De Nederlandse Rushdie

In Amsterdam heb ik gedemonstreerd tegen de moord op Theo van Gogh. Ik nam daar niet aan deel omdat ik Van Gogh graag mocht. Integendeel, ik had een hardgrondige hekel aan hem. En niet alleen vanwege zijn standpunten, die ik vrijwel nooit deelde. Maar ook omdat hij me openlijk heeft uitgemaakt voor nazi, geprobeerd heeft mijn krantje te verbieden en mij te laten ontslaan omdat ik ooit waagde kritiek op hem te hebben. Ik was dan ook zelfs niet geneigd hem te zien als een verdediger van het vrije woord.
Maar vanavond moest ik ineens aan vijftien jaar terug denken.
In 1989 vaardigde de Iraanse ayatollah Khomeini een fatwa uit tegen de Brits-Indiase schrijver Salman Rushdie omdat zijn boek The Satanic Verses godslasterend zou zijn en omdat Rushdie, die van oorsprong moslim was, zich afkeerde van de islam. Op het hoofd van de schrijver werd een premie van 3 miljoen dollar geplaatst. Fundamentalistische moslims kwamen wereldwijd in actie. Boekhandels werden platgebrand, een Japanse vertaler werd vermoord, een Noorse uitgever raakte gewond bij een aanslag.
In Nederland organiseerden fundamentalistische moslims, geleid door een Pakistaanse arts uit Spijkenisse, in dat jaar vanuit de moskee aan de ’s Gravendijkwal een demonstratie in Rotterdam waar circa duizend man op afkwamen. De demonstratie voerde naar boekhandel Donner.
Die provocatie kon niet onbeantwoord blijven maar dat dreigde wel te gebeuren en daarom organiseerde ik met wat – linkse – vrienden in allerijl een tegendemonstratie. Daar stonden we dan met z’n zevenen te protesteren toen de moslims voor de deur van Donner het bewuste boek en een pop verbrandden die Rushdie moest voorstellen. (Rechts Nederland was in weerwil van wat er de laatste jaren beweerd wordt indertijd overigens nergens te bekennen).
Ik trok bij die gelegenheid een t-shirt aan met de tekst I am Rushdie, dat verkocht werd in de winkel van columniste Carrie, en plaatste mezelf tegenover de moslims. Dat beeld haalde het journaal en zeker een week lang werd ik door types waar ik verder niet zoveel mee heb op de schouders geklopt. “Je bent de held van extreem-rechts Nederland,” lachte een vriend. Het kon me niet zoveel schelen want er zijn principes die ieder politiek meningsverschil overstijgen.
Ik dacht er vanavond aan terug omdat de gebeurtenis tot op de dag van vandaag mijn houding tegenover het probleem van het fundamentalisme heeft bepaald. De vrienden schrokken en waarschuwden me toen ik het t-shirt aantrok in aanwezigheid van die woeste massa maar er gebeurde het tegenovergestelde van wat iedereen verwachtte: de moslims schoten in de lach en de grimmigheid verdween. Op één man in een jurk na die zijn zelfbeheersing verloor en begon te zwaaien met het kind dat hij op zijn arm droeg. Hij werd gekalmeerd door de anderen.
Ik zag het als bewijs voor mijn overtuiging dat Nederland geen land is voor extremisten. En maakte de fout die ene verder te negeren.
Vandaag was hij in de Linnaeusstraat.


Er is wat voor te zeggen om t-shirts te gaan dragen met de tekst ‘Ik ben Theo van Gogh’, om duidelijk te maken dat je kritiek nooit kunt vermoorden. Maar er is misschien nog een passender actie denkbaar. Toen Rushdie moest onderduiken maakten schrijvers wereldwijd een ongeschreven afspraak om te voorkomen dat hij in de vergetelheid zou raken. Bij ieder interview, bij iedere gelegenheid werd door velen altijd wel een keer verwezen naar Rushdie.
Ik vergeet bijvoorbeeld nooit meer hoe Redmond O’Hanlon dat deed in het populaire tv-programma van Adriaan van Dis. Hij vertelde over het wilde leven in exotische oorden en Van Dis vroeg naar de feesten daar. “Nee, weet je wat bijzondere feesten zijn,” antwoordde O’Hanlon. “De feesten van Rushdie, met de lui van de veiligheidsdienst” en hij stak een luchtige anekdote af die duidelijk maakte hoe zwaar het leven voor de bedreigde schrijver was.
Het zou passend zijn als de komende tien, twintig jaar Van Gogh in iedere Nederlandse film opduikt. Een foto op een kastje, een poster aan de muur, een krant op tafel, een stem op de radio, een beeld op de televisie. De Nederlandse Rushdie.