Net terug uit Amsterdam waar ik onder meer was om deel te nemen aan een aflevering van het programma B&W dat handelde over treiterlogs. Het programma was op zijn beurt weer een gevolg van de uitzending van Netwerk waarin ik constateerde dat de makers van dergelijke weblogs zich verschuilen en dat ik dat een kwalijke zaak vind in een open samenleving.
De uitzending kun je hier vinden en de meningen, of liever gezegd reacties, van het aangesproken weblogpubliek kun je behalve op de bewuste weblogs ook lezen op het forum van de VARA.
Een van de medewerkers van Geen Stijl die zich op de buis nog profileerde als de braafheid zelve ging na afloop achter de computer zitten en wenste me geheel in stijl dood. Zo’n omwenteling die eenmaal veilig achter de pc optreedt, blijft toch eigenlijk het fascinerends. Waarom doen mensen achter hun pc dingen die ze in het normale leven niet doen? In de bundel internet-essays Valse Horizon (Meulenhoff, 2000) heb ik een hoofdstuk aan dat fenomeen gewijd. Ik geef het hierbij cadeau.
HET PERMANENTE CARNAVAL
Sharon Lopatka wilde graag vermoord worden.
Die ene, bijna surrealistische, zin vormt de basis voor een van de meest bizarre tragedies die internet in zijn prille geschiedenis heeft voortgebracht. Een tragedie die zowel voert naar de donkerste uithoeken van de menselijke geest als langs de meest obscure plekken op het net. Een tragedie die het net niet zozeer laat zien als een ontmoetingsplek maar als een permanente spiegel die een opgepoetst zelfbeeld weerschijnt. Misschien legt internet als communicatienetwerk meer bloot van onszelf dan van anderen.
HET PERMANENTE CARNAVAL
Sharon Lopatka wilde graag vermoord worden.
Die ene, bijna surrealistische, zin vormt de basis voor een van de meest bizarre tragedies die internet in zijn prille geschiedenis heeft voortgebracht. Een tragedie die zowel voert naar de donkerste uithoeken van de menselijke geest als langs de meest obscure plekken op het net. Een tragedie die het net niet zozeer laat zien als een ontmoetingsplek maar als een permanente spiegel die een opgepoetst zelfbeeld weerschijnt. Misschien legt internet als communicatienetwerk meer bloot van onszelf dan van anderen.
De 35-jarige Sharon Lopatka was voor haar omgeving in alle opzichten een normale vrouw. Een dochter uit een plaatselijk invloedrijke familie die met haar man een bungalow bewoonde in een van de slaapsteden rond Baltimore aan de Amerikaanse oostkust. Een voormalig klasgenoot omschreef haar later als iemand ‘die zo normaal was als je maar kunt zijn’. Tijdens haar middelbare schooltijd maakte ze deel uit van het hockey- en het volleybalteam. Ze hielp in de verpleging, werkte in de bibliotheek en zong in het zangkoor van haar school. En ze had veel vrienden.
Begin jaren negentig trouwde ze met de bouwvakker Victor Lopatka. Dat was tegen de wens van haar orthodox-joodse familie, die er niet gelukkig mee was dat ze een goj huwde, maar ook dat leek het geluk van Sharon nauwelijks in de weg te staan.
Ze raakte dik bevriend met een buurvrouw, Diane Safar, met wie ze – ondernemend als ze was – in eigen beheer een boekje over woninginrichting uitgaf: ‘Dion’s Secret of Home Decorating Guide.’ Dion is een samentreksel van hun beide voornamen Diane en Sharon.
Sharon probeerde daarnaast wat geld bij te verdienen met eigentijdse varianten van het traditioneel thuiswerk, dat met de opkomst van digitale media niet meer louter bestaat uit taken als ‘garnalen pellen’ en ‘enveloppen plakken’. Zo bood ze via internet haar diensten aan als ‘helderziende’ en trachtte ze inkomsten te verkrijgen uit het opzetten van een soort advertentiecolportage.
