In het vóór of tégen debat, voel ik mezelf vaak bungelen tussen de twee keuzes. Ik ben voor maar ook tegen, of niet helemaal voor en ook niet helemaal tegen.
En dan voel ik me weer laf omdat ik de verwijten al hoor dat ik kennelijk geen keuze durf te maken, wegloop voor de problemen, nergens voor durf te staan, enfin we kennen het rijtje wel. Zo werkt dat. Je voelt je altijd gedwongen een keuze te maken. Voor en tegen zijn niet voor niets de favoriete woorden van fanatici.
Meestal word ik instinctief bekropen door het gevoel dat er een andere keuze mogelijk moet zijn, een work-around rond het probleem bijvoorbeeld. Of dat het om iets heel anders gaat.
De integratie-discussie die dit weekend door de woorden van de Turkse premier Erdogan over kwam waaien uit Duitsland is er zo een. Moet je kiezen tussen twee culturen? Tja… Iedereen heeft recht op een eigen identiteit maar het is ook wel handig als we niet al teveel van elkaar verschillen, denk ik dan. Ondertussen tamboeren de antagonisten die het debat bepalen: “Je moet kiezen! Je moet kiezen! Je moet kiezen!”
Tot ik vanochtend op een artikel over kameleons stuitte. Die beesten staan alom bekend om hun vermogen zich als geen ander aan hun omgeving aan te passen. Ze kunnen in extreem korte tijd van kleur veranderen en opgaan in de achtergrond.
Nu blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat in tegenstelling tot wat we altijd dachten die camouflage helemaal niet de belangrijkste reden is voor de eigenschap. Integendeel kameleons gebruiken de kleurverandering vooral om zich juist van elkaar te onderscheiden, schrijft de BBC.
Het kan dus toch, dat twee ogenschijnlijke tegenstellingen perfect te verenigen zijn.
We zouden misschien eens aan die kameleons moeten vragen hoe ze dat doen.
CC-foto: Shrapnel1