Categoriearchief: Politiek

Een documentaire over corruptie ver weg blijkt ineens herkenbaar

Het overkomt me niet vaak dat tijdens het kijken van een film mijn mond letterlijk openvalt. Dat gebeurde wel meermaals bij het zien van Collective, een documentaire die iedere verbeelding tart. Het verontrustende is dat het gaat om een extreem politiek schandaal in Roemenië maar dat voor een Nederlandse kijker sommige zaken ongemakkelijk bekend voorkomen omdat ze bijvoorbeeld doen denken aan het toeslagenschandaal van de afgelopen maanden. Ik schrik er zelf van dat ik de voorgaande zin opschrijf maar het is toch echt zo.

In 2015 brak er tijdens een optreden van een band brand uit in de met publiek gevulde club Colectiv in de hoofdstad Boekarest. Dat zie je tot je eigen verbijstering gebeuren want een van de aanwezigen heeft het gefilmd. Het vuur grijpt razendsnel om zich heen, veel sneller dan je zou verwachten. De bezoekers proberen een veilig heenkomen te zoeken maar dat lukt niet want er zijn geen nooduitgangen. Paniek breekt uit, rook verstikt, vlammen verteren. En dat is letterlijk en figuurlijk nog maar het begin van het verhaal. Wat zich vervolgens voltrekt is nog vele malen schokkender.

27 mensen komen om bij de brand, 180 raken er gewond, veelal voor hun leven verminkt. Dan overlijden er vervolgens 37 mensen in ziekenhuizen. Hoe kan dat? De autoriteiten, waaronder een wijsneuzerige minister van Volksgezondheid, bezweren dat de medische zorg in het land tiptop in orde is. “We voldoen aan alle Europese standaarden.” De op de persconferentie aanwezige journalisten tikken het braaf op. Documentairemaker Alexander Nanau is er bij aanwezig en registreert maar de beelden komen in een heel andere documentaire dan hij aanvankelijk voor ogen had omdat het verhaal van de ramp een bizarre wending neemt. En dat blijft doen. Het schandaal dat leek te handelen over het ontbreken van nooduitgangen blijkt vele malen groter.

Het wordt duidelijk dat sommige mensen overlijden omdat de bureaucratie hun behandeling vertraagt. Maar is dat wel de bureaucratie? Journalisten van de krant Gazeta Sporturilor, ja inderdaad een sportkrant(!), worden benaderd door nabestaanden die verontrustende verklaringen afleggen. Er breekt een volksopstand uit en de sociaaldemocratische regering komt ten val. Er wordt snel een interim-regering benoemd, een activist voor patiëntenrechten wordt minister van Volksgezondheid. De hoge ambtenaren trachten indringend hem te sensibiliseren maar daar is hij ongevoelig voor. Hij zweert bij transparantie en laat de camera toe bij vergaderingen en meetings. Nanau registreert het, je zit als kijker op de eerste rij bij het politieke slagveld. Ondertussen geven de sportjournalisten niet op, ze graven en graven en stuiten op corrupte praktijken die iedere verbeelding tarten. Mogelijk aantal dodelijke slachtoffers: 12.000. Ja, dat lees je goed.

Collective, die over de hele wereld met prijzen en nominaties is overladen, gaat over Roemenië en de Roemeense praktijken. Het sterke van de film is dat daar niet heel veel uitleg over wordt gegeven. Er wordt geen tijd verdaan met expliceren of in context plaatsen. De premier bijvoorbeeld komt niet eens aan bod. Die benadering leidt er toe dat er geen afstandelijkheid ontstaat. Je zit er echt middenin, alsof je op bezoek bent in Roemenië. Zo ontdek je als kijker min of meer terloops dat de onderzoeksjournalisten eigenlijk sportverslaggevers zijn en dat de sociaaldemocraten daar de nazaten van het oude communistisch regime zijn en qua mediastrategie verdomd veel lijken op onze eigen populisten.

