Categoriearchief: Leven

Veerhuis

Dit is het Veerhuis in Schiemond. Een huis gebouwd in 1917 naar een ontwerp van H.A.J. Baanders die ook Heijplaat tekende. Dat is een wijk annex dorp aan de overkant van de rivier waar de scheepswerf RDM gevestigd is. Het huis heeft dezelfde stijl als het dorp op de andere oever maar valt aan deze kant wat uit de toon. Het staat alleen, een weeshuis, verstoken van alle familie.

Foto Gemeentearchief 1949

In de 20e eeuw trokken dagelijks honderden arbeiders met de veerdienst de rivier over. Tot er geen schepen meer gebouwd werden. Het veerhuis raakte in verval en dreigde gesloopt te worden maar dat wisten buurtbewoners te voorkomen. Nu wacht het op restauratie. Die liep wat vertraging op want er woonde een beschermde vleermuis. Een vleermuis in het veerhuis, de wereld rijmt vanzelf.

Het moet uiteindelijk een schrijvershuis worden. Waar schrijvers zich terug kunnen trekken, dagenlang staren naar het stromende water tot er woorden beginnen te vloeien.

Misschien moet de eerste schrijver het pand betrekken voordat de restauratie begint. Levert vast een mooi horrorverhaal op. Bijvoorbeeld over een huis dat ontsnapte uit een dorp, de rivier overzwom en daar gezelschap kreeg van een vampiervleermuis die om niet op te vallen overdag in een schrijver veranderde maar zo gauw de avond viel geduldig wachtte op voorbijgangers die even stilhielden om een foto te maken. Net lang genoeg om de tanden in het vlees te kunnen zetten.

Bloem

Gisteravond, koud en nat, zag ik de bloem staan in het veld. Alleen, zoals je alleen staat bij een bushalte laat op de avond en de twijfel of de laatste bus nog komt je begint te bekruipen. Misschien was ik melancholisch omdat ik de stad binnenreed via de Van Brienenoordbrug en de skyline in het donker dan altijd oogt als een gigantische loungebar met al die veelbelovende zachte lichtjes van huizen, kantoren, winkels. Ze roepen verlangen op zonder dat duidelijk is waarnaar.

Ik stond stil voor het stoplicht beneden aan de afslag na de brug, het Kralingse plein, dat ietwat unheimische portiek van de stad. De tijd tikte weg. Naast me een Belgische auto met een man achter het stuur. Negen van de tien keer zit er een man achter het stuur. Is je dat wel eens opgevallen? Ik neem me altijd voor eens echt onderzoek te doen en te turven hoe vaak er een man of vrouw achter het stuur zit, maar dat komt er nooit van. Of nou ja, één keer heb ik het wel gedaan. Tijdens een autorit naar Spanje, lang geleden, maar toen telde ik dat alleen bij auto’s met caravans. Het patriarchaat op vakantie. Saoedi-Arabië vermomd als Zweden. Het wordt vrouwen niet verboden auto te rijden, ze doen het alleen niet. Rara. 

Zo vloeien mijn gedachten als ik bij een stoplicht sta.

En toen keek ik de andere kant uit. Door het zijraam. En zag ik de eenzame bloem, bloeiend als een daad van verzet tegen de herfst. Of gewoon verdwaald. Daar was ik niet over uit. Tedere kracht of krachtige tederheid?

Ik realiseerde me dat ik niet wist wat voor bloem het was en voelde mezelf tekort schieten. Waarom zou ik mannen en vrouwen achter het stuur gaan tellen als ik niet eens weet hoe bloemen heten? Kennis verrijkt maar kennis kan ook verdringen. Als je de ene kennis vergaart, negeer je de ander. Je leest nu dit, terwijl je ook een mooi gedicht had kunnen lezen. 

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,  
De’ in kaden vastgeklonken waterkant,  
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand  
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.  
Het leven houdt zijn wonderen verborgen  
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.

Dit heb ik bij mijzelven overdacht,  
Verregend, op een miezerigen morgen,  
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

Het verkeerslicht ging op groen. De Belg trok op. Ik volgde. We zijn kuddes zonder weides.

Onbedoeld huisdier

Omdat het vandaag Dierendag is. Deze wijngaardslak is onlangs op mysterieuze wijze op mn balkon terechtgekomen. Ik voel me er nu verantwoordelijk voor en noem hem+haar Oscar Go. Oscar kan 35 jaar oud worden dus volop tijd om een hechte band op te bouwen.

