Spring naar inhoud

Detoxen gaat meestal over je lichaam maar hoe zit dat met je geest? Met je manier van denken? Sinds de coronacrisis begon, merkte ik dat mijn hersens steeds luier werden, door overvloedig gebruik van de smartphone en een totaal gebrek aan andere impulsen. Dus ben ik mijn leven een beetje anders gaan organiseren om die geestelijke erosie tegen te gaan. Natuurlijk niet gestructureerd en weloverwogen volgens een strak plan maar impulsief, zoals ik altijd leef.

Ik begon door elke ochtend als ik wakker word de mini-kruiswoordpuzzel van de New York Times op te lossen. Dat klinkt ingewikkelder dan het is. Meestal doe ik er anderhalve minuut over, soms iets korter. Ik herinner me een geluksdag dat het me binnen 45 seconden lukte. Dat zeg ik niet om op te scheppen want ik las van anderen die het onder de 20 seconden lukt. Dat ga ik nooit voor elkaar krijgen en daar gaat het me ook niet om. Net zoals ik nooit hardloop tegen anderen, zo puzzel ik ook alleen maar solo.

Wat me tijdens het puzzelen opvalt, om niet te zeggen verontrust, is hoeveel ik weet van de Amerikaanse samenleving. Zonder het te willen. De namen van snacks, afkortingen van overheidsinstanties, slogans van bedrijven die niet eens buiten de VS actief zijn en tal van andere trivia heb ik in de loop der jaren kennelijk onbewust opgeslagen. Niet omdat ik dat graag wil maar omdat ik door de smartphone een groot deel van de dag zwem in de Amerikaanse cultuur. En als het niet al in puur Amerikaans is dan zie ik wel non-Amerikanen die het imiteren of het gewoon onderdeel van hun leven hebben gemaakt. Ik ken Nederlanders die Engels tegen me praten. Zelf doe ik dat ook wel eens. Sterker nog, ik merk dat ik zelfs Engels spreek als in mezelf praat.

Dat lijkt misschien cool - om het maar eens in goed Nederlands te zeggen - maar dat vind ik helemaal niet, alleen al omdat mijn weerzin tegen de VS jaar na jaar toeneemt. Ja, er is nu een betere president dan ze eerst hadden maar het blijft een racistisch kloteland dat verslaafd is aan geld en geweld. Om het maar even cru samen te vatten. Ik heb helemaal geen zin om mezelf daarmee te vergiftigen.

Dit is een wat lange inleiding voor mijn nieuwste detox-methode. De meeste Amerikaanse indoctrinatie komt in je hersens terecht via amusement want entertainment is de geweldloze vorm van het Amerikaanse imperialisme. Ze zijn er natuurlijk ook erg goed in maar als je eenmaal oplet, begint op te vallen hoe mager al dat entertainment is. Vrijwel ieder plot draait om geweld, het is uitzonderlijk als er niemand vermoord wordt. Als er geen sprake is van geweld dan gaat het meestal om een romance en die verlopen vrijwel altijd via hetzelfde lijntje: hetero-koppel vindt elkaar na het overwinnen van moeilijkheden. Zoals de literatuur altijd is terug te voeren tot de plots die je in de bijbel vindt, zo is Amerikaans entertainment altijd te herleiden tot Disney.

Daar ben ik wel een beetje klaar mee. Dus ik heb mijn Netflix-account opgezegd en probeer ook voor de rest mijn Amerikaanse entertainmentconsumptie terug te dringen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het is net zoiets als stoppen met vleeseten, roken, drinken of snacken. Pas als je het niet meer doet, valt op hoe vaak je het deed.

Dit soort gedragsverandering breng je het beste tot stand als je er routine van maakt, ontdekte ik toen ik in een poging mijn lichamelijk conditie te verbeteren besloot elke dag 5 kilometer hard te lopen. Dat is makkelijker uit te voeren dan het voornemen twee keer per week te rennen. Routine werkt beter dan motivatie. Net zoals ik alcoholconsumptie makkelijker terugdring door te zeggen dat ik helemaal niet meer drink dan door te denken ik wil minderen. Je ziet, ik ben nogal binair ingesteld.