Uit niets bleek dat Sharon Lopatka ongelukkig was of dat haar gemoedsrust geplaagd werd door oncontroleerbare, duistere, gedachten. Behalve op internet.
Zo keurig en rustig als haar gewone bestaan was, zo wild en extreem was haar online leven. Op chatkanalen en in newsgroups vertelde ze onder schuilnamen als ‘Nancy Carlson’ dat ze een actrice was die speelde in het om het even welke porno-video. Ze bood gedragen slipjes te koop aan. En ze hing rond op online plekken met een expliciet sado-masochistisch karakter waar ze aan haar gehoor beloofde iedere fantasie te vervullen. Ze deed zich voor als een welgevormde blondine van 1 meter 70 en 55 kilo. In werkelijkheid was ze ruim tien centimeter langer, dertig kilo zwaarder en hing haar lange donkere haar sluik om haar volle maansgezicht. Sharon was op internet wie ze wilde zijn, niet wie ze werkelijk was.
In de nazomer van 1996 trof ze op een van de chatkanalen een man uit South Carolina die zich bediende van de handle ‘slowhand’ en in werkelijkheid Robert Glass heette. Hij leek de ideale minnaar en was net als Sharon geïnteresseerd in ruige seks. Ze schreven dag in dag uit met elkaar, fantasieën borrelden op, de passie gloeide steeds heviger.
Op 13 oktober vertrok ze in de ochtend met de trein voor een urenlange tocht naar de afgelegen woonplaats van Glass. Tegen haar echtgenoot had ze gezegd dat ze vrienden ging bezoeken. Glass pikte haar bij aankomst in de avond op van het station en nam haar in zijn auto mee naar zijn woonwagen in de bergen.
De 45-jarige Glass, een database analist die bekend stond als een zorgzame en gevoelige persoonlijkheid, was een half jaar daarvoor door zijn vrouw verlaten met medeneming van hun drie kinderen. Hij was lid van de plaatselijke Rotary Club, hield van modelspoorbanen en was afkomstig uit een goed bekend staand milieu. In het profiel dat hij van zichzelf geschetst had in het abonneeoverzicht bij provider America Online had hij als levensmotto aangegeven: ‘Matiging in alles, inclusief de matiging zelf.”
Een week later, op 20 oktober, vond de inmiddels ongerust geraakte Victor Lopatka een door Sharon achtergelaten briefje met onder meer de frase: ‘maak je geen zorgen als mijn lichaam nooit gevonden wordt, want ik rust in vrede’. Hij waarschuwde de politie die haar persoonlijke bezittingen doorzocht op aanwijzingen en in haar computer een volledige correspondentie aantrof met Glass. Ze had een poging gedaan de berichten, die uitgeprint meer dan negenhonderd pagina’s besloegen, te wissen maar dat was mislukt.
De rechercheurs namen met stijgende verbazing kennis van de e-mails. Lopatka en Glass beschreven in detail hoe zij door hem eerst seksueel gemarteld en vervolgens gedood zou worden. Romantiek of liefde waren in geen van de uit grof taalgebruik bestaande gedachtewisselingen terug te vinden.
Omdat de agenten niet konden geloven dat ze weloverwogen haar dood tegemoet was gegaan, werd het huis van Glass eerst nog enige dagen geobserveerd, speurend naar een teken van leven van de vermiste. Aan Glass zelf was niets te merken, hij ging naar zijn werk bij de plaatselijke overheid en hield zich ook anderszins aan dagelijkse routines.
Bij de huiszoeking die daarop volgde, merkte een van de rechercheurs op dat in de achtertuin vers omgespitte aarde lag. Na wat graafwerk werd het ontzielde lichaam van Sharon Lopatka zichtbaar. Haar armen waren achter haar rug gebonden, krassen liepen over haar borsten. Om haar nek zat een touw. Ze was gewurgd.