Al twijfel ik wel elke dag of ik hem+haar wel op het balkon moet houden, zo zonder partner. Ik moet steeds denken aan het hartverscheurende verhaal van Alfred de albatros die 40 jaar lang vergeefs naar een partner zocht en die nooit kon vinden omdat hij op de verkeerde helft van de planeet woonde.

Al helemaal omdat de meest erotische scene in een natuurdocumentaire ooit een liefdesspel betreft tussen twee verder anonieme soortgenoten van Oscar.

De laatste ontwikkeling is dat de slak zijn+haar naam Oscar Go eer aan doet en spoorloos verdwenen is. Natuurlijk maak ik me zorgen. Ik hoop maar dat hij+zij in een bloempot een hol heeft gegraven waarin hij+zij overwintert. Dat doen wijngaardslakken.

Dus je begrijpt deze Dierendag, de feestdag van de heilige waar ik naar vernoemd ben, breng ik in enige gespannen onzekerheid door.

Je zou me enorm helpen door vandaag geen dieren te eten.

Dank daarvoor.

PS: Ik krijg te horen dat het een segrijnslak is. Maar die wordt ook wel kleine wijngaardslak genoemd, dus ik denk dat de jury het goed rekent.

Gelukkig had ze geen dildo

Dit weekend moest ik in het centrum van Parijs even wachten op een vriendin en stapte om de tijd te doden een winkel van Moleskine binnen. Er stonden twee mensen achter de kassa. Ik was de enige klant en het voelde alsof ik de eerste was, ook al was het al laat op de middag. Of laat ik zeggen: potentiële klant. Want alhoewel de kooplust direct aanzwol bij het zien van al die uitgestalde mooie notitieboekjes, was mijn remmende ratio alerter dan ooit.

De ene helft van mijn geest fantaseerde tot welke diepe inzichten ik zou komen als ik zo’n verleidelijk boekje zou kopen en mijn pen eenmaal over het maagdelijke lijntjespapier gleed, als een minnaar die met zijn vingertoppen gedachten overbrengt op een geliefde. Ik zag mezelf zitten aan tafeltjes van beroemde café’s, in bedden van fameuze hotels, of gewoon op een bankje in een Parijs park waar de legendarische notitieboekjes hun magische krachten zouden laten gelden, zoals ze dat al eerder deden bij Hemingway en al die andere schrijvers van wie ik het imago beter ken dan hun werk.

Mijn rationele helft greep direct in en herinnerde me er dwingend aan dat, nog afgezien van de vraag of ik enig talent heb, mijn handschrift reeds lang geleden zo verwoest raakte dat ik meestal zelf niet eens meer kan ontcijferen wat ik heb opgeschreven. Dat ik bovendien alleen nog lees en schrijf via een beeldscherm, zoals ook deze letters op mijn iPhone, de Moleskine van de 21e eeuw. Misschien thumb type ik deze woorden wel terwijl ik in Parijs voor een winkel sta en iedere voorbijganger denkt dat ik aan het appen ben. Dat zie ik mezelf nog niet doen met een Moleskine.

Zelfs dat duimtikken is eigenlijk ouderwets want praten is het nieuwe schrijven. Als ik bijvoorbeeld tijdens het autorijden een geniale ingeving krijg dan spreek ik die in op mijn iPhone, die mijn woorden vervolgens zelfstandig omzet in geschreven tekst, met hier en daar een vouwtje. Ik bedoel foutje. Het resultaat is een enorme verzameling notities van losse, korte zinnen waarvan ik later bij het teruglezen meestal niets begrijp. “De wereld wordt bepaald door zonsondergangen”. Slechts een enkele keer lukt het me na heel diep nadenken te achterhalen wat ik er in hemelsnaam mee bedoeld moet hebben. Zou dat met al die volgepende Moleskines van anderen ook zo zijn? Of leg je op papier beter aan jezelf uit wat je bedoelt?

