Spring naar inhoud

Een paar maanden geleden prees iemand op Twitter een oud boek aan dat tot de meest gekoesterde exemplaren uit zijn boekenkast hoorde. Lost Treasures of Europe, een fotoboek uit 1946 met 427 foto’s van gebouwen en kunstschatten die in de Tweede Wereldoorlog verwoest zijn. Ik aarzelde geen moment en bestelde via een antiquariaatsite een exemplaar dat een paar dagen later in de brievenbus lag. Toen was de impuls die tot de aankoop leidde alweer weggeëbd en ik legde het boek in de kast. Meer iets voor mei, de maand waarin we de verschrikkingen van de oorlog herdenken. Dus nu kwam het uit de kast.

Een gebonden werk met vergeelde pagina’s, een ex libris van de vorige eigenaar en oude foto’s, precies zoals je dat verwacht van een kunstschat.

Het boek is direct na de oorlog gemaakt, samengesteld door Henry Lafarge die meer kunstboeken op zijn naam heeft staan. In de inleiding vertelt hij hoe lastig de klus was. Hij moest vanuit de VS een overzicht zien te krijgen van de kolossale oorlogsschade in Europa en dan ook nog met foto’s. Dat bleek veelal onmogelijk. De directeur van het museum in Hamburg die hij aanschreef antwoordde hem graag te willen helpen maar daar helaas niet toe in staat te zijn. “Zelfs de kleinste dingen zijn onmogelijk. Als Duitser mag ik geen foto’s naar Amerika verzenden.” Als de directeur überhaupt nog foto’s had gehad want die waren zoals zoveel verloren gegaan bij de bombardementen. “Ik zie dat u geen idee heeft van de toestand hier.”

De toestand. We denken bij oorlog - terecht - aan menselijk leed maar er wordt ook immens veel vernietigd. Ik woon in een stad waarvan het hele centrum is weggevaagd. Ik realiseerde me de enormiteit daarvan pas toen mijn vader me eens vertelde dat hij een paar jaar na de oorlog op het Centraal Station arriveerde en vandaar de Maasbruggen en de rivier zag liggen. Daartussen stond vrijwel niets meer overeind. Het hele stadscentrum. Weg. En dat was een bijzonder centrum, weet ik dankzij het boek van Edmondo de Amicis uit 1874. (Dat kun je hier lezen).

In het boek staan wat foto’s van Rotterdam. De Laurenskerk natuurlijk, de Notre Dame van deze stad, om het zo maar te zeggen. Het enige gebouw in de stad dat stamt uit de Middeleeuwen. De bouw begon 570 jaar geleden, in 1449. Compleet verwoest.

Op 14 mei 1940 bombardeerde de Duitse Luftwaffe het centrum met brandbommen. Het was een zinloze geweldsdaad omdat Nederland een half uur daarvoor gevolg had gegeven aan het Duitse ultimatum en bereid was te capituleren. Of het bombardement per ongeluk toch doorging of dat het expres werd uitgevoerd om andere steden te intimideren tot overgave, is onderwerp van discussie. Er is nooit een proces over gevoerd omdat de geallieerden bevreesd waren dat het aanmerken als oorlogsmisdaad er toe kon leiden dat ook geallieerde wraakbombardementen op Duitse steden als Dresden zo gezien konden worden.

In 15 minuten werd de stad die dat jaar haar 600-jarig bestaan vierde vernietigd. In het boek staat het bekende beeld van de verwoeste Laurenskerk temidden van een kale vlakte waar eerst huizen, winkels en kantoren stonden. Een foto in het boek laat het Steiger zien, niet ver van de Laurenskerk. Toevallig maakte ik daar dit weekend ook een foto, bij het Hang. Behalve het water, de rivier de Rotte waar de stad haar naam aan dankt, is er niets meer hetzelfde.

