Een schip op het strand, zoals nu de Nederlandse Artemis bij de Franse badplaats Les Sables d’Olonne, roept twee eenvoudige vragen op. Hoe komt het daar? En hoe krijg je het weg?
Die laatste vraag hield me vanochtend bij de koffie bezig. Wat doen ze als het water niet meer hoog genoeg komt? Graven ze dan een geul of is dat een onzinnig plan? Moet het schip op het strand gelost worden? Wordt het ter plekke gesloopt? Allemaal vragen waar ik geen antwoord op heb want hoewel we een land aan zee zijn, leeft de zeevaart in Nederland nog amper.
Als het hard stormt en de ruiten hier angstaanjagend ver meegeven met het gebeuk van de windstoten, wil ik nog wel eens naar buiten staren en me afvragen hoe het zou zijn op zee. Dat is zo’n vraag die zweeft tussen vrees en romantiek. Hij roept een ‘wat erg’-besef op dat niet alleen verontrust maar op de een of andere manier ook prettig is. Het is een emotie waar tv-makers dol op zijn.
Op Youtube zijn filmpjes te vinden van schepen in de storm. Als je er naar kijkt voel je het in je buik. Dat is de weg naar het strand.
Erg is ineens niet meer het juiste woord.