De nieuwe anti-Amerikaanse detox-methode gaat aldus: ik wil de komende tijd elke dag een Franse film kijken. Daar kwam ik op omdat ik als nieuw abonnee van De Groene een gratis proefabonnement kreeg op CineMember. Laat ik dat eens benutten, dacht ik. Ze hebben 128 Franse films dus dat moet te doen zijn. Fransen staan er om bekend dat ze regelmatig pogingen ondernemen de onwenselijke aspecten van de Amerikaanse cultuur buiten de deur te houden. Daar wordt in Nederland vaak spottend over gedaan, alsof het bij voorbaat kansloos is. Als dat zo is, dan moet dat juist reden zijn het te doen, lijkt me.

Goed, geestelijk detoxen via films dus. Meteen merkte ik hoe amusement je leven beïnvloedt. Woensdag zag ik Compostelle, een documentaire over mensen die de wandelroute naar Santiago de Compostella afleggen. De film is naar mijn smaak niet echt goed gemaakt, op het amateuristische af, maar wel verrassend fascinerend. Het is een beetje alsof je door het dagboek van een onbekende bladert. De meeste geïnterviewden laten zich in nogal spirituele termen uit over hun ervaringen en daar heb ik persoonlijk niet zoveel mee maar niettemin begeesterde de film. Wat een goed idee om zo'n lange wandeling te maken. Precies wat we nodig hebben in deze tijd waarop we beginnen in te zien dat we ons leven in een mallemolen hebben veranderd. Stap voor stap je wereld veranderen was nog nooit zo letterlijk. Veel van de mensen blijken onderweg bijvoorbeeld geen notities te maken maar tekeningen van wat ze zien. Zou ik dat ook kunnen? Op de een of andere manier maakte de film een soort oergevoelens los. En ja, ik was al van plan om deze zomer het Pieterpad te gaan lopen.

Donderdag bekeek ik Petit Paysan, ofwel kleine boer. Dat leverde een ander soort openbaring op.

Toen Hubert Charuel in 2017 zijn debuutfilm die gaat over een dodelijk virus uitbracht, kon hij waarschijnlijk niet bevroeden hoe totaal herkenbaar die vier jaar later zou zijn in tijden van corona. Toch is de film in alle opzichten de tegenpool van een Amerikaanse spektakelfilm als Contagion die ook dergelijke herkenning oproept. Hier geen mensen die de wereld overvliegen, geen panische massa’s, geen opzwepende muziek, geen dwingend militarisme. Integendeel. Petit Paysan, in het Engels Bloody Milk, speelt zich vrijwel geheel af op een enkel boerenerf met alle rust van dien. En is daarmee veel realistischer. Het is een zogezegd intieme film. Er is gefilmd op de boerderij waar de regisseur zelf opgroeide en veel van de acteurs zijn mensen uit de omgeving. Zijn ouders worden gespeeld door zijn echte ouders.

Pierre Chavanges is een jonge boer met zo’n dertig koeien die het bedrijf van z’n ouders heeft overgenomen. Dat hij leeft voor zijn koeien wordt meteen al duidelijk gemaakt in de ijzersterke openingsscene waarin de dieren overal in zijn huis staan. Dat blijkt een droom maar wat volgt is een nachtmerrie,

We zien zijn dagelijks leven als melkboer in een kleine gemeenschap waar hij tegen zijn zin constant op de vingers wordt gekeken door zijn omgeving. Dat lijkt een typisch dorpsdrama, slow living noemen goeroes die het Nederlands slechts beheersen dat. Dan sluipt een gevreesde veeziekte het verhaal binnen. De ramp die op hem afkomt is zo enorm dat de boer geen andere verdediging kan bedenken dan ontkennen. Hoe herkenbaar. Chavanges gaat te rade op YouTube, inderdaad het soort ‘research’ waardoor nogal wat mensen een konijnenhol binnenrollen om er nooit meer uit te geraken en wappie worden. Wat er vervolgens gebeurt moet je zelf maar gaan zien.

