Ooit werd ik rondgeleid over het terrein van een frisdrankenfabriek waar ze heel toevallig een waterbron hadden aangeboord. Dat verkochten ze nu als bronwater. Letterlijk geld als water verdienden ze er mee. Toen ik mijn wenkbrauwen optrok zei de manager die ik interviewde met een bezwerend gebaar: “Het is dertigduizend jaar oud water”.
Dat zinnetje is me bijgebleven omdat ik altijd in de veronderstelling had verkeerd dat al het water op Aarde even oud was. Of zou er later nog water bij zijn gekomen? Uit de ruimte?
Dertigduizend jaar oud. In de trein bestudeerde ik het kartonnetje bronwater dat ik had gekocht. Zou dat ook dertigduizend jaar oud zijn? Ouder? Raar idee. Een beetje het gevoel dat je hebt als je naar de sterren kijkt, dat alles wat je ziet geschiedenis is. Neem een slok en je zit tussen de mammoeten. Je proeft het verleden. Vers noemen we dat.
Toen zag ik de houdbaarheidsdatum staan. Nog een jaar en dan is het dertigduizend jaar oude water bedorven. Niet meer geschikt voor consumptie.
Hoe kan dat toch? Dertigduizend jaar vers en dan nu ineens niet goed meer.
Ik nam een slok en liet het water even in mijn mond rusten voordat ik het doorslikte.
Hoe lang zou het duren voordat de moleculen die over mijn tong rolden weer als bronwater werden verkocht?
Dertigduizend jaar?
Of ergens in 2009?