Het was overigens niet het enige bombardement. Er volgden er nog vele, vaak van geallieerden die Duitse doelen moesten vernietigen, vaak ook per ongeluk. Gemiddeld vond er gedurendende vijf jaar die de oorlog duurde iedere vijf dagen een bombardement op de stad plaats. Er zijn daarbij meer slachtoffers gevallen dan bij het Duitse bombardement.

De Laurenskerk is herbouwd. Dat geldt voor veel Nederlandse gebouwen die in het boek staan, iets wat ik me nooit zo gerealiseerd heb. Bij het woord wederopbouw dacht ik als Rotterdammer nooit aan monumenten maar aan nieuwe gebouwen als de Bijenkorf. In Middelburg bijvoorbeeld, een stad waar het centrum ook is weggevaagd, is veel gerestaureerd of herbouwd.

Er schijnt een studie te bestaan naar de verschillen tussen steden die na de oorlog in oude glorie hersteld zijn, zoals Middelburg, en steden die helemaal opnieuw gebouwd zijn, zoals Rotterdam. In de herbouwde steden was de leefbaarheid sneller hersteld. Nieuwe steden hadden daarentegen nog decennia nodig om een nieuw leven te ontwikkelen. Rotterdam is daar een goed voorbeeld van. Pas de laatste jaren heeft de stad echt weer een hart. 15 minuten vernietiging, 70 jaar herstel. Zo zie je maar dat slopen makkelijker is dan opbouwen. Dat geldt niet alleen voor gebouwen en steden maar ook voor instituten, denk aan de Europese Unie.

Henry Lafarge kon het boek samenstellen met behulp van Europese vluchtelingen die naar de VS waren getrokken. Zij hadden foto’s en verhalen.

Oorlogsleed is geen wedstrijdje in erg maar ik werd bij het naspeuren van enkele Nederlandse foto’s wel zeer getroffen door het verhaal van het stadhuis in Heusden, een vestingstadje in Noord-Brabant. Daar stond het mooiste stadhuis van het land, gebouwd in 1461. In november 1944 vonden er rond de bezette stad zware gevechten plaats. De bewoners zochten zoals gebruikelijk dekking in de kelder van het stadhuis. Daarop besloten de Duitsers de toren op te blazen. Het gevolg was dat het hele gebouw instortte. 134 inwoners kwamen daarbij om, tien procent van de totale bevolking. Vier uur later namen Schotse en Poolse bevrijders de stad in. Het stadhuis is nooit herbouwd en daarmee een Lost treasure of Europe.

Europa, het continent dat veel moois voortbracht maar ook als geen ander in staat is zichzelf te vernietigen.

Net als de rest van de wereld probeer ik de tijd die ik op sociale media doorbreng terug te dringen. En net als bij de rest van de wereld -behalve dan de 640.000 Nederlanders die afscheid namen van Facebook - lukt dat natuurlijk niet. Ik ben immers verslaafd, ze noemen me niet voor niets een gebruiker, een junk die op ieder moment dat de verveling dreigt toe te slaan, grijpt naar een quick fix. Wat gebeurt er nu weer op Twitter? 

Ik zou me natuurlijk direct bij de Jellinek-kliniek kunnen melden maar omdat we leven in het tijdperk waarin alles je eigen schuld is, probeerde ik het eerst met zelfhulp. Ik volgde daarbij een beproefde strategie uit de tijd dat de stad nog overspoeld werd door heroïneverslaafden.  Die kregen methadon om af te kicken, er reed daartoe een methadonbus door de stad. Dat spul verzachtte het afkicken en was minder verslavend.

Dus ging ik op zoek naar digitale methadon. Verslavende apps die minder je leven beheersen. Eerst probeerde ik Tumblr, een sociaal netwerk waar niemand op zit die ik ken dus dat was lekker rustig. Geen like-stress ook want niemand zal me liken. Het wordt begrijp ik voornamelijk bevolkt door tieners die kampen met wat de Engelstaligen ‘angst’ noemen, een soort levensfobie. Daarom heb je dus ook geen last van ze.