Glass werd gearresteerd op verdenking van moord.
Sharon’s beste vriendin Diane Safar, met wie ze samen het boekje over woninginrichting schreef, kon niet geloven dat het haar vriendin was die op deze wijze was vermoord. “Ze was zo conservatief en voorzichtig.”
De zaak-Lopatka haalde de media en maakte vervolgens in de global village die internet vormt net zoveel verbijstering, speculaties, verhalen en geruchten los als een plaatselijke moord dat doet in een willekeurig dorp. Via zoeksystemen als Dejanews, waarin alle openbare discussiebijdragen worden bewaard, spitten gebruikers in newsgroups als alt.sex.necrophilia, een van de favoriete onderwerpen van Lopatka. Bij de e-mailadressengids Four11 werd gespeurd naar namen die ze gebruikte. Via het zoeksysteem HotBot werd achterhaald wat ze zoal op het web uitspookte. In de newsgroup alt.sex.bondage verscheen kort daarop een uitgebreid achtergrondverhaal over de kwestie, opgeschreven door een gebruiker die ook met haar had gecorrespondeerd en een online-speurtocht was begonnen naar haar motieven.
Het beeld dat uit de relazen en opgeschreven ervaringen opdoemde, was dat van een vrouw die zwaar in de problemen verkeerde. Ze benaderde vaker – tevergeefs – mannen met het verzoek haar om het leven te brengen. Ze drong binnen in sm-discussies en raakte teleurgesteld over het feit dat sm een fantasie is en dat niemand haar echt te grazen wilde nemen. Ze riep de toorn van gebruikers over zich af door seksdiensten aan te prijzen in newsgroups voor kinderen.
Uit een van de bijdragen aan een discussie over psoriasis viel op te maken dat ze leed aan een huidziekte. Tegenover sommige gebruikers verklaarde ze een nauwe relatie te hebben met iemand die in Auschwitz had gezeten. Elders betuigde ze haar spijt over het feit dat ze met een goj, een niet-jood, was getrouwd en door haar familie was verstoten. Of dat allemaal waar was blijft onduidelijk, want Sharon bleek ook een pathologisch leugenaarster.
Tijdens de rechtszaak die drie jaar later volgde, bleek het nog steeds onmogelijk te achterhalen wat er nu precies was gebeurd. Glass stelde dat hij Sharon niet doelbewust vermoord had. Zij had volgens hem zelf het touw om haar nek gedaan toen ze gingen vrijen en vervolgens hadden ze het samen in extase strak aangetrokken. “Ik weet niet hoe hard ik er aan getrokken heb,” verklaarde hij later tegen de openbare aanklager. “Ik had het niet moeten doen. Ik wilde haar niet vermoorden maar op het eind was ze dood.”
Of dat waar is, valt evenmin meer te achterhalen.
Glass en Lopatka bedreven een eeuwenoude, levensgevaarlijke praktijk die bekend staat als wurgseks. Doel is om door middel van wurging de bloedtoevoer naar de hersens af te sluiten en aldus een zuurstoftekort te creëren. Het gebrek aan zuurstof zorgt er voor dat het deel van de hersens dat gevoelens van extase onder normale omstandigheden binnen de perken houdt, wordt uitgeschakeld. Door een nauwkeurige timing van dit effect met het orgasme wordt een intens hoogtepunt bereikt.
Het probleem schuilt in de timing en het verlies van enige controle. In de Verenigde Staten komen er naar schatting jaarlijks vijfhonderd tot duizend jonge mannen om het leven door het gebruik van deze techniek. Altijd tijdens masturbatie want het vinden van partners die zich willen overgeven aan wurgseks is een lastige zaak. Behalve op internet.
