Na de moord op Van Gogh constateerde AD-columnist Hugo Borst dat een ooggetuige in haar verslag niet vermeldde dat de dader een jurk droeg. Angst voor stigmatisering noemde hij dat. In mijn column voor de Volkskrant nam ik die redenering over. Het voorval leek een duidelijke uitwas te zijn van het politiek correcte gedrag waar Van Gogh voor waarschuwde. De angst om te discrimineren zou zo groot zijn dat goedwillende burgers zelfs weigerden te zeggen dat de dader de standaarduitmonstering van een moslimfundamentalist droeg.
Maar de vraag rijst nu of die conclusie terecht is. Het ANP meldt vandaag dat ooggetuigen elkaar tegenspreken over de vraag of Mohammed B. een mutsje droeg. Of een bril. Als je een bril over het hoofd ziet kun je ook wel een jurk missen lijkt me. En was het bovendien wel een jurk? Of was het toch de beige jas die Opsporing Verzocht toont?
Kortom, niet iedereen lijkt hetzelfde gezien te hebben. En dat geldt niet alleen voor de mensen die ter plekke aanwezig waren. Er werd in die dagen veel gezien waarvan achteraf kan worden vastgesteld dat het fata morganas waren. Bijvoorbeeld dat we verlamd worden door een allesoverheersende angst voor stigmatisering. Stigmatisering bleek de afgelopen weken immers populairder dan ooit. Iedere moslim wordt bij voorkeur verantwoordelijk gehouden voor wat iedere andere moslim doet. Dat is opmerkelijk in een land waar we zelfs toestaan dat mensen uit christelijke geloofsovertuiging hun kinderen voor het leven verminken door ze niet in te enten tegen polio. Geen christen die daar ooit op aangesproken wordt.
En wat is er overgebleven van de oorlog die minister Zalm zag? Als die er is in dit land dan is het wel de stilste en minst bloedige oorlog die ooit heeft plaatsgevonden.
Ik zou bijna zeggen: Waren alle oorlogen maar zo.
Ik maak alvast een zak ijsblokjes aan. Die kan ik dan op mijn hoofd leggen als de volgende nationale hysterie uitbreekt.