Petit Paysan won in 2018 de César (Franse Oscar) voor beste debuutfilm. Hoofdrolspeler Swann Arlaud kreeg dezellfde prijs voor zijn vertolking van de boer. Sara Giraudeau ontving die voor de beste bijrol. Zeer terecht maar het meest schitteren de koeien. Je ziet ze zoals ze zijn: zachte, liefdevolle dieren en tegelijk, hoezeer de boer ook aan hen gehecht is, toch niet meer dan een product. Ze zijn dingen waar je een pak melk of stuk kaas van maakt. En dan te bedenken dat Petit Paysan het ideaal toont van hoe we vinden dat vee behandeld zou moeten worden. Hoe uitzonderlijk dat is wordt subtiel duidelijk gemaakt bij een bezoek aan een boer die met zijn tijd is meegegaan. Daar komen de koeien alleen nog in contact met robots. Zoals het er overal op de industrieboerderijen aan toe gaat. Drie keer raden waar jouw ontbijtyoghurt vandaan komt.

Petit Paysan zette me aan het denken over het leven, de pandemie, maar vooral ook over de noodzaak om van vegetariër zijn over te stappen naar vegan en zuivelproducten te gaan mijden. Dat is iets voor een volgende gedragsverandering. Al lijkt die conclusie totaal niet de bedoeling van de film te zijn.

1

Ik beken, ik kon geen genoeg krijgen van de beelden van de spectaculaire overval in Amsterdam-Noord. Misschien omdat het een geval leek van life imitates art, dat je zag dat al die misdaadfilms toch niet helemaal onzin zijn, dat fantasie best werkelijkheid kan worden. Wat voor mensen die graag fantaseren natuurlijk een extreem prettige gedachte is.

Ik moest meteen denken aan een soortgelijk crimineel spektakel van een jaar of dertig geleden waar een vriend van mij getuige van was. Een stel Italiaanse gangsters had bij een overval de vrouw van een bankdirecteur uit Spijkenisse gegijzeld. Op de vlucht voor de politie wilden ze in de Rotterdamse Graaf Florisstraat van auto wisselen. Daarvoor hadden ze garage naast de werkplaats van de vriend op het oog, daar stonden snelle bmw’s. De garagehouder was alert en sloot snel de deur waardoor de wissel niet door kan gaan. Daar stonden ze dan, midden op straat, keurig in het pak en met automatische vuurwapens in de aanslag.

“Ik heb nog nooit zulke ijskoude blikken gezien,” vertelde de vriend met een zeker ontzag. “Het leed geen twijfel dat ze iedereen die hen probeerde te stoppen uit de weg zouden ruimen.” Hij sloeg het tafereel gade, verscholen achter een machine. De gestrande boeven keken rond. Een overbuurvrouw was net in haar Volvo gestapt. Een gangster liep er op af, trok het portier open en gebaarde met zijn wapen dat de vrouw moest uitstappen. Dat deed ze niet. De gangster pakte de vrouw bij de arm en begon aan haar te trekken. De vrouw hield het stuur stevig vast en riep ‘nee, nee, dit is míj́n auto’. De vriend durfde amper te kijken wat er zou volgen.... 

De gangster wachtte even en liep toen tot zijn verbazing onverrichterzake weer terug naar de auto waar ze mee gekomen waren. Ze stapten in en stoven weg. In de Schipholtunnel wisten ze daarna op slimme wijze nog aan het achtervolgende leger agenten te ontsnappen. Jaren later werden ze in een vuurgevecht met de Franse politie gedood.