Glass ontliep de doodstraf die de aanklagers aanvankelijk voor ogen hadden, werd in februari 2000 schuldig bevonden aan doodslag en uiteindelijk veroordeeld tot minimaal drie jaar cel. Verder kreeg hij nog eens minimaal 21 maanden straf voor het bezit van de kinderpornoplaatjes die de politie tijdens het onderzoek op zijn computer had aangetroffen. Ook dat had niemand uit zijn omgeving achter de keurige Glass gezocht.
Het bizarre verhaal over de dood van Sharon Lopatka trok in 1996 wereldwijd aandacht omdat voor het eerst internet direct betrokken leek bij een moord. Fatsoensrakkers en technofoben grepen de zaak aan om de verderfelijkheid van het nieuwe medium nog eens te onderstrepen. Internet-liefhebbers onderstreepten daarentegen dat juist dankzij het nieuwe medium de moord opgelost kon worden. Hadden Glass en Lopatka hun plannen bijvoorbeeld via de telefoon beraamd dan was dat een stuk lastiger geweest.
De bizarre zaak belicht in al zijn extreemheid echter ook heel andere aspect van internet: de invloed die het netwerk heeft op het ontrollen van de menselijke geest en de innerlijke worsteling tussen wie we zijn en wie we zouden willen zijn.
Sinds Robert Louis Stevenson in 1886 zijn meesterwerk ‘The Strange Case of Dr. Jekyll and Mr. Hyde’ schreef, waarin een arts er middels een drankje in slaagt twee tegenstrijdige karakters, goedmoedig en gewelddadig, die in hem huizen fysiek van elkaar te scheiden, is er onder het publiek een algemeen besef van het bestaan van onbelichte, al dan niet donkere, kanten van de persoonlijkheid.
Voor Lopatka en Glass was internet als het drankje dat Dr. Jekyll zichzelf toediende. Het stelde hen in staat verlangens die ze kennelijk nooit eerder tegen iemand hadden geuit aan elkaar kenbaar te maken, uit te bouwen en vervolgens zelfs te praktiseren.
Lopatka en Glass vormen weliswaar een zeldzaam extreem voorbeeld maar ze zijn in alle hevigheid wel een exponent van gangbaar gedrag op internet. Gebruikers doen zich graag anders voor dan ze in werkelijkheid zijn. Dat ligt niet alleen hen maar zeker ook aan de karakteristieken van het medium. Het is in sommige situaties alsof het netwerk een fata morgana van de gewone wereld genereert, verleidelijk echt maar zonder enige relatie met wat het voorstelt.
Een aantal bepalende kenmerken van internet-communicatie lokken het afwijkende gedrag uit, dan wel stimuleren het zonder dat de gebruiker het zelf in de gaten heeft. Zo is er de afwezigheid van enig zintuiglijk contact, wat leidt tot het ontbreken van non-verbale feedback tussen de personen die via chat of e-mail van gedachten wisselen. Er is weliswaar sprake van een intense, directe communicatie maar er zijn geen corrigerende blikken, geen gefronste wenkbrauwen, geen zichtbare twijfels noch bedachtzame stiltes of andere signalen die in de gewone wereld beteugelend werken.
Het ontbreken van die onuitgesproken communicatievormen lijkt de geest te verlossen van enige belemmering. Alle remmen kunnen los. Fantasieën of gedachten die anders onuitgesproken blijven of wellicht niet eens op zouden komen, worden gemakkelijk geuit. De ‘ander’ is alleen maar in de verbeelding aanwezig en dat neemt op de een of andere manier psychologische en sociale barrières weg.
Begin jaren negentig werden de ontmoetingsplaatsen op internet, toen nog cyberspace genoemd, in bijna psychedelische termen omschreven. Later, toen het netwerk eenmaal gemeengoed was raakten die definities op de achtergrond maar wellicht hadden de pioniers achteraf gezien toch gelijk. Internet kan als een drug bevrijdend werken.
