In een stapel grote bruine, stoffige dozen zit alles wat ik nog over heb van mijn familie. Deze vakantie maak ik een expeditie door dat verleden. Ik pak de spullen uit die ik jaren, jaren geleden zonder veel uitzoeken heb opgeborgen.
Dat zijn zware uren omdat alles wat je aanraakt een hele reeks herinneringen oproept. Ik zie de spullen van mijn vader en van een oom, een curieus uitvinder die dingen bedacht als een tv-scherm voor slechtzienden, koplampen die niet konden verblinden en het wederzijdse scharnier (vraag me niet wat het is).
Het zijn niet alleen de herinneringen maar ook de vreemde verbanden tussen gebeurtenissen die je plots ziet. Of de verbanden die ter plekke ontstaan.
Tussen de spullen tref ik een envelop van een notaris. Ik maak hem open en lees een verklaring die stelt dat mijn vader in 1991 een gesloten envelop bij hem heeft achtergelaten. En dat die envelop na zijn dood door een van zijn twee zoons geopend mag worden. Ik zag deze brief nooit eerder. Wat zou er in kunnen staan?
Er flitst vanalles door mijn hoofd. Mijn vader, geboren in Buenos Aires als kind van Nederlandse emigranten, heeft een nogal avontuurlijk leven geleid. Hij vertelde me soms dingen die niemand mocht weten. Verhalen die zo tot een filmscenario zijn om te toveren.
Hij overleed in 1994. Mijn broer in 2002. Dat is ook zo’n vreemde gewaarwording. Stel dat er in die brief een enorme onthulling zou staan, aan wie zou ik dat dan moeten vertellen?
Ik loop naar de computer en google de naam van de notaris. Dat kantoor bestaat niet meer maar de lopende akten zijn overgenomen door een andere notaris. Twintig jaar geleden, zou die nog terug te vinden zijn?
Ik draai het nummer. Een vrouw neemt op, ik steek mijn relaas af en eindig met de vraag of ze de brief misschien nog hebben.
Het is even stil aan de andere kant van de lijn. Klonk ik te opgewonden? Denkt ze dat ik gek ben?
“Maar Francisco, weet je wie ik ben? Marijke.”
Marijke. De zus van mijn beste vriend toen ik tiener was. Ja, natuurlijk wist ik nog wie ze was. Sindsdien, eind jaren zeventig, heb ik haar nooit meer gesproken. In mijn hoofd draait op high speed een film af. Herinneringen kunnen je soms doen duizelen wanneer ze als een waterval over je uitgestort worden. Ze vertelt hoe het met haar gaat, het lot heeft haar ook niet gespaard maar ze is nu weer gelukkig.
Misschien hebben ze de brief nog, zegt ze, haar collega zal in het archief gaan kijken.
Ik bedank haar en zoek verder in de doos. Door de andere stukken krijg ik ineens door wat er in de brief staat. Ik bel Marijke weer op en zegt dat ze geen moeite meer hoeft te doen. Die brief hoef ik niet.
Ik ga zitten, voel me alsof ik net uit een achtbaan ben gestapt en open een nieuwe doos. Een enorme stapel ansichtkaarten. Ik pak de eerste en lees de tekst die gericht is aan mijn ouders. Het is een uitgebreid vakantieverhaal over kamperen in Frankrijk. Was getekend: Marijke. Het is de enige kaart die ze ooit stuurde.