Afgelopen zondagavond, terwijl ik aan de eettafel tevergeefs een defecte harddisk probeerde over te halen belangrijke data prijs te geven, hoorde ik op de uit het zicht spelende televisie Connie Plamen praten met Katja Schuurman. Palmen merkte een generatieverschil op. Jongeren zijn tegenwoordig gewend geld te hebben voor zichzelf, ouderen daarentegen spaarden hun hele leven om het aan hun kinderen te kunnen geven, zei ze.
Het is zo’n constatering die altijd waar klinkt.
Vanochtend las ik op de weblog van de Amerikaanse comedienne April Winchell, die wegens kanker in een ziekenhuis wordt opgenomen, een verhaal wat me aan dat moment terug deed denken.
“Ik had een paar jaar terug een buurman die Sam heette. Het was een oude man waar ik dol op raakte en als opa adopteerde”, schrijft ze.
“Sam had geen airconditioning. Hij wilde er geen geld aan besteden want dat spaarde hij liever voor de erfenis van zijn zoon. Jaar in jaar uit stikte hij van de hitte in dat huis. Hij gaf geen krimp.
Een paar jaar later kreeg zijn vrouw een beroerte. Ondanks dat hij al in de tachtig was bleef hij voor zorgen tot ze dood ging. Hij wilde geen hulp inhuren want hij wilde niet aan de erfenis van zijn zoon komen om dat te kunnen betalen.
Uiteindelijk ging Sam dood. Het huis werd verkocht en al het geld ging naar zijn zoon.
Die loste er zijn gokschulden mee af.”
Het lijkt erg van deze tijd maar bij nader inzien had het verhaal zo uit de bijbel geplukt kunnen worden.