Dat verhaal van die vrouw ben ik nooit vergeten. Waarom reageerde zo? Ze weigerde gewoon toe te voldoen aan het bevel. Ze gaf niet toe aan de dreiging van geweld. Dat moet je maar durven.

Nu bij de overval in Amsterdam Noord speelde iets soortgelijks. Terwijl de overval aan de gang was en de boeven met kalasjnikovs schieten, reed een witte Canta de straat in. AT5 spoorde de bestuurster op en noteert:

Nadia Congiu woont haar hele leven in Amsterdam, en heeft al een boel meegemaakt. Maar dit had ze niet aan zien komen. "Dat verwacht je toch niet. Dat je op weg bent voor een ons filet en wat kattenvoer, en dat er dan een man staat met een automatisch geweer." Ze reed recht op een overvaller af, automatisch geweer in de hand, bivakmuts op. "Eerst dacht ik nog, dit is een filmset. Maar toen opeens begint ie met dat geweer te zwaaien, zo van: 'weg hier!'"

Op de beelden is te zien hoe de vrouw zich met het brommerautootje uit de levensgevaarlijke situatie manoeuvreert. Bij AT5 vertelt ze opvallend laconiek over haar koelbloedige reactie. “Ik ben vanmorgen nog naar de supermarkt gegaan, en toen ben ik wel gewoon aangekomen, en heb ik alsnog mijn onsje filet en wat kattenvoer gekocht."

Ze worden weggelaten in de meeste gangsterfilms, net als in de meeste geschiedenisboeken omdat ze niet passen in de fantasie van mannen: koelbloedige vrouwen.

Ik heb het al eens eerder geschreven: door de lockdown leer ik mezelf beter kennen. Misschien wel omdat ik meer tijd met mezelf doorbreng. Nee, dat bedoel ik niet als grapje. In de pre-coronatijd zag ik voortdurend andere mensen, sprak met ze, dacht hardop met ze, maakte lol of beschouwde de wereld met hen. Zij waren plots verdwenen, alsof je tijdens een feestje even naar de wc gaat en bij terugkeer het hele pand verlaten blijkt. Er klinkt wel muziek, de slingers bewegen nog maar er is niemand meer. Om Sartre te parafraseren: het feest, dat zijn de anderen.

Ik dwaal af. Het zal eens niet. Vanmiddag tijdens het hardlopen, ik loop sinds 1 januari elke dag 5 km en dat is heel fijn om te doen, fijner dan 1 of 3 keer per week maar daarover misschien later, realiseerde ik me weer eens hoe onrustig ik word van herrie. Optrekkende vrachtwagens, voorbijscheurende scooters, sirenes - er klinken altijd sirenes in deze stad - en meer van dat soort dingen die op een ongezond niveau geluid produceren. Ze veroorzaken een onrust bij me. Het soort onrust dat je hebt als je bij een halte wacht en de bus verschijnt niet op tijd. Onzekerheid over het oncontroleerbare.

Dat was me voor de lockdown niet eerder opgevallen, wat al die herrie met me doet. Nadat in maart de wereld plots letterlijk en figuurlijk stil viel, merkte ik dat ik een stuk relaxter werd. Alsof ik een pilletje geslikt had. Toen een paar weken later het verkeer en de andere herrie weer op gang kwam bemerkte ik de toename van onrust. Het is niet dramatisch, ik krijg geen paniekaanvallen en het duurt maar heel even. Ik ben ook geen fonofoob, noch heb ik last van misofonie. Maar toch, het is er. En ik heb er geen controle over.

Hoe het komt, weet ik niet. Ook niet of ik dat al mijn hele leven heb. Misschien is het recent. Ik heb ook nog maar sinds een paar jaar last van hooikoorts. Dat schijnt ook weer te kunnen verdwijnen.