Over het verhaal wil ik verder niet vertellen omdat de documentaire ook de ervaring van een thriller biedt. Ik wist er amper iets van, op die afschuwelijke brand na en wat vage berichten over een politiek schandaal. Schandalen waarvan je als nieuwsconsument al snel denkt, tja Roemenië. Dat is als kijker de extra schok. Dat het zich allemaal afspeelt binnen de Europese Unie, dat Trump er bij wijze van spreken kinderspel bij is en dat we dat amper weten. Dat ligt niet aan Roemenië.

Ridderzaal, voorheen de Loterijzaal geheten

De Ridderzaal, gebouwd tussen 1250 en 1290. Ik had er door de naam altijd een beeld bij van koning Arthur en de Ridders van de Ronde Tafel. Want ja, Nederlandse ridders staan niet in m’n geheugen. Behalve Ridder van Rappard maar dat was een rechtse houwdegen uit de jaren ’60 die als burgemeester zo’n beetje alles verbood wat links was, van homo’s tot feminisme en lange haren. Als hij nu geleefd zou hebben, was hij waarschijnlijk elke dag op tv. Of had hij zijn eigen Don Quichot-achtige reality serie.

Deze week liep ik er langs en het viel me weer op hoe spannend het gebouw is. Welke ridders zouden er zich verzameld hebben? Ik googelde en las:

“In de tijd van de Republiek werd de zaal voor allerlei andere doeleinden gebruikt, zoals voor verkoop van boeken, wandelplaats, markt, winkelcentrum, wachtruimte voor de rechtbank, exercitieruimte en trekkingen van de Staatsloterij. Daarom werd hij ook wel Loterijzaal genoemd. De naam Ridderzaal is pas in de negentiende eeuw, onder invloed van de romantiek, in gebruik geraakt.”

Loterijzaal. Je snapt dat ze die naam niet meer aan het parlement willen verbinden.

Overigens is de zaal gebouwd door Floris de Vierde die wel ridder was en werd gedood tijdens een toernooi, door een jaloerse echtgenoot volgens een van de verhalen. De zaal werd voltooid door zijn zoon (dank André voor de correctie, zie reactie hieronder) opvolger Floris de Vijfde, eveneens ridder, die op zijn beurt ook vermoord werd, met 22 messteken. De dader werd in een vat vol spijkers door de straten gerold.

Nederland was toen nog echt gezellig.

Gouden douchekranen

2017 lijkt zo’n jaar te worden dat er iedere week wel een Woord van het Jaar opduikt. En deze week was dat natuurlijk golden showers. Dat was niet alleen een prettige schock vanwege de context waarin het woord over ons, tja… ik zal maar zeggen uitgestort werd, maar ook vanwege de eindeloze hoeveelheid grappen. Haha, haha…

Later die avond was er een politicus van de ChristenUnie die het niet helemaal begrepen had. “Maar wat moet je met gouden douchekranen? Je Napoleon wanen?” twitterde Statenlid Kees in een poëtische bui. Ik moest er niet alleen weer om proesten maar ik werd er ook door ontroerd. Hier was een volwassen geest die nog niet bezoedeld was door perverse gedachten. 

Dat het nog bestaat in deze wereld. Dat geeft toch hoop, zei ik tegen een vriendin toen ik de tweet van Kees liet zien. Ze lachte niet maar keek me ongelovig aan en antwoordde: “Misschien weet hij alleen maar niet dat het zo genoemd wordt.”

Deze mini-column las ik voor in Hier Hoor Je Hoe Het Echt Zit, m’n nieuwe nachtprogramma op NPORadio 1. Iedere zaterdagochtend van 2 tot 4. Tot aan de verkiezingen.

Een ongemakkelijke waarheid

Join the RevolutionZaterdag was ik in de Rotterdamse Schouwburg bij Join the Revolution, een voorstelling zoals ik die nooit eerder zag. Zeer scherp en met veel zwarte humor werd het publiek geconfronteerd met de eigen tekortkomingen. We maken ons zorgen om de wereld, leven mee met hen die lijden, willen een einde aan onrechtvaardigheid, etcetera, maar wat doen we er nou zelf echt aan? We liken, we klikken en we drinken fair trade koffie.