Het voelde na een tijdje koppig bivakkeren op Tumblr toch alsof ik in m'n eentje aan boord van een cruiseschip over de oceaan dobberde. En dan bedoel ik zonder iemand anders aan boord. Na een paar weken dolen door de verlaten casino’s ga je verlangen naar een ijsberg om tegen op te botsen.

Iets anders dus. Ken je Ello nog? Dat werd ooit gepresenteerd als de opvolger van Facebook toen Zuckerberg de zoveelste draconische gebruikersvijandige maatregel doorvoerde. Iedereen meldde zich aan en haakte vervolgens af. Rondhangen op Ello is als dolen door een verlaten vallei. De naam zegt het eigenlijk al: Ello? Ello? Anybody here? Stilte...

Wordfeud en Social Chess helpen maar een beetje. Ik bedoel, het leven is tenslotte geen spelletje.

Toen dacht ik aan het prille begin van Twitter. Twitter vroeg: wat ben je aan het doen? Koffie drinken, was vaak het antwoord. Maar het goede van die vraag is dat het uitnodigde tot actie. Ook omdat iedereen het had over wat ze aan het doen waren. Door Twitter werd hardlopen leuker, ging ik vaker naar concerten. Die tijd is wel voorbij. Als ik nu op Twitter zou melden dat ik hard heb gelopen luidt de reactie niet meer ‘wat goed!’ maar ‘opschepper!’ Twitter doet te vaak denken aan een krabbenmand waar iedereen tracht elkaar naar beneden te halen.

Maar dat sociale netwerken je aan kunnen zetten iets te gaan doen, heb ik er wel van geleerd. Het stimuleert en inspireert om wat je doet met anderen te delen. Anders zou ik dit ook niet opschrijven. Dus probeer ik nu af te kicken van de schermtijd door me op sociale netwerken te storten waarin je een enkel doel met anderen deelt.

Goodreads is een sociaal netwerk voor boekenliefhebbers met als extra mooie optie dat je jezelf een doel kunt stellen voor het aantal boeken dat je wilt lezen. Ik heb voor dit jaar ingezet op 50 titels en het bijhouden daarvan helpt me om meer te lezen. Het is ook leuk om te zien wat anderen lezen. Zo weet ik nu dat de advocate en schrijfster Britta Böhler dit jaar al 20 boeken gelezen heeft. Ja, twintig. Haar doel is 177 titels in 2019. Daar herinner ik mezelf even aan als ik denk dat ik geen tijd heb om te lezen.

Je kunt boeken op Goodreads sterren geven maar daar ben ik mee gestopt omdat het te veel een worsteling was. Een lekkere thriller is 5 sterren waard maar een levensveranderend literair werk ook. Ik kon dat niet rijmen en in plaats daarvan schrijf ik nu een- of tweeregelige ‘recensies’. Gek genoeg gebruik ik de sterren van anderen wel om te selecteren wat ik wil lezen. In een boek met 1 ster begin je niet snel.

Films geef ik wel sterren op Letterboxd, een netwerk voor filmliefhebbers waar ik bij hou wat ik heb gezien. M’n streven om dit jaar ook in films 50 titels te halen gaat me zo te zien wel lukken. Ik zit nu al aan de tien, met dank aan het IFFR en m’n Cinevillepas. Straks word ik nog een Britta Böhler van de cinema.

Een ander doel is dit jaar 20 klassieke muziekstukken leren kennen. Daar bedoel ik mee dat ik ze zo goed heb beluisterd dat ik ze herken als ze bijvoorbeeld in een film opduiken. Probleem is natuurlijk welke. Ik begon via Spotify enthousiast met de Preludes van Karol Szymanowski en daarna Im wunderschönen Monat Mai van Reinbert de Leeuw maar toen liep ik vast. Vandaag installeerde ik Wolfgang, volgens mij het kleinste sociale netwerk wat er bestaat want ik zie maar een paar namen en dat is geloof ik het enige sociale er aan. Het schotelt klassieke werken voor en vertelt je wat je hoort.

