Kennis van zaken

pb.jpgOmdat ik bureaucratisch zwakbegaafd ben hoef ik zelf nooit zakelijke post te openen. Alles wat ik uit de brievenbus haal en lijkt te gaan over geld, procedures of andere zaken waar ik slecht mee om kan gaan gooi ik ongeopend op een stapel. Eens in de zoveel tijd komt Henny langs en werkt de papieren toren weg.
“Je moet je basisverzekering aanpassen” zegt ze dan bijvoorbeeld.
Ik weet niet wat een basisverzekering is noch waartoe die dient, laat staan dat ik ook maar enig benul heb van hoe ik die zou moeten aanpassen.
Dus antwoord ik: ‘OK’.
Na een tijdje zegt ze ‘Ik heb je basisverzekering aangepast, je moet hier tekenen’.
En dan plaats ik op een formulier een artistieke variant van een kruisje want na decennialang toetsenbordgebruik heb ik geen handtekening meer over.
Dat is ongeveer alles wat ik weet van ‘administratie doen’.
Maar om onverklaarbare redenen maakte ik deze week ineens zelf een enveloppe van de Postbank open. En er ging een wereld voor me open.
Beste heer Van Jole,
Ben je toe aan je eerste koophuis, maar maken de hoge huizenprijzen en bijbehorende maandlasten het je moeilijk?

Ik wist niet dat de Postbank zijn klanten tegenwoordig aanspreekt in Ikea-taal. In gewone gesprekken kan ik er niet goed tegen als mensen mij vousvoyeren maar in dit soort zakelijke communicatie houd ik eerlijk gezegd wel van een beetje afstand.
Voor de Postbank zelf is het kennelijk ook nog wat wennen. De aanhef luidt ‘heer’ en daarna barst het gejij en gejou los. Het klinkt een beetje als een hopman die met zijn tijd mee wil gaan. Voor je het weet is een hypotheek – of zou dat een hypo zijn? – vet cool.
De brief blijkt inderdaad ondertekend door een hopman van de Postbank.
Drs. J.M. Hagenaars
Directie Postbank
Drs.? J.M.? In de jij en jou wereld?
Hé JM, wassup?
Maar goed, ik denk over het kopen van een huis en lees daarom verder. Tot deze zin.
De Postbank Hypotheekadviseur vertelt je bijvoorbeeld graag hoe je ouders fiscaal aantrekkelijk kunnen bijspringen.
O ja, joh?
Beste J.M., mijn ouders waren zo lang ik me kan herinnneren trouwe klanten van de Postbank. U zou ze dus kunnen kennen. Of liever gezegd u kon ze gekend hebben want ze zijn in respectievelijk 1994 en 1997 overleden. Of ze me ooit financieel hadden kunnen bijspringen bij het kopen van een huis betwijfel ik, breed hebben ze het nooit gehad. Geldgebrek was het meest constante probleem dat ik me herinner. Zonder steun van de kerk of liefhebbende kennissen kon er meestal geen nieuwe bril gekocht worden of andere kostbare uitgave gedaan worden. Om maar een voorbeeld te noemen. Een blik op hun – opgeheven – rekeningen en u had het kunnen weten.
Ik weet niet of ik boos of blij moet zijn dat u dat niet weet. Aan de ene kant lijkt u dus niets te weten van uw klanten, zelfs niet wat u zo kunt opzoeken. Dat lijkt me een geval van gemakzucht of onverschilligheid. Ik weet niet wat erger is in dit geval.
Aan de andere kant bent u in ieder geval geen Big Brother. Als ik geld pin op een exotische plek of weer een nutteloze aanschaf doe voor veel te veel geld vraag ik me wel eens af wat ze er bij de Postbank wel niet van moeten denken. Fijn om te weten dat ze zich er niet mee bezighouden.
Soms twijfel ik of ik weg zal gaan bij de Postbank omdat uw online banksysteem weigert mensen met een Mac goed te bedienen. Luiheid weerhoudt me steeds.
Misschien is nu het moment gekomen om in ieder geval de vet coole hypo ergens anders onder te brengen.
Ik zal het eens aan Henny voorleggen.
Zij heeft ook een Mac.