“Zij stelde de vraag, niet ik,” antwoordde ik. In de ogen van de verkoper zag ik angst aanzwellen.
“Ja, natuurlijk.” Hij wendde zich tot de vrouw naast me. Zijn antwoord klonk ineens minder vlot. Hij stamelde. De huid onder zijn neus werd vochtig.
Was het omdat hij zich schaamde voor zijn horkerigheid of omdat hij niet wist hoe dat moest: tegen vrouwen praten?
Eind jaren tachtig wees mijn toenmalige vriendin me er op. In winkels waar ze elektronica verkopen, in garages, bij bouwmarkten en andere omgevingen met een wat hoger testosteron-gehalte dan gemiddeld kreeg ik altijd de antwoorden op de vragen die zij stelde. Nog vreemder was dat ik dat zelf niet eens opmerkte. In het begin dacht ik dat ze overdreef maar het bleek erger dan gedacht. Zij vroeg iets en vervolgens richtte de verkoper steevast het woord tot mij. Het probleem bleek zo hardnekkig dat het lachwekkend werd en ik me soms in Fawlty Towers waande. Ik kan me situaties herinneren dat ik letterlijk moest weglopen om er voor te zorgen dat zij te woord gestaan zou worden.
Op andere plekken was hetzelfde patroon te zien. In restaurants bijvoorbeeld werd standaard ongevraagd mijn glas ingeschonken om de wijn te proeven, terwijl zij degene was die verstand van wijn had. Want ja, ik ben de man, dus ik neem de beslissingen moet de gedachte zijn geweest.
Zo ging het overal en met iedere vrouw: als er een man bij was, werd ze al snel niet meer serieus genomen.
Dat achterstellen bestaat niet meer, dacht ik. De emancipatie mag dan weliswaar nog niet helemaal voltooid zijn maar dat is slechts een kwestie van tijd. Dat is ook de indruk die je uit het maatschappelijk debat krijgt: vrouwen negeren is louter iets van achterlijke culturen.
Tot gisteren. Toen hoorde ik bij de TROS Nieuwsshow een interview met Gerard Janssen. Deze helft van het dj-duo Easy Aloha’s schreef ‘Dochters! Handleiding voor vaders’, een soort gids voor de opvoeding van dochters. Dat gaat onder meer over het verschil in het verwisselen van luiers bij jongens en meisjes, een onderwerp waarvoor ik mijn ontbijt even onderbrak.
Het was een prettig gesprek met een sympathieke jonge vader die wat handigheden op een rijtje had gezet. Terloops kwam nog een andere tip aan de orde: dat vaders hun dochters moeten aankijken als ze het woord tot hen richten, luidde een van de adviezen.
Pardon? Degene aankijken tegen wie je praat? Is dat niet de normaalste zaak van de wereld?
Het werd gebracht als een praktische tip, een weetje, maar de rest van de dag vroeg ik me af of ik die ochtend niet de sleutel tot de emancipatie had gehoord.
CC-foto: Paulo Sacramento