Tekst vanavond uitgesproken bij de opening van de tentoonstelling Baghdad Calling van Geert van Kesteren in het Nederlands Fotomuseum.
Bij mij thuis hangt een foto aan de muur waarop een schilderij van een autowrak te zien is. Dat schilderij wordt middenin een typisch, rustiek Amerikaans straatbeeld voor de camera gehouden. Het resultaat is een vervreemdend effect, een schilderij van een uitgebrande auto terwijl op de foto in beeld net een gewone auto passeert. Je kunt het – als je niet beter weet – zien als een antwoord van de schilderkunst op de fotografie. Een schilderij dat zijn best doet onderdeel te worden van de realiteit waaruit het door de fotografie is verdrongen.
Het werk van de Duitse kunstenaar Tim Trantenroth krijgt echter een heel andere lading als je weet wat het voorstelt. Trantenroth schilderde oorlogstaferelen uit Irak, in dit geval een autobom, en plaatste die in onze alledaagse omgeving. Dan is het niet langer meer de schilderkunst die het gevecht aangaat met de fotografie maar de werkelijkheid die zich een weg naar binnen vecht in ons wereldbeeld.
Opnieuw naar binnen vecht, moet ik zeggen.
Want we zijn zoals dat heet immuun geworden voor beelden van geweld. De schotwonden, de plassen bloed, en de afgerukte ledematen. Zo we er al niet letterlijk voor wegzappen dan toch wel figuurlijk. Het raakt ons niet meer, heet dat. We zijn er mee doodgegooid, zeggen we daar achteraan. Nog zo’n term van het slagveld, gebruikt om ons kommerloze bestaan te verdedigen tegen al te veel werkelijkheid.
De schilderkunst werd verdrongen door de fotografie die de werkelijkheid overnam. Een soortgelijke ontwikkeling maakt de journalistiek door. De journalistieke werkelijkheid is verdrongen door de zogeheten reality. Die term slaat op de registratie van de werkelijkheid die zogenaamd geen redactionele bewerking heeft ondergaan. Zodat het iets is waar je zonder al te veel informatie een eigen oordeel over kunt vormen. Of denkt dat te kunnen.
Het begon met Big Brother en is nu doorgedrongen in alle lagen van de journalistiek. Vandaag verspreidde het persbureau ANP een bericht over een enquete, het favoriete instrument van de reality-makers, waarin stond dat de kiezer Verdonk waardeert om, ik citeer: haar duidelijkheid, haar krachtige persoonlijkheid en vechtersmentailiteit.
Dat is het toppunt van reality-journalistiek. Je zoekt niet meer de werkelijkheid achter een imago, je confronteert het beeld niet meer met de feiten, maar je gaat kijken hoe dat imago overkomt en presenteert dat als de nieuwe werkelijkheid.
Oftewel: De werkelijkheid is zoals ik hem zie.
Het wrange is dat die houding een reactie is op de oude journalistiek. Het publiek weet dat media manipuleren. Ze zien niet alleen een foto van oorlogsleed, ze zien ook het streven van de fotograaf om ze die waarheid onder de neus te wrijven. En tegen dat laatste verzetten ze zich. Ze willen niet gemanipuleerd worden en kiezen voor reality, een werkelijkheid die in de meeste gevallen nergens meer over gaat.
Die praktijk van reality is ook doorgedrongen tot de poorten van de journalistiek in de vorm van burgerjournalistiek, een verschijnsel dat tot nu toe meer een kreet is dan een factor van belang. De burger fotografeert auto-ongelukken, brandjes en een enkele keer geweld. Met wat journalistiek is, namelijk het kritisch onderzoeken van de werkelijkheid, heeft dat niets te maken. Maar het wordt toch journalistiek genoemd omdat het past in het streven mensen hun eigen werkelijkheid als waarheid te laten brengen.
Geert van Kesteren heeft in Baghdad Calling dergelijke beelden verzameld. Niet alleen of juist niet de meest sensationele maar de gewone beelden gemaakt door gewone Irakezen.
Het zijn beelden van de alledaagse werkelijkheid, zonder al te veel commentaar. Er is geen esthetiek, noch professionele afweging. Natuurlijk, er zijn lijken, er zijn de bloedplassen en het geweld te zien maar het meeste indruk op me maakte een beeld van een keurige huiskamer waarbij de maker uitlegde dat ze probeerden in dat huis zo lang mogelijk hun levensstandaard en beschaving in tact te houden. Als een laatste restje menselijkheid in de hel van terreur die Irak is geworden in het kader van onze strijd tegen terrorisme.
Hoe erg die hel is wordt vooral duidelijk uit de getuigenissen die bij de foto’s horen. Ergens vertelt bijvoorbeeld iemand dat een imam had gezegd dat de milities de lijken van hun slachtoffers niet meer op straat mochten laten liggen. Toen begonnen ze hun slachtoffers naast het mortuarium te executeren zodat er niet al te ver mee hoefden sjouwen. Er staan in het boek ook foto’s van zo’n mortuarium. Het slachthuis in Leeuwarden, dat na klachten van dierenvrienden moest sluiten, is er mee vergeleken een paradijs.
De journalistiek kan in die Iraakse hel niet meer op een gewone manier functioneren. Vandaag werd bekend dat de helft van de journalisten die vorig jaar omkwamen bij de uitoefening van hun vak, zijn omgebracht in Irak. Het is er dus te gevaarlijk. Met als resultaat dat de journalistiek alleen nog embedded kan werken. Dat levert weliswaar een beeld op maar met een journalistieke benadering van de werkelijkheid heeft het niet veel meer te maken. Het is meer reality. En de gewone oorlogsfotografie, die doordrongen is van empathie werkt ook niet meer. Want daar trapt het publiek, zoals dat heet, niet meer in.
Geert van Kesteren kan vanwege het gevaar niet meer naar Irak maar hij heeft toch een manier gevonden om als journalist terug te vechten. Hij gebruikt de realitybeelden om journalistiek te bedrijven zoals Tim Trantenroth met schilderijen terugvecht tegen de fotografie.
Want het enige dat in die apocalyptische hel overeind blijft is wat vroeger cyberspace heette, de ruimte die bestaat uit alle opgeslagen en getransporteerde digitale informatie. De eigenaren van de mobieltjes worden vermoord maar hun foto’s, voice mails en sms-jes leven voort. Als verslaggever is Geert van Kesteren in die digitale ruimte gedoken, op zoek naar de waarheid met zijn beeldscherm als zoeker.
Hij selecteerde en componeerde zoals een fotograaf dat altijd doet. Vervolgens bedde hij die beelden in een omgeving van getuigenissen en in beelden van wat hij nog wel kon vastleggen: de wereld van de vluchtelingen. Hij zocht uit wat waar was en gaf de beelden context.
Van reality maakt Geert van Kesteren weer journalistiek. Met als resultaat een weergave van de werkelijkheid die niet meer te ontkennen valt.