Het schilderij straalde gezelligheid uit, een feestje op een boot in de zomerzon. Met blije mensen die zich amuseren. Maar hoe langer ik keek, hoe meer ik iets anders zag. De mensen waren allemaal in gesprek met elkaar, getweeën, maar keken ondertussen naar een ander. Zoals je dat op een feestje kunt hebben, dat iemand tegen je praat en je blik tegelijkertijd rondgaat, zoekend naar interessanter gezelschap, naar iemand die van dit feest een onvergetelijke ervaring gaat maken.
Ik zag Le déjeuner des canotiers (de lunch van de roeiers) in Musée d’Orsay. Het werk, dat je normaal alleen in Washington kunt bekijken, is een van de topstukken van de grote voorjaarstentoonstelling Renoir et l’amour. De beroemde impressionist wordt daar getoond als verslaggever van zijn tijd. La modernité heureuse luidt de ondertitel, de gelukkige moderniteit. Dat laten de beelden ook zien maar uit de bijschriften wordt duidelijk dat het geluk betrekkelijk is. De geportretteerden leden vaak armoede en de moderniteit betekende ook je leven slijten in donkere ongezonde fabrieken. Die doem, die wel te vinden is bij zijn tijdgenoten, laat Renoir niet zien. Dat maakt hem op een speciale manier actueel. Immers, we leven nu ook in een sombere tijd met een permanente oorlogsdreiging en een toenemende escalatie van de klimaatcrisis. Maar kijk om je heen en je ziet het niet, het leven gaat net zo vrolijk door als op het schilderij van Renoir. De gelukkige post-moderniteit. Alleen als je goed oplet zie je de onrust en eenzaamheid. Dat was geloof ik niet Renoirs bedoeling maar dat is wel vaker het geval met kunst, dat het de bedoeling van de maker overstijgt. Dat geldt niet alleen voor kunst. Een bloem bedoelt ook alleen maar bijen aan te trekken maar maakt ondertussen de hele mensheid gelukkig.
Over bloemen gesproken, daarom was ik dus eigenlijk in Parijs. Om er zoals ieder jaar het begin van de lente te vieren. Het bloeien van de eerste bloesem. Er bestaat zelfs een speciale stadsplattegrond die aangeeft waar en wanneer je de bloesem kunt zien. Maar de eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik er, zoals dat vaker gaat met plannen, helemaal niet aan toekwam.
In mijn favoriete park, Jardin du Luxembourg bloeit de Japanse kers niet maar is er wel het Musée du Luxembourg. Daar zag ik de tentoonstelling van Leonora Carrington, een herontdekte surrealiste. Ze had op jonge leeftijd een geruchtmakende relatie met Max Ernst, werd op last van haar vader opgesloten in een Spaanse psychiatrische inrichting waar ze gruwelijk behandeld werd en vluchtte naar Mexico. Haar levensverhaal vond ik interessanter dan haar kunst al kan die op veel waardering van anderen rekenen. Op een veiling werd er recent meer dan 22 miljoen dollar voor een stuk van haar neergeteld. Maar ik kon in de overzichtstentoonstelling weinig verschil ontdekken tussen haar vroege kindertekeningen en haar latere werk. Ik zag fantasievoorstellingen zonder zelfs maar een vleugje magie. Het zal aan mij liggen want het was in het Musee du Luxembourg bijna nog drukker dan in het d’Orsay.
Laat me je vertellen wat ik nog meer zag. Ik las dat in het zuiden van Parijs, buiten de ring, het mooiste metrostation ter wereld is gebouwd. Vijftig meter onder de grond ligt Villejuif Gustave Roussy. Dat wilde ik wel eens zien dus ik ging op expeditie.
Ik weet niet wie er in de jury zaten die het predikaat uitdeelde maar ze zijn kennelijk nooit in Rotterdam geweest, vermoed ik. De diepte was inderdaad indrukwekkend en de roltrappen hoog maar het ontwerp zelf vond ik nogal koekblikkerig. De grootste verrassing was dat er helemaal niemand was. “Waar is iedereen? Is het hier altijd zo stil?” vroeg ik aan een voorbijgangster. Ze knikte timide.
Het station ligt middenin een nieuwe voorstad die nog gebouwd moet worden. Er zijn nu nog weides. Dat deed me denken aan het Montmartre van Renoir. Nu is het een overpopulaire toeristenwijk, toen was het een stadsdorp met boerderijen. Hoeveel kunstenaars zouden er wonen in Villejuif die over honderd jaar in d’Orsay hangen?
Parijs is de hoofdstad van de wereld als het gaat om kunst en cultuur. Opnieuw, moet ik zeggen en met dank aan de populisten die met hun Brexit Londen minder interessant en toegankelijk maakten. In de VS is Trump druk bezig met de sloop van cultuur. Amerikaanse filmmakers verhuizen daarom naar Frankrijk. Merci, denken de Fransen.
Er is idioot veel te zien in Parijs. In mijn nieuwsbrief van afgelopen zondag beschreef ik al twee tentoonstellingen die ik kan aanraden.
Tot 27 april is er een spectaculaire door Maurizio Cattellan samengestelde tentoonstelling in het warenhuis Galeries Lafayette gratis te bewonderen.
En in Bourse de Commerce is er Clair-obscur met onder meer een video-installatie van de Franse kunstenaar Pierre Huyghe, waar ik me amper van kon losrukken. Dat komt ook door de opstelling in de grote betonnen rotonde, die inmiddels voor mij een echte kunsttempel is geworden. Een bijna sacrale ruimte die alles wat er te zien is een extra lading geeft. Wel jammer dat, anders dan in echte tempels, de bezoekers niet zwijgen. Praatverslaving, ooit bekend als babbelziekte, is geen maatschappelijke issue meer. Dat is ook het fijne van robots, die houden hun muil.
Verder zag ik in deze stad die zo anders is dan andere steden rijen klanten voor de deur bij de alom aanwezige boekhandels (de bakkerijen voor de geest), echt waar, liep ik per ongeluk tegen de oudste boom van de stad aan, vergaapte ik me aan de kledingstijlen van de Parijzenaars en liep het water me voortdurend in de mond bij de etalages van patisserieën. Dat is misschien nog wel het fijnste van Parijs, dat je zinnen worden geprikkeld en je lusten opgewekt.
Iedere zondagavond mijn nieuwsbrief ontvangen met tips, ervaringen en ideeën? Abonneer je nu gratis.