Dat klinkt allemaal cynisch maar als de voorstelling iets niet was dan dat wel. Cynisme is een verdovend middel, Join the Revolution was meer als een plens koud water. Met een mix van actualiteit, theater en protest werd de toeschouwer steeds verder uit z’n comfort zone getrokken. Het verhaal is opgehangen aan de Tunesische revolutie, het enige land waar de Arabische Lente geslaagd is. Terroristen proberen het land nu ten gronde te richten en slagen daar ook in. Na enkele aanslagen is de voor Tunesië zo belangrijke toeristen-industrie ingestort. De theatermakers van Action Zoo Humaine wisten die situatie zo aangrijpend neer te zetten dat het je als toeschouwer ongemakkelijk maakt. Iedereen is tegen terrorisme maar de slachtoffers van de terreur laten we in de steek. Dat werd nog versterkt door de deelname van uit Tunesië afkomstige acteurs.

Misschien moet ik maar op vakantie naar Tunesië, dacht ik in een vlaag van dadendrang. Daar gaat de voorstelling dan ook over: doe je iets, kijk je weg of sus je je geweten met een donatie? Dat laatste letterlijk want de makers tarten het publiek met een collectebus voor een crowdfundactie ten bate van Tunesische theatermakers: geef dan, geef dan! Ondertussen het gevoel inpeperend dat onze solidariteit niet verder reikt dan dat. Dus ik zou naar Tunesië gaan, ik wist het met de gloedvolle overtuiging waarmee je ook weet dat je Charlie bent. Maar al snel bekroop het pragmatisme me, de remvloeistof van het idealisme. Moet een vakantie niet zorgeloos zijn? Ik zag mezelf op het strand in zwembroek tegenover een horde IS-strijders die op de kust landde. Dat was toch niet zo’n goed idee.

Gelukkig vertelden de theatermakers vervolgens iets dat mn aandacht afleidde van deze innerlijke worsteling die wel drie minuten duurde. Voorheen werden Star Wars films opgenomen in Tunesië maar door de aanslagen had Disney bij de laatste, The Force Awakens, voor een ander land gekozen. Die film was vanwege de terreurdreiging opgenomen in het veilige Abu Dhabi, een land dat notabene bekend staat als financier van het terrorisme. Hoe hypocriet is dat, hield het theaterstuk het publiek voor.

Die film was ik verdomme gaan zien zonder dit te weten. Het grootkapitaal laat zich weer eens van z’n slechtste kant zien. Maar ook hier werd het schande-gevoel allengs verdund door redelijkheid. Disney kon zo’n risico natuurlijk niet nemen om toch in Tunesië te filmen. Dergelijke opnames worden maanden voorbereid, die kun je niet ineens verplaatsen als de situatie gevaarlijker wordt. En Amerikanen zijn gewilde doelwitten. En de verzekering zou vast moeilijk zijn gaan doen. De verontwaardiging over de hypocriete houding verdampte langzaam maar zeker.

De volgende dagen bleef het dilemma door mijn hoofd spoken. Hoezo is het redelijk om mensen die snakken naar democratie, bondgenoten bovendien, in de steek te laten? Wat zou Churchill gedaan hebben, vroeg ik me af. Die zou vast niet geweken hebben. Moeten we het enige land waar de democratie zegevierde zo in de spreekwoordelijke kou laten staan? Ik ging naar een reiswebsite, geen reizen naar Tunesië. Een andere, ook niet. Ik zocht op ‘reizen Tunesië’ maar zelfs de sites die er mee adverteren hebben geen enkele vakantie te bieden. Daar moest een verklaring voor zijn. En die was er, het ministerie van Buitenlandse Zaken geeft een negatief reisadvies voor het hele land.