Tijdens het lopen bedacht ik een andere verklaring. Ik leerde ooit waarom we rustig worden van het geluid van fluitende vogels. Dat is onderdeel van onze prehistorische geschiedenis. In de jungle, op de steppe of in welk gebied dan ook stelt vogelgezang gerust. Het is een teken van veiligheid, er is dan niets aan de hand. Als de vogels daarentegen plots stoppen met zingen dan dreigt er mogelijk gevaar, een roofvogel, of erger. Plotselinge stilte is als brandlucht voor je oren, je hele lichaam slaat er van aan. Dat komt dus door onze voorouders.

Misschien is het met herrie wel net zo dacht ik. Het harde geluid overstemt al het andere en daardoor kun je niet meer waarnemen wat er gebeurt. Je lichaam schiet in alarmstand omdat onduidelijk is of er gevaar dreigt. Wellicht dat mannen, althans bepaalde types mannen, daarom vaak dol zijn op herrie. Straaljagers, raceauto's, kettingzagen, honderd soorten metalmuziek, het voorziet in het verlangen naar gevaar. Een verlangen dat ik niet ken. Ik hou ook niet van bergbeklimmen, parachutespringen en al die andere dingen die het einde van je leven kunnen bespoedigen. Ik zeg wel eens dat ik geen tattoo's heb omdat ik van mezelf voldoende littekens heb, zo is het ook met gevaar, ik hoef het nooit op te zoeken, het weet me vaak genoeg uit zichzelf te vinden.

Hoe het ook zij, het is een besef dat nooit eerder doordrong, dat dergelijk indringend geluid zo van invloed is op m'n gemoedsrust, dat ik er even van slag door raak.

Misschien moet ik eens proberen hard te lopen met noise canceling oordopjes. En daar dan vogelgezang op afspelen.

Ik liep het virus op zonder dat ik er erg in had. Of nee, dat is niet helemaal waar. Op het moment van besmetting ging er wel degelijk een alarmbelletje af. Ik kon alleen de gevolgen nog niet overzien.

Het gebeurde tijdens een zoommeeting. Of liever gezegd, het momentje dat eraan voorafgaat. Ik logde in en er was nog maar een iemand anders. We spraken, terwijl we wachtten op de andere deelnemers die in het scherm moesten verschijnen, over koetjes, kalfjes, virusjes, avondklokjes, hoe we geraakt zijn maar niet getroffen en hij merkte terloops op ‘ik kan er mee leven dat bij Albert Heijn de waxinelichtjes op zijn’. Ik liet niets merken maar zonder dat ik er iets aan kon doen werd ergens diep in het domein van mijn driften opgeroepen tot mobilisatie.

Na de meeting toog ik naar de Albert Heijn. Het zal toch niet? Maar inderdaad: geen kaars meer te krijgen. Een leeg schap, op een enkele soort geurkaars na die vermoedelijk niet alleen de muggen maar ook iedere andere vorm van gezelschap verdrijft.

De incubatietijd van het virus bleek al voorbij. Ik kreeg een spontane aanval van kaarsenkoorts. Liep door naar een ander filiaal. Zelfde verhaal. Alle kaarsen op. Nergens een lichtpuntje te bekennen.

Het gekke was, ik had gewoon kaarsen thuis. Niet veel, maar ook niet te weinig. Genoeg om drie avonden stroomuitval mee door te komen. Maar ik had buiten de fratsen van het virus gerekend, het ontvlamde niet alleen de driften maar tastte ook de ratio aan. Die avond stak ik zonder dat ik het kon verklaren mijn hele voorraad kaarsen aan. Door het hele huis. Tot op de wc aan toe.

Het was een feeëriek beeld. Het huis veranderde in een sprookjeswereld van flakkerende vlammetjes die leken te leven. Als glimwormpjes in een zomernacht. Ieder moment konden er muzen in witte gewaden uit het niets tevoorschijn komen en dansen op esoterische muziek van een Spotify-playlist, die ik natuurlijk eerst nog moest zien te vinden.

