofte door de huiskamer en vond het allemaal prima. “Die mensen zijn verzekerd en kopen zo een nieuwe,” zei ze geruststellend toen ik lichtelijk nerveus luisterde naar de zoon die glunderend vertelde hoe hij aan een buit was gekomen.
Ik moest aan het tafereel denken toen ik Mes frères et moi zag, een even empathische als realistische film over een jongetje uit een crimineel gezin, of wat daar van over is. De scènes lijken soms absurd maar komen toch zeer herkenbaar over, inclusief de simplistische en tegelijk onnavolgbare manier van denken. Criminelen zijn meestal niet de snuggerste types.
De jonge tiener Nour woont met zijn broers in een desolate buurt aan de Franse zuidkust. Ze scharrelen wat inkomsten bij elkaar met kleine criminaliteit. In huis ligt moeder op haar sterfbed. Nour laat haar opera horen, omdat ze daar zo van houdt. Zoals de aangrijpende aria Una furtiva lagrima, die zijn inmiddels overleden Italiaanse vader vroeger voor haar zong. Nour wordt zelf gegrepen door die muziek en kan het lied ook meezingen. Zachtjes, omdat zijn broers hem uit zullen lachen als ze het horen.
Bij toeval komt hij, tijdens het uitvoeren van een door justitie opgelegde taakstraf, in contact met een operazangeres die in het kader van culturele vorming les geeft aan de plaatselijke jeugd. Ze herkent zijn talent en wil dat ontwikkelen maar dat gaat natuurlijk niet zo gemakkelijk. Nour is niet alleen arm, hij leeft ook een in sociale krabbenmand waaruit zijn broers hem niet laten ontsnappen. De strijd is even hartverscheurend als komisch.
De acteurs van Mes frères et moi spelen met veel overtuigingskracht de sterren van de hemel, zoals dat heet. En de cameravoering is zo intiem dat je het gevoel krijgt deel uit te maken van het gezin. Het lijkt soms meer een documentaire dan een speelfilm.
De film deed me ook terugdenken aan de keer dat ik op een warme zomeravond in de arena van Verona een uitvoering van Il Trovatore bijwoonde. De tribune zat tot mijn verrassing helemaal vol met Italiaanse families die koelboxen met drank en eten bij zich hadden en alle liederen uit hun hoofd kenden. Opera is van oudsher ook volksmuziek. Mes frères et moi lijkt misschien een hedendaags sprookje maar brengt de cultuur gewoon terug naar waar ze thuishoort.