Ik groette het winkelpersoneel en ging naar buiten. Er liepen in de drukke straat veel bellende mensen voorbij, af en toe ving ik een zin op. Wil jij eerst nog even brood kopen? Gisteravond was echt ziek. Ja, ja, ja. En toen klonk het ineens: Ik was echt heel blij dat ik geen dildo had. Ik vroeg me af of ik die wel goed verstaan had of dat mijn verderfelijke geest weer een invuloefening deed. Ze lachte betrapt toen ze zag dat ik het had gehoord, ging over op fluistertoon en maakte zich snel uit de voeten terwijl ik me probeerde voor te stellen waarom ze zo blij was geweest.

De avond ervoor had ik in het ondergrondse theater Espace Cardin een vernieuwde uitvoering gezien van I was sitting on my patio this guy appeared I thought I was hallucinating, een beroemd stuk van Robert Wilson en Lucinda Childs uit 1977. Op het toneel stond een ouderwetse telefoon die vaak aanhoudend rinkelde, zoals mensen die voortdurend om aandacht vragen. De acteur voerde een soort gesprekken met het toestel. We hoorden flarden. Het script bestaat grotendeels uit zinnen die mensen in telefoongesprekken of op feestjes tegen elkaar kunnen zeggen. Zoals ook de titel. Wat ik nu toch weer meemaakte. Moet je horen.

I was sitting on my patio this guy appeared I thought I was hallucinating is een schijnbaar losse aaneenschakeling en herhaling van dat soort zinnen. Een touw valt er niet altijd aan vast te knopen. De voorstelling begint ook nog eens halverwege opnieuw met een andere acteur. Zelfde zinnen, misschien een andere volgorde. Alsof een computer tracht te slagen voor de Turingtest. Zo bezien is het stuk uit de jaren zeventig de aankondiging van de nieuwe wereld waar we nu in leven. Ik vond de opzet wel prettig want ik heb in het theater vaak concentratieproblemen omdat ik nogal eens te lang nadenk over wat er gezegd is en dat was nu eindelijk niet zo hinderlijk. Je kon er immers steeds weer middenin vallen zonder de draad kwijt te raken.

Zelden heb ik zo’n mooi ogend theaterstuk gezien. Een zwart-wit, vrijwel leeg decor, een acteur in zwart pak gekleed, de ander in een witte lange jurk. Minimaal en kolossaal. Futuristisch en historisch. Het lukt me gewoonweg niet om onder woorden te brengen wat ik zag. Eat this Moleskine.

De voorstelling deed me denken aan The Swimmer van John Cheever, een schrijver die toevallig of juist niet ook weer in de belangstelling staat en een van m’n favoriete korte verhalen, dat zich net als het stuk ook in New York afspeelt, de stad waar de gewoonte van make believe ieder zicht op de werkelijkheid ontneemt. Een duistere vertelling over een kerel die na een feestje met allemaal succesvolle mensen naar huis zwemt via de zwembaden in de achtertuinen, symbolen van een uiterlijk geslaagd leven. Al zwemmend dondert zijn imago uit en zijn wereld in elkaar. Achter de stralende glimlachen en verhalen van succes schuilen spookhuizen. Dat verontrustende gevoel bekroop me ook in het theater. Na afloop bespraken we de voorstelling in een poging te begrijpen wat we hadden gezien en het voelde alsof elke zin die ik sprak zo in het stuk zou passen.

Ik keek weer in de etalage van de shop. De twee medewerkers stonden nog steeds achter de kassa. Paraat voor een invasie van klanten die nooit meer zal plaatsvinden. Misschien moet ik toch maar zo’n boekje kopen en gaan schrijven. Ik noteerde in gedachten een zin: Terwijl ik stond te wachten passeerde een vrouw die blij was dat ze geen dildo had, ik dacht dat ik hallucineerde.


I was sitting on my patio this guy appeared I thought I was hallucinating van Robert Wilson en Lucinda Childs, gespeeld door Christopher Nell and Julie Shanahan, geregisseerd door Wilson en Childs. Gezien tijdens het Festival d'Automne.

Kunst in Parijs

Een nieuwe tentoonstelling in Palais de Tokyo is meestal een goed excuus om naar Parijs af te reizen. Zo je daar al een excuus voor nodig hebt. Ik ken geen ander gebouw dat zelf zo onderdeel is van de tentoonstellingen die het toont. Dat komt doordat de kunstenaars en curatoren met het pand mogen doen wat ze willen. Bouwen, breken, slopen. Althans die indruk krijg je. Wat er ook voor zorgt dat de ruimtes die je bezoekt nooit hetzelfde zijn. Voeg daarbij dat het immense complex een soort doolhof is en je begrijpt dat je ondergedompeld wordt.

