Vandaag dertig jaar geleden botsten op het vliegveld van Tenerife twee Jumbo Jets op elkaar. De ramp was de Titanic van mijn generatie, het grootste vliegongeluk ooit met 583 doden. Ik herinner me natuurlijk de nieuwsberichten maar vooral dat ik in de stroom rouwadvertenties de naam van een meisje zag dat ik kende van school. We hadden een tijdje bij elkaar in de klas gezeten tot ze naar een andere klas was overgeplaatst en ik haar uit het oog verloor. Kort voor het ongeluk had ze de school verlaten. Een Spaans meisje, een tiener nog maar al een echte dame en ook zo gekleed. Met kort zwart haar. Ze was vriendelijk maar ook nogal serieus en op zichzelf.
Op school zei niemand wat. Ik sprak er met een klasgenote over, eentje die deel uitmaakte van de populaire kliek.
“Ja, ze kwam daar vandaan he? Van de Canarische eilanden. Haar oma woonde er. Daar was ze dol op. Eigenlijk de enige die ze had.”
Was ze dan van school gegaan omdat ze terug wilde?
De klasgenote keek me aan alsof ik de domste vraag ooit had gesteld.
“Weet je dat dan niet? Wij hebben haar weggepest.”
Ze draaide zich om en liep weg.
Sindsdien denk ik bij die grote ramp eigenlijk alleen maar aan dat particuliere onrecht: een meisje dat weggepest wordt omdat ze niet in de groep past en op de vlucht naar een veilig oord om het leven komt. Soms zie ik haar in gedachten zitten bij het vliegtuigraam.
Misschien is het kleine verhaal de enige manier om de grote rampen te bevatten.
CC foto: Cackhanded