Asfaltjungle

Iedere dinsdag rond lunchtijd rijd ik naar Hilversum. Het is een rit die voelt als alle andere ritten. Ik rol in gedachten verzonken of al in de telefoon kletsend over het asfalt, omgeven door andere ingeblikte mensen die ik niet ken en nooit zal kennen en die op weg zijn naar bestemmingen die ik nooit zal weten. De snelweg als een soort gigantische lift waar iedereen gebruik van maakt maar niemand een woord met elkaar wisselt. Ik geloof niet dat de invloed van de snelweg op het menselijk gedrag ooit is onderzocht maar ik kan me niet voorstellen dat we er socialer van zijn geworden.
Tot ik een maand of wat geleden ineens een auto herkende. “Hé, die zag ik een week eerder ook al rijden!” En de week er op was hij er weer. Zo ter hoogte van de Uithof bij Utrecht passeer ik de bewuste wagen, iedere week opnieuw.
Hij viel op omdat het de auto van een marktkoopman is, een grote gele bestelwagen met aanhanger. Maar sinds ik er op let, herken ik er meer. Daar rijdt die groene Peugeot met die roze sticker! Daar is die met dat speelgoedhondje weer!
Allemaal mensen die iedere week, of misschien wel iedere dag, op hetzelfde tijdstip dezelfde route rijden. Als mini-nomaden op een asfaltvlakte.
Die alleen maar voor zich uit staren en zich nooit afvragen: Ken ik jou?