Een van de mooiste ervaringen die ik er ooit had, was laat op een zaterdagavond bij een weer gigantische overzichtstentoonstelling met een duizelingwekkende hoeveelheid werken. Het was na 23:30 – het Palais is open tot 00:00 – en de suppoosten liepen achter de laatste bezoekers aan om het gebouw leeg te krijgen. Een bijzonder gezelschap, in uitgaanskledij, dat met zoveel haast als de vereiste coolness toeliet door de betonnen ruimtes slenterde en nog zoveel mogelijk probeerde te zien. Alsof ik in een scene van La Dolce Vita was beland.

Dit keer was de stemming heel anders. Anne Imhof heeft met Natures Mortes het Palais veranderd in een rauw complex dat nog het meest doet denken aan een rouwcentrum voor de wereld. Ineens wist ik weer waarom unheimisch een Duits woord is. Letterlijk gillende machines, industriële duikplanken zonder zwembad, een concertzaal zonder publiek of band, een compleet gestript gebouw, er lopen bezoekers rond maar het voelt alsof je als urban explorer door een verlaten en vervallen eigentijdse ruïne dwaalt. Post-apocalyptische punk.

De tentoonstelling krijgt lovende recensies, aanvankelijk tot mijn verbazing maar nu de tijd verstrijkt merk ik dat de ervaring in me rijpt en steeds beter wordt. Niet alles wat goed is, herken je meteen.

In Fondation Cartier, een zeer aangename expositieruimte die van een heel andere orde is, bezocht ik Cherry Blossoms, de tentoonstelling van nieuwe werken van Damien Hirst. Vooraf leek het een ideaal trio: een favoriete tentoonstellingsruimte, favoriete kunstenaar en favoriete bloesem tegelijk. In de praktijk pakte het helaas wat minder bevredigend uit.

Hirst probeert Van Gogh-achtige schilderijen te maken met de techniek van Jackson Pollock. Hij heeft de verf tegen het doek gesmeten. Misschien wel omdat een jaar of tien geleden met behulp van AI-software werd ontdekt dat die twee meesters qua techniek dicht bij elkaar staan. En je kunt ook nog beargumenteren dat hij voortborduurt op zijn steriele stipjeswerken en de wreed stervende vlinders die hij eerder in Tate Modern toonde. Misschien past dat allemaal in het onderzoek naar schilderkunst dat hij zegt te doen.

Het eindresultaat deed me niettemin weinig. Ik miste de sensatie, in de zin van beleving, die ik voelde bij zijn eerdere werken. De rijk met clichés gevulde begeleidende folder hielp ook al niet. Ik zag er niet meer in dan de ‘zoek de verschillen’ plaatjes uit oude kindertijdschriften want zoals je ze op de foto ziet zo waren ze ongeveer allemaal. En betrapte mezelf op de valse gedachte dat Hirst, na Treasures from the Wreck of the Unbelievable in Venetië, weer een manier heeft gevonden om veel geld te verdienen want de in totaal 30 doeken uit deze serie zullen wel gretig aftrek vinden onder verzamelaars die graag grote namen bezitten.

Net nadat ik dit opschreef, las ik dat Hirst gedurende de coronacrisis 17,5 miljoen euro aan staatssteun ontving maar niettemin 65 medewerkers ontslagen heeft. Het is zo lekker om in m’n eentje te werken, zei hij nog in de folder.

Reinig je hersenen en verander je gedrag

Detoxen gaat meestal over je lichaam maar hoe zit dat met je geest? Met je manier van denken? Sinds de coronacrisis begon, merkte ik dat mijn hersens steeds luier werden, door overvloedig gebruik van de smartphone en een totaal gebrek aan andere impulsen. Dus ben ik mijn leven een beetje anders gaan organiseren om die geestelijke erosie tegen te gaan. Natuurlijk niet gestructureerd en weloverwogen volgens een strak plan maar impulsief, zoals ik altijd leef.