Ik leer al een tijd Frans via Duolingo. Ook daarbij kun je kijken wat je vrienden doen maar er wordt teveel afgehaakt om dat interessant te laten zijn. Daarom heb ik een nieuw doel: de 100 dagen streak halen, dat wil zeggen 100 dagen lang trouw je huiswerk doen zonder een dag te missen. Tot nu toe is iets van 50 dagen het langste dat ik gehaald heb.

Tot slot m’n hardloop-app. Die is ook sociaal maar daar durf ik al maanden niet op te kijken want ik heb in geen tijden gerend. Terwijl ik dat wel moet doen. Ik heb me namelijk in een vlaag van verstandsverbijstering opgegeven voor de 1/4 marathon, begin april. Straks als ik dit stukje af heb zal ik het weer gaan proberen. Wacht, laat ik nu maar meteen m’n schoenen aantrekken en de langste afstand overbruggen die er is voor onwillige hardlopers: die tussen de bank en de voordeur.

Of nee, toch maar eerst nog wat lezen.

Foto: De maaltijd der vrienden, Charley Toorop (1932). Collectie Boijmans van Beuningen.

Ik zocht het lijstje goede voornemens op dat ik begin 2018 opstelde. Eigenlijk wist ik dat ik dat niet moest doen. Maar ach, 2018 was toch al een algeheel kutjaar dus dat kon er ook nog wel bij. Natuurlijk had ik ook geen idee meer van wat ik me precies allemaal had voorgenomen maar het lijstje bleek gelukkig kort en opvallend doelgericht. Geen vage voornemens als ‘gezonder leven’ of ‘meer genieten’. 

Dit waren ze:

1. Een boek per week lezen. Dat heb ik een tijd redelijk volgehouden maar de tijdvretende verleiding van social media bleek te sterk. Of ik te zwak. Dus ik ben niet verder gekomen dan dertig boeken. Als je wilt weten welke het waren, vind je hier het overzicht.

2. De kwart marathon van Rotterdam binnen een uur rennen. Haha! Om te huilen. Ik ‘vergat’ te trainen, verscheen onvoorbereid aan de start. Dat bleef niet onbestraft: 1:16. “Het was de hel maar het was het waard,” noteerde ik op Instagram. Dat laatste was social media bluf, denk ik nu.

3. Niets kopen. Ik wilde meer burger worden en minder consument. Dat is wel enigszins gelukt. Natuurlijk niet helemaal ‘niets’ gekocht maar wel drastisch verminderd. Voor mij geen retail-therapy meer. Als ik kleding wil kopen vraag ik me eerst af welk kledingstuk uit m’n garderobe ik dan in ruil niet meer zal dragen. Resultaat: ik kom niet meer in kledingwinkels, ook niet online. Wat ook helpt: alle nieuwsbrieven opzeggen die je aanzetten tot kopen.

4. Geen wegwerpbekertjes meer gebruiken. Dat geldt vooral voor m’n werk. Ik was eerlijk gezegd vergeten dat ik het me had voorgenomen. Dus helaas.

5. De 40 kilometer van de Nacht van de Vluchteling binnen 9 uur lopen. De tocht ging om 00:00 bij de Erasmusbrug van start en ik finishte om 09:24 in Den Haag. Ik kan als excuus gebruiken dat ik onderweg m’n blaren moest laten behandelen door het Rode Kruis. Dat vergde enig oponthoud. En ja, ook die tocht was de hel. Heb me voorgenomen het nooit meer te doen. Tineke Ceelen denkt daar trouwens anders over.

6. Wijnglazen alleen bij de steel vasthouden. Ik weet dat ik er nog vaak aan gedacht heb maar het is me bij geen enkel glas gelukt. Ik heb wel veel geoefend maar het is zo’n gedragsverandering die maar niet wil lukken. Dus dat wordt een andere tactiek voor 2019: minder wijnglazen vasthouden.

