‘Conferentie moet tonijn redden’ lees ik op Teletekst. Nou, dan weet je het eigenlijk al. Niet meer te redden. Mannen en vrouwen in pakken die veel te lang in kunstmatig verlichte ruimtes zitten, die maken over het algemeen meer kapot dan je lief is. Hoeveel zouden zich turend op hun horloge afvragen of er tonijn wordt geserveerd met de lunch?
Zo moet ik niet denken. Ik weet niets van tonijn. Ik ken tonijn eigenlijk alleen maar in blik. Mooie blikjes met een plaatje van een vis in een altijd energieke beweging. Alleen als je doordenkt besef je dat hij probeert te ontsnappen aan degene die hem tekent.
De tonijn is aan het uitsterven, de Blauwe Tonijn althans. Soms als ik op de menukaart ‘broodje tonijn’ zie staan vraag ik het wel eens aan de serveerster of ober.
“Is dat blauwe?”
Het is zo’n vraag die je altijd nog een keer moet herhalen en toch nooit een antwoord oplevert.
Dan hoef ik het niet, zeg ik met een teleurgesteld gezicht. Zo heb je als vegetariër toch het gevoel dat je die dieren twee keer hebt gered.
Maar zelfs als alle vegetariërs dat zouden doen, dan nog was de tonijn reddeloos verloren. Te lekker, te gezond.
Daarom kan de conferentie beter met een methode komen die ik gisteravond bedacht op weg naar de studio. Het is weliswaar een methode om files te bestrijden maar de tonijn kan er ook vast mee gered worden.
Ter hoogte van Hilversum zwaaiden politie- en brandweerlichten alarm. Aan de overkant van de weg stond op de vluchtstrook een auto in brand. Dikke vette rookwolken stegen op.
Maar het vreemde was: er stond geen file. Alle passerende auto’s reden keurig in tempo door.
Hoe kan dat? Normaal gesproken hoeft een auto maar tegen een kilometerpaaltje aan te rijden of hup, alle lieden die kampen met een ernstig impulsengebrek remmen af en gaan gluren.
“Kijk nou, een ongeluk…..”
“Zie je bloed?”
Maar dit keer niet. Hoe was dat mogelijk? Ik rook het antwoord. Een afgrijselijk dikke stank van verbrand plastic vulde de auto. Misschien ga ik er wel dood aan, dacht ik en vroeg me tegelijk af of ik het raampje nu open moest doen of juist dicht laten. Gauw doorrijden.
Daar was de oplossing voor het file-probleem. Gebeurt er ergens op een snelweg een aanrijding dan meteen ter plekke een forse stinkbom tot uitbarsting brengen. Je zou er een helikopter met een speciale lading voor rond kunnen laten vliegen. Plop. Bleh!
Zelfs de meest nieuwsgierige, impulsarme automobilist zal snel gas geven bij een stevige stank. Het hele ‘kijkers’-probleem verdampt als het ware.
Hoe helpt dat de tonijn? Nee. die hoef je niet te laten stinken. Die moet je gewoon een pilletje geven waardoor ze vies gaan smaken. Dan wil niemand ze meer opeten.
Ik zie een nieuwe taak voor Greenpeace.
CC-foto: mbostock