Vandaag werd ik verlamd door een gevoel van hopeloze afhankelijkheid. Ten einde raad had ik de helpdesk van UPC nog eens gebeld om te vragen of ze echt niet eerder dan vrijdag een monteur konden sturen.
“Nee.”
U heeft dus te weinig personeel?
“Nee, want soms kan het ook in een dag maar nu is het druk.”
Kan ik dan een andere monteur inhuren?
“Hoe bedoelt u?”
Nou van een ander bedrijf. Een bedrijf dat wel reparaties snel kan uitvoeren.
“Nee, dat mag niet. Alleen UPC personeel mag de kabel doormeten.”
Ik leefde even op en zag in gedachten de krantenkoppen al voor me: NMa doet inval bij UPC wegens monopoliepraktijken. Directie al twee dagen vast.
Gebeurt dit vaker, vroeg ik zo kalm mogelijk want nu rook ik een verhaal.
“Ja, mensen moeten meestal meerdere dagen wachten, soms meer dan een week.”
Er klonk een zucht aan de andere kant van de lijn.
Televisie, radio, internet en als je dom bent geweest ook telefoon: allemaal gaat het over de UPC-kabel. Het is een verzameling eerste levensbehoeften en daar blijf je dan een week van verstoken omdat er te weinig monteurs zijn. Omdat UPC niet in staat is daar een planning voor te maken. Was niet ooit juist het idee van privatisering geweest dat dergelijke toestanden dan niet meer voor zouden komen?
Ik belde de consumentenbond om te vragen of ze meer klachten kregen.
“Ja, wel over UPC maar niet over de wachttijden.”
Vreemd, heel vreemd.
Inmiddels stond mijn besluit al vast: de kabel gaat er uit. Ik heb geen zin om overgeleverd te zijn aan een bedrijf dat werkt als of het gevestigd is in de DDR. Dus ADSL en Digitenne. Nog goedkoper ook. Maar tot vrijdag zonder internet?
Vanavond besloot ik nog een laatste poging te wagen om het Trust Mini USB ISDN modem aan de praat te krijgen. Tegen beter weten in want in de middag had het modem al kans gezien de iMac te laten crashen. Dat was me nog nooit eerder overkomen. Ineens een Mac-variant van het beruchte blauwe Windows-scherm, het zogeheten Blue Screen of Death. Maar dan erger want op het scherm stonden plots dwars door alles heen de meest onbegrijpelijke Unix-commandoregels bevroren. Alleen een harde reset restte.
Ik Googlede met een snelheid van 33k geleverd door het interne modem op zoek naar een oplossing. Alsof ik me met een Solex aanmeldde voor Paris-Dakar. Dit zou niet gaan werken, besefte ik.
Maar ineens kreeg ik een inval.
Had ik een paar jaar geleden niet ook al eens zoiets met de kabel aan de hand gehad? Ik herinnerde me een middag dat ik met een monteur van UPC bijna alle 19 verdiepingen had afgezocht naar een kast waar alle kabels doorheen liepen. Tot hij na een uur of wat in mijn eigen meterkast de kabelgoot lostrok en een losgeraakt kabeleinde toonde. Het verbindingsstuk had het begeven.
Ik opende de meterkast, trok de kabelgoot van boven los en voelde aan de kabels die er door liepen. De laatste kon ik zo naar boven trekken. Een stukje koper hing er hulpeloos uit. Ik trok de kabelgoot verder los, tot op de grond van de meterkast. Daar lag het andere eind met een verbindingsstuk.
Ik stopte de twee einden in elkaar, liep naar binnen en zette de tv aan. Aart Zeeman keek me aan. Nog nooit was ik zo blij Aart Zeeman te zien. Een bijna christelijk gevoel van vreugdevolle verlossing maakte zich van me meester.
De lampjes van het kabelmodem sprongen op groen. Er was weer verbinding.
Voor de badkamerspiegel oefende ik alvast voor vrijdag.
Met mijn rechterhand een wegwerkend gebaar maken en dan op kalme maar besliste toon zeggen:
“Neem heel die rotzooi van jullie maar mee!”
Of zou ik dat ADSL-pakket nog af kunnen zeggen?