Dat waren mijn goede voornemens voor 2018. Geen enkele heb ik volbracht.

Er zijn theorieën dat je geen goede voornemens moet maken omdat je er ongelukkig van wordt. De meeste mensen slagen er immers niet in zich er aan te houden en dan frustreert het alleen maar. Toen ik dat voor het eerst las nam ik me prompt voor nooit meer goede voornemens op te stellen. En verdomd: dat lukte niet.

Als ik zie dat ik geen enkele van mijn goede voornemens volledig gerealiseerd heb, stemt dat inderdaad mismoedig. Maar ik weet ook dat als ik ze niet gemaakt had, ik misschien helemaal geen boeken had gelezen of maar een stuk of vier, ik de 1/4 marathon niet had gelopen, m’n dierbare sponsors misschien geen 1600 euro hadden gedoneerd voor de vluchtelingen en ik in m’n vrije tijd nog steeds gedachtenloos door winkels liep te dolen om m’n kooplust te bevredigen. Zo bezien viel 2018 nog mee. En het voordeel van een slecht jaar is dat de kans groter is dat het volgend jaar beter wordt.

Kortom: wat zal ik me eens voor 2019 voornemen? Voor de 1/4 marathon heb ik me al opgegeven.

cc-foto: anataman

Persoonlijke keuze van films, muziek, boeken, kunst en theater uit 2018.

Ik ben niet zo van de beste dit of de beste dat, behalve dan de beste wensen, maar dit zijn de films, boeken, theater, kunst en muziek waar ik zo van genoot en door geraakt werd in 2018 dat ik ze niet snel zal vergeten. Van iedere categorie een.

Speelfilm: Den Skyldige

Een van de indrukwekkendste films die ik de afgelopen 10 jaar zag. Aangrijpend. Het overkomt me niet vaak dat ik in de bioscoop een traan moet laten maar Gustav Möller weet het met deze verpletterende debuutfilm voor elkaar te krijgen. Een agent in een Deense alarmcentrale krijgt een telefoontje over een ontvoering en wat er dan gebeurt... Een thriller, drama en zonder dat het benoemd wordt ook een scherpe politieke kritiek.

Documentaire: Fahrenheit 11/9

Michael Moore op z'n best schetst op de hem eigen wijze een even komisch als verontrustend beeld van de politieke situatie in de Verenigde Staten. Democratie of dictatuur, dat is de keuze waar het land voor staat.

Roman: Geschiedenis van geweld

Ik moest er twee keer in beginnen, in deze roman van Edouard Louis. De eerste keer kreeg het verhaal over een man die een onbekende van straat in huis haalt geen vat op me. De tweede keer liet het me niet meer los. Het is een verhaal dat onder je huid kruipt, je bent met hen in de kamer, bekropen door eenzaamheid en angst, de leidende gevoelens van deze tijd.

Non-fictie: Uit de puinhopen

Niet eerder las ik zo'n heldere beschrijving van de wereld waarin we ons bevinden en hoe we daar verandering in kunnen brengen. Het is een messcherpe analyse van maatschappelijke misstanden en de dominantie van het neoliberale denken, een systeem dat volgens bioloog en journalist George Monbiot veel beter is toegesneden op chimpansees dan mensen. Het alternatief dat hij schetst, doet veel meer denken aan bonobo's, je weet wel de apen die alles oplossen met liefde en seks.

Muziek: La même

Een duet van m'n twee favoriete Franse zangers, Maître Gims en Vianney, de een met een stem diep als een scheepshoorn, de ander die fragiel klinkt alsof hij door een plastic koffiebekertje zingt. Over het niet in hokjes gestopt willen worden. 'Het is mij hetzelfde'. Voor op repeat.

