Tegen half vier in de ochtend, terwijl voor mijn neus het echtpaar George en Martha met tongen als scheermessen elkaar nog steeds verwenste, dommelde ik even weg. Een minuutje hooguit maar voldoende om er met een gevoel van ontwaken weer in te vallen. Ik werd er, rozig van de drank en geprikkeld door de vermoeidheid, net zo knorrig van als de ruziemakers.
Daarmee was ik van toeschouwer bijna deelnemer geworden.
Vannacht naar een speciale opvoering in real time geweest van Who’s afraid of Virginia Woolf, het weergaloze toneelstuk over een ouder echtpaar dat na een feest thuis komt en in gezelschap van een jong stel – Honey en Nick -, elkaar met een verbaal tapijtbombardement kapot probeert te krijgen. “In mijn hoofd zit jij al lang tot je kin in beton gegoten. Correctie: tot je neus.”
De voorstelling van Onafhankelijk Toneel met in de hoofdrollen de gelauwerde Bert Luppes en Ria Eimers begon even na twaalf uur ’s nachts, net als in het script van Edward Albee en duurde tot bijna vier uur in de ochtend.
Het is van de vier keer dat ik het stuk nu in de loop der jaren heb gezien, inclusief de film met Richard Burton en Elizabeth Taylor, de indrukwekkendste. Meteen vanaf het begin voelde het alsof er geen sprake was van een toneelstuk maar van een wezenlijk drama dat zich voor mijn ogen voltrok.
De komende tijd is het nog te zien in Den Haag, Amsterdam, Haarlem en Groningen. In augustus zijn er wegens het succes nog extra voorstellingen in Rotterdam.
Maar zoals vannacht met na afloop een champagne-ontbijt met aardbeien en zoete broodjes, zo is het niet meer te ervaren. Onderweg naar huis door de duistere stad verwachtte ik ieder moment Honey en Nick die gillend het slagveld hadden verlaten, in te halen.