Ik begon door elke ochtend als ik wakker word de mini-kruiswoordpuzzel van de New York Times op te lossen. Dat klinkt ingewikkelder dan het is. Meestal doe ik er anderhalve minuut over, soms iets korter. Ik herinner me een geluksdag dat het me binnen 45 seconden lukte. Dat zeg ik niet om op te scheppen want ik las van anderen die het onder de 20 seconden lukt. Dat ga ik nooit voor elkaar krijgen en daar gaat het me ook niet om. Net zoals ik nooit hardloop tegen anderen, zo puzzel ik ook alleen maar solo.

Wat me tijdens het puzzelen opvalt, om niet te zeggen verontrust, is hoeveel ik weet van de Amerikaanse samenleving. Zonder het te willen. De namen van snacks, afkortingen van overheidsinstanties, slogans van bedrijven die niet eens buiten de VS actief zijn en tal van andere trivia heb ik in de loop der jaren kennelijk onbewust opgeslagen. Niet omdat ik dat graag wil maar omdat ik door de smartphone een groot deel van de dag zwem in de Amerikaanse cultuur. En als het niet al in puur Amerikaans is dan zie ik wel non-Amerikanen die het imiteren of het gewoon onderdeel van hun leven hebben gemaakt. Ik ken Nederlanders die Engels tegen me praten. Zelf doe ik dat ook wel eens. Sterker nog, ik merk dat ik zelfs Engels spreek als in mezelf praat.

Dat lijkt misschien cool – om het maar eens in goed Nederlands te zeggen – maar dat vind ik helemaal niet, alleen al omdat mijn weerzin tegen de VS jaar na jaar toeneemt. Ja, er is nu een betere president dan ze eerst hadden maar het blijft een racistisch kloteland dat verslaafd is aan geld en geweld. Om het maar even cru samen te vatten. Ik heb helemaal geen zin om mezelf daarmee te vergiftigen.

Dit is een wat lange inleiding voor mijn nieuwste detox-methode. De meeste Amerikaanse indoctrinatie komt in je hersens terecht via amusement want entertainment is de geweldloze vorm van het Amerikaanse imperialisme. Ze zijn er natuurlijk ook erg goed in maar als je eenmaal oplet, begint op te vallen hoe mager al dat entertainment is. Vrijwel ieder plot draait om geweld, het is uitzonderlijk als er niemand vermoord wordt. Als er geen sprake is van geweld dan gaat het meestal om een romance en die verlopen vrijwel altijd via hetzelfde lijntje: hetero-koppel vindt elkaar na het overwinnen van moeilijkheden. Zoals de literatuur altijd is terug te voeren tot de plots die je in de bijbel vindt, zo is Amerikaans entertainment altijd te herleiden tot Disney.

Daar ben ik wel een beetje klaar mee. Dus ik heb mijn Netflix-account opgezegd en probeer ook voor de rest mijn Amerikaanse entertainmentconsumptie terug te dringen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het is net zoiets als stoppen met vleeseten, roken, drinken of snacken. Pas als je het niet meer doet, valt op hoe vaak je het deed.

Dit soort gedragsverandering breng je het beste tot stand als je er routine van maakt, ontdekte ik toen ik in een poging mijn lichamelijk conditie te verbeteren besloot elke dag 5 kilometer hard te lopen. Dat is makkelijker uit te voeren dan het voornemen twee keer per week te rennen. Routine werkt beter dan motivatie. Net zoals ik alcoholconsumptie makkelijker terugdring door te zeggen dat ik helemaal niet meer drink dan door te denken ik wil minderen. Je ziet, ik ben nogal binair ingesteld.

De nieuwe anti-Amerikaanse detox-methode gaat aldus: ik wil de komende tijd elke dag een Franse film kijken. Daar kwam ik op omdat ik als nieuw abonnee van De Groene een gratis proefabonnement kreeg op CineMember. Laat ik dat eens benutten, dacht ik. Ze hebben 128 Franse films dus dat moet te doen zijn. Fransen staan er om bekend dat ze regelmatig pogingen ondernemen de onwenselijke aspecten van de Amerikaanse cultuur buiten de deur te houden. Daar wordt in Nederland vaak spottend over gedaan, alsof het bij voorbaat kansloos is. Als dat zo is, dan moet dat juist reden zijn het te doen, lijkt me.