Een raar soort spanning maakte zich van me meester. Het soort stress van onzekerheid dat ik ken van prestaties die je moet leveren terwijl je niet zeker weet of het gaat lukken. De zenuwen van de startlijn, of van binnenkomen op een feestje waarvan je verteld is dat het geweldig zou moeten zijn. Hoe lang geleden was het dat ik dat voelde?

De volgende dag ging ik langs de Kruidvat, Etos, Jumbo, Aldi, Lidl en nog wat andere zaken. ‘Heeft u kaarsen’ vroeg ik aan een winkelmedewerker. In haar ogen zag ik medelijden aanzwellen terwijl ze bedeesd haar hoofd schudde. “Niet meer.”

Overal had het virus toegeslagen, nergens kaarsen te krijgen. Kaarsen waren het nieuwe wc-papier. Ik vroeg me even af of ik van die 378 rollen in de kelder een soort kaarsen zou kunnen maken door ze in lampenolie te drenken maar liet dat idee al snel varen. Ik moest ook aan m’n veiligheid en die van de buren denken.

Thuis probeerde ik het online. Ikea, helaas. Bij De Bijenkorf zag ik een Hay-kaars van 49 euro per stuk. Ik twijfelde en dacht aan de keer dat ik in Le Bon Marché op de linkeroever met een fles mineraalwater van 75 euro in m’n handen stond. De prijs is dan als een drug, zoals dat vaker het geval is bij luxe zaken. Nee, niet doen.

Ik brand eigenlijk niet heel vaak kaarsen maar met het uur steeg de behoefte. Ineens was er de onweerstaanbare drang om te dineren bij kaarslicht, om waxinelichtjes te zien flakkeren bij het ontbijt, zelfs een kaarsje te branden voor de overledenen. Hoe zou ik al die lange avonden nog doorkomen zonder kaarsen? Maar vooral, waarom had ik naar kaarsen zo’n mateloos verlangen?

Een crisis is altijd anders dan je denkt. Ik had nooit kunnen bevroeden dat er een wereldwijde rampspoed zou uitbarsten die maanden, misschien wel jaren duurt maar die mij persoonlijk amper raakt. Hij gaat zelfs mijn voorstellingsvermogen te boven. Ik beken dat als ik naar een persconferentie kijk waar weer nieuwe maatregelen aangekondigd worden, ik me nog steeds afvraag of ik niet naar een bizarre film zit te kijken. Hoe kan dit allemaal echt zijn?

Ondertussen doe ik gewoon iedere dag mijn werk, wandel, kook en leef ik sociaal gezien in een heel klein dorpje. Net als de anderen ben ik een kluizenaar met vrienden. We leven in sociale schuilkelders, de oren gespitst naar de langdurige stilte. En net als bij kluizenaars trekt de wereld en tijd aan me voorbij als een schaduw. Dit is ook de zombiecrisis.

Vandaar de kaarsen. Ze branden van verlangen. Van leven.

De kracht van Twitter heeft zich weer eens getoond. Zoals ik in m’n vorige post schreef zag ik in een film een portretfoto die ik herkende, in de zin van ‘hé, die heb ik wel eens eerder gezien’, zonder verder een idee te hebben van hoe of wat. Omdat het een thriller betrof die vol zit met verborgen boodschappen en geintjes - easter eggs - wilde ik natuurlijk weten wat die foto dan voorstelde. De thriller gaat over een speurtocht en het voelde of ik er zo zelf aan mee kon doen.

Waar kende ik die foto van? Ik groef in mijn geheugen, tevergeefs. Ik googelde me een slag in de rondte maar ook dat leverde niets op. Was het wel een easter egg of vergiste ik me? Dat laatste leek me sterk. In een film die zo gevuld is met subtiele symboliek belandt een curieuze portretfoto niet toevallig boven het bed van de hoofdrolspelers.

Ik vroeg na enige aarzeling om hulp via Twitter, het medium dat ik in 2007 leerde kennen als een instrument om mensen te enthousiasmeren en vrienden te maken maar dat binnen een paar jaar veranderde in een monster. Onder die laag van haat, venijn en de vrijwel onbedwingbare neiging jezelf te profileren ten koste van anderen, schuilen toch nog steeds de restanten van die aardige kanten.