Het ontbreken van de zintuiglijke waarneming is niet het enige dat bijdraagt aan de vrije loop der gedachten. Het gevoel van ultieme vrijheid wordt minstens net zo verstrekt door de vertrouwde geborgenheid die de plek achter de computer biedt. De gebruiker reist de wereld af zonder zijn eigen stek te verlaten en ooit op een vreemde plaats te komen. Die vertrouwdheid met de fysieke omgeving verstrekt de vrijmoedigheid. Zoals je in de intimiteit van je eigen huiskamer makkelijker een persoonlijk gesprek voert dan in een vreemde, kille ruimte.
Internet lijkt door de combinatie van die factoren, geen fysiek contact en een comfortabele omgeving, nog het meest op de setting van de klassieke psychoanalyse. De patiënt ligt comfortabel op de sofa en de psychiater zit buiten het gezichtsveld. Van een echte dialoog is amper sprake, de patiënt moet in staat worden gesteld zijn geest vrij te laten gaan zonder bijvoorbeeld gehinderd te worden door de blikken van de arts.
De bureaustoel is de sofa, het scherm de analist. Het kan tevens een verklaring zijn voor de onder psychologen wel gehoorde opvatting dat mensen op internet voornamelijk zichzelf tegen komen.
De afwezigheid van prikkels werkt ook stimulerend in de zin dat ze de gebruiker als het ware dwingen een soort emotionele megafoon te hanteren. Omdat er geen directe respons is, worden standpunten, meningen en visies scherper verwoord dan in ‘normale’ gedachtewisseling. Zoals men in een lawaaiige omgeving harder gaat praten om zichzelf verstaanbaar te maken. Maar zoals schreeuwen meestal de communicatie niet ten goede komt, zo werkt ook deze versterking funest.
In mei 2000 voorspelde Disney-topman Michael Eisner tijdens een gastcollege aan de University of Southern California de ondergang van bedrijven als gevolg van het ondoordacht gebruik van e-mail. “Ik heb recent geconstateerd dat de intensiteit van emoties binnen ons bedrijf hoger is dan gebruikelijk. Ik ben er van overtuigd dat e-mail er de oorzaak van is. Elk conflict dat losbarst lijkt zijn oorsprong te vinden in een misverstand over een e-mail.”
Eisner kan er weliswaar niet van verdacht worden over veel expertise aangaande internet te beschikken maar hij had inmiddels wel leergeld betaald. Als gevolg van een tikfout stuurde hij zelf een vertrouwelijk rapport over de kwartaalcijfers niet aan een collega bij het tv-netwerk ABC (een Disney dochterbedrijf) maar aan een journalist die daar werkt.
Er zijn, althans binnen bedrijfsomgevingen, regels te bedenken die de e-mail uitwisseling minder conflictgevoelig maken, zoals bijvoorbeeld een verbod op het uiten van beschuldigingen via e-mail. Die – effectieve – maatregelen doen echter niets af aan het feit dat internet-communicatie kennelijk gepaard gaat met bepaalde – virtuele – gedragsveranderingen.
Een verklaring voor die verandering zou kunnen zijn dat er, als gevolg van de ontstentenis van sociale feed-back, een opwaardering van het zelfbeeld ontstaat. De gebruiker heeft de wereld bijna letterlijk aan zijn vingertoppen hangen en niets of niemand lijkt hem tegen te kunnen houden. De wereld die op het scherm verschijnt is daar louter bij de gratie van de handelingen van de gebruiker. Als de afstandbediening de tv-kijker in staat heeft gesteld zijn eigen aanbod te regisseren dan is de muis het symbool voor bijna totale wereldheerschappij. Althans in beleving. De toon die bijvoorbeeld in online discussies wordt aangeslagen, is vaak veel hoogdravender en meer op de spits gedreven dan die bij gewone uitwisselingen. Er bestaat al lange tijd zelfs een speciale term voor dit soort hoogoplopende conflicten: flame-war.