Goed, geestelijk detoxen via films dus. Meteen merkte ik hoe amusement je leven beïnvloedt. Woensdag zag ik Compostelle, een documentaire over mensen die de wandelroute naar Santiago de Compostella afleggen. De film is naar mijn smaak niet echt goed gemaakt, op het amateuristische af, maar wel verrassend fascinerend. Het is een beetje alsof je door het dagboek van een onbekende bladert. De meeste geïnterviewden laten zich in nogal spirituele termen uit over hun ervaringen en daar heb ik persoonlijk niet zoveel mee maar niettemin begeesterde de film. Wat een goed idee om zo’n lange wandeling te maken. Precies wat we nodig hebben in deze tijd waarop we beginnen in te zien dat we ons leven in een mallemolen hebben veranderd. Stap voor stap je wereld veranderen was nog nooit zo letterlijk. Veel van de mensen blijken onderweg bijvoorbeeld geen notities te maken maar tekeningen van wat ze zien. Zou ik dat ook kunnen? Op de een of andere manier maakte de film een soort oergevoelens los. En ja, ik was al van plan om deze zomer het Pieterpad te gaan lopen.

Donderdag bekeek ik Petit Paysan, ofwel kleine boer. Dat leverde een ander soort openbaring op.

Toen Hubert Charuel in 2017 zijn debuutfilm die gaat over een dodelijk virus uitbracht, kon hij waarschijnlijk niet bevroeden hoe totaal herkenbaar die vier jaar later zou zijn in tijden van corona. Toch is de film in alle opzichten de tegenpool van een Amerikaanse spektakelfilm als Contagion die ook dergelijke herkenning oproept. Hier geen mensen die de wereld overvliegen, geen panische massa’s, geen opzwepende muziek, geen dwingend militarisme. Integendeel. Petit Paysan, in het Engels Bloody Milk, speelt zich vrijwel geheel af op een enkel boerenerf met alle rust van dien. En is daarmee veel realistischer. Het is een zogezegd intieme film. Er is gefilmd op de boerderij waar de regisseur zelf opgroeide en veel van de acteurs zijn mensen uit de omgeving. Zijn ouders worden gespeeld door zijn echte ouders.

Pierre Chavanges is een jonge boer met zo’n dertig koeien die het bedrijf van z’n ouders heeft overgenomen. Dat hij leeft voor zijn koeien wordt meteen al duidelijk gemaakt in de ijzersterke openingsscene waarin de dieren overal in zijn huis staan. Dat blijkt een droom maar wat volgt is een nachtmerrie,

We zien zijn dagelijks leven als melkboer in een kleine gemeenschap waar hij tegen zijn zin constant op de vingers wordt gekeken door zijn omgeving. Dat lijkt een typisch dorpsdrama, slow living noemen goeroes die het Nederlands slechts beheersen dat. Dan sluipt een gevreesde veeziekte het verhaal binnen. De ramp die op hem afkomt is zo enorm dat de boer geen andere verdediging kan bedenken dan ontkennen. Hoe herkenbaar. Chavanges gaat te rade op YouTube, inderdaad het soort ‘research’ waardoor nogal wat mensen een konijnenhol binnenrollen om er nooit meer uit te geraken en wappie worden. Wat er vervolgens gebeurt moet je zelf maar gaan zien.

Petit Paysan won in 2018 de César (Franse Oscar) voor beste debuutfilm. Hoofdrolspeler Swann Arlaud kreeg dezellfde prijs voor zijn vertolking van de boer. Sara Giraudeau ontving die voor de beste bijrol. Zeer terecht maar het meest schitteren de koeien. Je ziet ze zoals ze zijn: zachte, liefdevolle dieren en tegelijk, hoezeer de boer ook aan hen gehecht is, toch niet meer dan een product. Ze zijn dingen waar je een pak melk of stuk kaas van maakt. En dan te bedenken dat Petit Paysan het ideaal toont van hoe we vinden dat vee behandeld zou moeten worden. Hoe uitzonderlijk dat is wordt subtiel duidelijk gemaakt bij een bezoek aan een boer die met zijn tijd is meegegaan. Daar komen de koeien alleen nog in contact met robots. Zoals het er overal op de industrieboerderijen aan toe gaat. Drie keer raden waar jouw ontbijtyoghurt vandaan komt.

Petit Paysan zette me aan het denken over het leven, de pandemie, maar vooral ook over de noodzaak om van vegetariër zijn over te stappen naar vegan en zuivelproducten te gaan mijden. Dat is iets voor een volgende gedragsverandering. Al lijkt die conclusie totaal niet de bedoeling van de film te zijn.