Theater: Para

Het stuk dateert uit 2017 maar ik zag het dit jaar voor het eerst. Bruno Vanden Broecke die eerder al zalen platspeelde met de solovoorstelling Missie over een pater in Congo, is in Para een Belgische militair die terugkeert van een vredesmissie in Somalië. Hij kegelt ons zelfbeeld in een langzaam ontrollende strike helemaal omver. Meeleven met de militair en compleet geschokt raken door wat er wordt aangericht. Ik verliet de zaal in totale verwarring.

Kunst: The London Mastaba

Een puntloze piramide opgebouwd uit ruim 7500 olievaten die deze zomer dreef in de vijver van Hyde Park. Dit gigantische kunstwerk van Christo en Jeanne-Claude omvat de geschiedenis en - hopelijk - toekomst van de klimaatcrisis. Het doet onwillekeurig denken aan het Egyptische rijk, groots maar toch ten ondergegaan, uit de woestijn waar de olie vandaan gehaald wordt die een ongekende rijkdom heeft gebracht maar ook de totale verwoesting. Drijvend, niet in staat zelf koers te houden. Nadat de mastaba werd afgebroken, werd alles recycled en kreeg het park een ecologische opknapbeurt. Laat ook dat een voorbeeld zijn.

Iedereen een mooie Kerst en een goed 2019 gewenst, dank voor je aandacht en interesse.

Ik zat op het terras van een nieuwe wijnbar aan de Nieuwe Binnenweg. Nou ja, nieuw. Toen ik aan de serveerster enthousiast vroeg 'zijn jullie net open?' antwoordde ze diplomatiek en met een glimlach 'ja, sinds december'. Het was zondag en de zon zakte zo langzaam naar de horizon dat het leek of ze gewoon wilde blijven hangen. Net als ik. Het terras stond onder een boom die ook nog geen schijntje herfst vertoonde. Ik opende de app Bomen in de Buurt die je precies vertelt welke boom je ziet. Een nieuwe hobby sinds ik probeer te minderen met social media. Er is altijd wel een boom die je kunt opzoeken. Een acacia. Acacia?

De Tranen der Acacia's is de titel van een roman van Willem Frederik Hermans die ik jaren en jaren geleden gelezen heb. Wat stond me daar nog van bij? Een verhaal dat zich afspeelt in Brussel en Amsterdam, in de Wolkenkrabber, een flatgebouw in Zuid. Als ik er wel eens voorbij rijd, denk ik altijd aan het boek. Of eigenlijk aan hoe het zou zijn om in een gebouw te wonen waar een boek over geschreven is. Zou iedere bewoner het gelezen hebben?

Maar wat weet ik er verder nog van? Het verhaal ging, als ik me wel herinner, over dat de zaken niet waren wat ze leken, over wie je kunt vertrouwen, inclusief jezelf. Dat is een terugkerend thema bij Hermans. Wat me er nog het meest van bij staat is dat ik het boek niet zo goed vond als ik hoopte. En natuurlijk hield ik er een zeker gevoel aan over. Je leest romans, ziet films, vergeet het verhaal en wat er van overblijft is een gevoel. Niet zo zeer opwinding, spanning of andere primaire emoties maar iets diepers, meestal eenzaamheid. In het geval van dit boek de twijfel die aan iedere diepere gedachte pulkt.

Ik probeerde nog wat over acacia's te lezen maar zag dat er 1300 verschillende soorten zijn en gaf het op.

Ik had net Dogman gezien, de nieuwe film van Matteo Garrone, de regisseur die tien jaar geleden faam maakte met Gomorra. Net als Gomorra is Dogman gebaseerd op een waar gebeurd verhaal over de maffia in Zuid-Italië. Wat wist ik nog van Gomorra? De harde kleuren, de slotscène en een gevoel van wanhoop. Kids die wonen in een gebouw dat voorbij onbewoonbaar is. Als je in zo'n totaal verloederd wooncomplex dat vergeven is van de criminaliteit opgroeit, heb je eigenlijk geen schijn van kans om buiten de gevangenis te blijven.