Churchill is dood. Wat rest is de crowdfund site.

cc-foto: Michelle Brouwer

Woordenschat

Het is het Jaar van het Boek. In het AD trapt minister Jet Bussemaker het feest, evenement, propagandainstrument of hoe je zo’n jaar ook noemt, af. Er zal vast een woord voor bestaan maar ik ken het niet of kan er niet opkomen.

BookBussemaker, die woont in een huis waar overal boeken liggen maar die geen e-reader heeft, legt uit dat ik mijn tekort kan oplossen door meer te lezen. “Mensen die veel lezen, hebben een uitgebreidere woordenschat.” Daar heeft ze vast gelijk in maar door het interview begin ik er toch aan te twijfelen. Zo wordt verteld dat ze voornamelijk leest “voor het slapengaan”. Ik neem aan dat bedoeld wordt voordat ze gaat slapen, wat toch iets anders is dan slapengaan. En dan: “Dat is voor mij de manier om echt helemaal te ontwinden.”

Ontwinden, dat klinkt eerlijk gezegd als een behandelingsmethode voor een petomaan. Het is ook zo’n woord waarvan je de Engelse versie in je hoofd hoort als je het leest. Sommige Nederlanders spreken van unwinden. Het Nederlandse woord is gewoon afwinden, inderdaad het tegenovergestelde van opwinden. Ontwinden doe je alleen met bollen wol en dergelijke, leer ik van de Van Dale app, een kennisverzameling die vroeger een boek was.

Ook grappig: in het hele anderhalve pagina beslaande interview wordt nergens vermeld waar Bussemaker minister van is. Gelukkig voor mensen met weinig parate kennis is Google geen boek.

cc-foto: Michelle Brouwer

Muggen en zwarte levens

  
Buiten aan de gevel van het Belgisch paviljoen op de Biënnale van Venetië wappert een vlag met de tekst ‘Black Lives Matter’, de slogan waarmee in de VS geprotesteerd wordt tegen racistisch politiegeweld. Binnen in het paviljoen wordt duidelijk dat die kreet niet alleen voor de VS opgaat. Aan de wand hangen luchtfoto’s van stedelijke gebieden in de Congolese provincie Katanga. Het zijn beelden zoals je die van Google Maps kent. Woonwijken, gescheiden door groenstroken en doorgaande wegen. Naast de foto’s hangt een citaat: 

“De neutrale zone vermijdt nauwe contacten tussen blanken en zwarten. Een bijna leeg gebied dat minimaal 500 meter beslaat scheidt de twee vestigingsgebieden, die afstand komt overeen met wat een malaria-dragende mug gewoonlijk aflegt.”

Het is een tekst uit 1931 over stedelijke planning in de toenmalige Belgische kolonie Congo, geschreven door een bouwkundig ingenieur. Je kijkt nog eens naar de satellietbeelden en ziet plots iets anders dan je eerst zag. De ook nu nog steeds zichtbare corridors zijn zorgvuldige geplande scheidslijnen van dood en verderf tussen rijke en arme wijken. Black Lives Don’t Matter.

De installatie is van Sammy Baloji, een Congolese fotograaf die beelden en teksten combineert om te laten zien hoe de geschiedenis van het kolonialisme de wereld nog steeds in zijn greep heeft. Er zijn ook andere internationale kunstenaars te zien in het paviljoen, over verwante onderwerpen. 

De inrichting van de Belgische tentoonstelling ging maanden vooraf al gepaard met een rel. Toen kunstenaar Vincent Meesen door een jury werd geselecteerd om de ruimte te vullen, werd een andere genomineerde kunstenaar zo boos dat deze een slepende procedure aanspande om dat te verhinderen. Meesen zegevierde en nam subtiel wraak op de afgunst: in plaats van het paviljoen louter voor zichzelf op te eisen, nodigde hij tal van andere – internationale – kunstenaars uit mee te doen. Het resultaat behoort tot de top van de Biënnale, de grootste kunsttentoonstelling ter wereld die al meer dan een eeuw iedere twee jaar in Venetië wordt gehouden. Overigens kent deze editie helaas weinig toppen, maar daarover volgende keer.