Twitteraars zagen de foto, gingen op zoek en vonden binnen de kortste keren wat mijzelf niet lukte. Via Bing nog wel. 

De man op de foto blijkt Mauro de Mauro, een Italiaanse journalist met een even gruwelijke als fascinerende geschiedenis die zo uit een roman van WF Hermans lijkt weggelopen. Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij een overtuigd fascist. Hij maakte jacht op verzetsstrijders, werd beschuldigd van betrokkenheid bij oorlogsmisdaden, werd na de bevrijding gearresteerd, ontsnapte en werd uiteindelijk van rechtsvervolging ontslagen. Hij kwam tot inkeer, verhuisde naar Sicilië en werd journalist voor linkse kranten. In die functie opende hij de jacht op de mafia en de banden tussen de georganiseerde misdaad en de politiek. Zijn werk werd bekroond met een vooraanstaande journalistieke prijs.

Hij onderzocht ook de mysterieuze dood van een topman van de staatsoliemaatschappij ENI, een oud-verzetsstrijder die de macht van Amerikaanse oliegiganten wilde breken. Mauro de Mauro vermoedde, net als veel anderen, een complot. Mogelijke betrokkenen: de mafia, de inlichtingendienst CIA en de extreemrechtse Franse paramilitaire organisatie OAS. 

De befaamde Italiaanse regisseur Francesco Rosi besloot er een film over te maken en Mauro de Mauro werkte aan het script. Terwijl hij daarmee bezig was, werd hij in september 1970 ontvoerd en is er ondanks een intensieve speurtocht door duizenden agenten, nooit meer iets van hem vernomen.

De VPRO zond de film 'De Zaak Mattei' in 1978 uit. Hier kun je lezen wat de Leeuwarder Courant er destijds over schreef.

Ik kan slechts gissen waarom het portret van Mauro de Mauro in The Burnt Orange Heresy te zien is. De thriller gaat onder meer over de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog, verdwijningen en leugens. Wat misschien ook meespeelt is dat de regisseur de thriller aanvankelijk in begin jaren ‘70 wilde laten afspelen. The Burnt Orange Heresy is gebaseerd op het gelijknamige boek uit 1971 van Charles Willeford, een gerenommeerd misdaadauteur waar onder anderen Quentin Tarantino zich door heeft laten inspireren. Precies de tijd dat Mauro de Mauro verdween. Er was echter te weinig geld beschikbaar om de hele film naar dat tijdperk te stylen. Het resultaat is dat de thriller in iedere tijd had kunnen spelen, al wordt er wel in het tempo van de jaren '70 in gerookt. Bij dat laatste meen ik altijd de gulle sponsorhand van de tabaksindustrie te zien. Film is een belangrijk middel om nieuwe verslaafden te kweken.

Een andere vraag die blijft hangen kan ik alleen zelf oplossen. Waar ken ik het portret van? Wellicht heb ik het in Italië gezien. Ik haalde de afgelopen dagen talloze vakanties terug uit mijn herinneringen. Bijvoorbeeld die aan Sicilië. Het verraste me destijds hoezeer je de aanwezigheid van de maffia kunt voelen op dat eiland. Alsof er een deken over het land ligt.

Helaas, het portret dook niet op bij deze mijmeringen maar het was prettig terug te denken aan al die ervaringen, die anders onaangeroerd in de magazijnen van je hersens opgeslagen blijven liggen. Zo heeft The Burnt Orange Heresy al meer met me gedaan dan ik ooit tevoren kon bevroeden. En ben ik blij dat ik nog steeds op Twitter zit.

