Eén van de, zo niet hèt, mooiste beeld dat ik ooit gezien heb viert vandaag zijn 500ste verjaardag. De David van Michelango, in ieder geval het beroemdste beeld ter wereld, werd op 8 september (de feestdag Maria Geboorte) 1504 aan het publiek getoond. De toen 26-jarige Michelangelo kreeg de opdracht drie jaar eerder. Hij moest het beeld maken uit een blok marmer dat zo kolossaal was dat vóór hem drie andere beeldhouwers, waaronder Leonardo da Vinci, de opdracht afsloegen.

Het transport van het meer dan vijf meter hoge beeld door de straten van Florence nam vier dagen in beslag en vond plaats onder zware bewaking omdat het al meteen vanaf het begin gevandaliseerd werd (voor het laatst in 1991). Schoonheid is voor een bepaald slag mensen nu eenmaal onverdragelijk.
Ik zag de David drie jaar geleden in Florence. Of zien is niet het juiste woord, ik onderging het meer. Op de een of andere manier gaat er zo’n enorme aantrekkingskracht van uit dat je je er als toeschouwer amper van los kunt maken. De combinatie van kracht en kwetsbaarheid, van subtiliteit en grootsheid maakt dat je er om heen blijft draaien. Dat is ook het tafereel daar. Toeschouwers schuifelen rondjes om het beeld, de mond veelal half open van verbazing, zoekend naar een verklaring voor de betovering. Sommigen nemen de houding van David aan om te ontdekken dat die niet lang is vol te houden.
Ik heb er wel een uur naar gekeken, m’n lippen steeds opnieuw op elkaar drukkend.
Op internet is een gedigitaliseerde weergave te zien, maar alleen voor Windows-computers.