Dogman is net als Gomorra prachtig gemaakt maar ook niet zo goed als ik hoopte. Een man probeert te overleven in een buurt die geterroriseerd wordt door een crimineel. Niet het type omgeving waar je de Rijdende Rechter inschakelt. Een badplaats die zijn glorietijd, als die er ooit was, al lang achter zich heeft gelaten. In verval geraakte gebouwen van het type dat je anders wel eens ziet in video's van urban explorers. Alleen worden deze gebouwen nog bewoond. Ze staan in straten waar de toekomst zich nooit vertoont.

Er komt extreem geweld in de film voor, net als hilarische scènes. Maar na afloop vroeg ik me af wat de maker nu eigenlijk wilde zeggen, behalve dat wat hij al in Gomorra gezegd had. Misschien dit: de hoofdpersoon, exploitant van een trimsalon, denkt dat hij zich in z'n eentje kan redden tegen de maffia, ook al gaat dat ten koste van anderen. Zoals we allemaal denken dat we ons in ons eentje kunnen redden. Alles is je eigen schuld of prestatie, dat is de pensée unique van deze tijd. Maar misschien maak ik er teveel van en was het verhaal gewoon het verhaal.

De opnames zijn gemaakt in Castel Volturno. Ik wilde zien of of het echt zo vervallen was en raadpleegde het orakel Google. Het blijkt een klein stadje dat beheerst wordt door maffia-groepen, de Camorra en Nigeriaanse bendes die nog een stuk wreder zijn dan hun Italiaanse collega's. Een groot aantal migranten is in de stad neergestreken, naar schatting 25.000 terwijl er oorspronkelijk zo'n 20.000 mensen woonden. Je kunt de omstandigheden wel bedenken. Ellende trekt vaak nog meer ellende aan, zoals geluk ook graag ander geluk opzoekt. Nog een fenomeen waar de pensée unique van het neoliberalisme geen rekening mee houdt.

Ik stuitte op deze fotoserie van Giovanni Izzo, een fotograaf die in de streek is opgegroeid. Ik bekeek de beelden, las het verhaal en realiseerde me dat de werkelijkheid erger is dan de film. Dat gevoel zal blijven hangen.

Louis Kisch komt met een ander inzicht:

Corine Jansen zegt op LinkedIn: "En dan zie je dat een ander perspectief, in dit geval de foto’s, meteen je narratief veranderen."

1

Het is het Jaar van het Boek. In het AD trapt minister Jet Bussemaker het feest, evenement, propagandainstrument of hoe je zo'n jaar ook noemt, af. Er zal vast een woord voor bestaan maar ik ken het niet of kan er niet opkomen.

BookBussemaker, die woont in een huis waar overal boeken liggen maar die geen e-reader heeft, legt uit dat ik mijn tekort kan oplossen door meer te lezen. "Mensen die veel lezen, hebben een uitgebreidere woordenschat." Daar heeft ze vast gelijk in maar door het interview begin ik er toch aan te twijfelen. Zo wordt verteld dat ze voornamelijk leest "voor het slapengaan". Ik neem aan dat bedoeld wordt voordat ze gaat slapen, wat toch iets anders is dan slapengaan. En dan: "Dat is voor mij de manier om echt helemaal te ontwinden."

Ontwinden, dat klinkt eerlijk gezegd als een behandelingsmethode voor een petomaan. Het is ook zo'n woord waarvan je de Engelse versie in je hoofd hoort als je het leest. Sommige Nederlanders spreken van unwinden. Het Nederlandse woord is gewoon afwinden, inderdaad het tegenovergestelde van opwinden. Ontwinden doe je alleen met bollen wol en dergelijke, leer ik van de Van Dale app, een kennisverzameling die vroeger een boek was.

Ook grappig: in het hele anderhalve pagina beslaande interview wordt nergens vermeld waar Bussemaker minister van is. Gelukkig voor mensen met weinig parate kennis is Google geen boek.

cc-foto: Michelle Brouwer