Barn (Beware of Children) is een Noorse film over de tienerzoon van een extreemrechtse politicus die plots de dood vindt op het schoolplein. Enige getuige: de tienerdochter van een linkse politicus. Dat klinkt als een Scandinavische politieke thriller maar de film ontpopt zich tot iets heel anders: de loep van regisseur Dag Johan Haugerud speurt niet naar de sporen van een misdrijf maar naar hoe een samenleving, verpersoonlijkt door de ouders en leerkrachten, reageert op het drama.

De opening van Barn is ijzersterk en schept veel verwachtingen die helaas niet helemaal worden waargemaakt. Het verhaal wordt niet makkelijk verteld, er is geen duidelijke hoofdrolspeler. De hoofdrol is weggelegd voor de interactie tussen de acteurs. Het camerawerk geeft je ondertussen het gevoel ter plekke te zijn, alsof je op de rand van het bed zit terwijl geliefden na een vrijpartij hun relatieproblemen bespreken. Het verhaal is hier en daar voorspelbaar en het gebrek aan smaak van de karakters wel erg nadrukkelijk doorgevoerd, tot en met de afstotelijke hoeslakens die me in staat lijken iedere hartstocht ogenblikkelijk te laten verdampen.

Ik weet te weinig van het land waar de extreemrechtse massamoordenaar Breivik heeft toegeslagen om de context goed te kunnen beoordelen maar er vielen me een paar dingen op die kenmerkend zijn voor de Noordwest-Europese samenlevingen, waar Nederland ook enigszins deel van uit maakt. Zoals de verstikkende werking van de Wet van Jante, regels die de groepsdwang in calvinistische maatschappijen samenvatten. De wet wordt in de film expliciet benoemd. Rutte is er hier in ons land de verpersoonlijking van: Zo gewoon mogelijk doen. Op de fiets naar de koning gaan. Vooral zeggen dat je eigenlijk weinig voorstelt. Scandinaviërs en ook Nederlanders - althans die van boven de rivieren - zijn er dol op. Je schittert pas echt als je doet alsof het niet zo is. Een levenshouding die lekker gewoon lijkt maar een recept is voor innerlijke verscheurdheid en maatschappelijke ellende.

In Barn is, op de kinderen na, niemand eerlijk. De Engelstalige titel slaat daar wellicht op: Pas op voor kinderen. Iedereen is luidkeels principieel en vaak hard in het oordeel over anderen maar maakt er ondertussen stiekem zelf een zooitje van. Wie daarbij meteen aan hypocrisie denkt, moet de film bekijken want de maker brengt het meer als een logisch gevolg van de groepsdwang tussen mensen, die er overigens van overtuigd zijn dat ze een heel vrij en bewust leven leiden. Hypocrisie roepen is onderdeel van de cultuur die hij juist bloot wil leggen. Niemand deugt en dat is logisch voor een samenleving die geobsedeerd is door deugen. De enige twee uitzonderingen zijn migranten, dat zal geen toeval zijn.

Even dacht ik dat de film zich tot een Houellebecq- of Sullivan-achtige conservatieve zedenschets zou ontpoppen maar rancune ontbreekt en de spot is bijna liefdevol. De extreemrechtse politicus is net zo erg als je denkt maar ook weer innemend, een beetje zoals Joost Eerdmans kan zijn: een pseudo-Wilders en tegelijk DJ Jopie. De linkse mensen lijken weggelopen uit een partijvergadering van de PvdA waar ze elkaar allemaal kameraadschappelijk een mes in de rug steken.

Ik schrijf dit een dag na het zien van de film en weet nog steeds niet goed wat ik er van moet denken. Het voelt alsof ik per ongeluk een paar dagen doelloos gelogeerd heb in een Noors stadje. Ik zal de film ook niet direct aanraden maar heb tegelijk het gevoel dat ik hem langer bij me ga dragen dan ik verwacht. Het opwekken van dergelijke ambivalentie lijkt precies het doel van de regisseur.

Ik bekeek de film met m’n Cineville-pas op Vitamine. Hier een overzicht van andere mogelijkheden.