De versterking van het zelfbeeld is niet louter aan internet toe te schrijven maar past in een maatschappelijke ontwikkeling die al ver voor de opkomst van internet werd ingezet, die van de individualisering. In de Verenigde Staten is het streven naar individuele ontplooiing reeds geculmineerd in de trend waarbij het individu zichzelf als ‘merk’ ziet en presenteert. De marketing-goeroe Rick Haskins met zijn boek en methode ‘Brand Yourself’ is daar de belangrijkste proponent van.
Het individu is als het ware zijn eigen zijn ontstegen. Er is geen sprake meer van ego-centrisme maar van iets dat veel verder gaat. Zoals het begrip natie in zijn alomvattendheid boven de geografische grenzen of bevolking uitstijgt, zo ontstaat er een soort ego-natie, iets dat meer en groter is dan het individu zelf in zijn aardse bestaan. De zonnekoningin Louis XIV was naar de huidige maatstaven vrij bescheiden toen hij verklaarde ‘L’état, c’est moi’. Het adagium van de internet-gebruiker lijkt te zijn: de wereld, dat ben ik. En de persoonlijke homepage is mijn paleis.
Die trend, om zichzelf te zien als een gegeven dat als het ware het eigen ik ontstijgt, valt ook af te leiden uit de gangbaarheid van het gebruik van zogeheten ‘handles’ en ‘nicks’. In chat-omgevingen bijvoorbeeld is het gebruikelijk dat het individu zich niet bedient van zijn of haar eigen naam maar van een verzonnen, zelfgekozen, identiteit. Op een willekeurig moment zijn er in de op toch een serieus onderwerp gerichte chat-room als ‘Books & Literature’ bij Yahoo de volgende personen aanwezig: al_cumcraving_slut; crazy_gemini_girl_4no1; cute_baba007; cutegirl19_4u_pic; dasher_guy; niceboy4ugirls; fantasyman; flyboy; sweetfaith_hope; morebeerbitch. Slechts een naam van de vijfentwintig verwijst naar een reële persoonsnaam: jasmine_382000.
Dit is een wereld die geen enkele band meer vertoont met het feitelijke bestaan, het is een orgie van de vrije gedachten en een hang naar wat niet kan zijn. Een soort massale schizofrenie. Er zijn maar weinig individuen die zich in het gewone leven aan vreemden zullen voorstellen als ‘cumcraving slut’ of ‘fantasy man’. Op internet is het eerder regel dan uitzondering. We vluchten niet meer uit de werkelijkheid door een boek of een film tot ons te nemen maar door zelf een werkelijkheid te creëren waarin wij als ego-natie centraal staan.
Natuurlijk, het kiezen van een naam is onderdeel van een spel en de band met de werkelijkheid is wellicht nihil maar het is wel dit spel dat het aangezicht van internet bepaalt. Het netwerk lijkt wat dat betreft wel op een soort carnaval. Dat feest is eeuwen geleden ontstaan vanuit de kennelijk zeer menselijke behoefte zich anders voor te doen dan men onder normale omstandigheden is. Alleen is het carnavalsfeest beperkt tot een vast aantal dagen per jaar. Internet daarentegen is het permanente carnaval.
Vanuit een positieve benadering gezien, biedt internet de ultieme emancipatie. Het individu kan in de virtuele wereld zijn wie hij of zij wil zijn, zonder sociale, persoonlijke of zelfs fysieke beperkingen. Dat stelt de mens in staat zichzelf beter te leren kennen.
Aan de andere kant hoef je geen somber mens te zijn om de parallellen te zien met de nadagen van het Romeinse rijk waar zelfoverschatting prevaleerde boven inzicht.
Goed of slecht, de ontwikkeling is op alle fronten zichtbaar. Het coöperatieve karakter dat ooit de basis vormde voor het – academisch – netwerk is aan het veranderen. Er wordt nog wel samengewerkt maar het belangrijkste doel is het oppompen van het eigen ego. Saillant voorbeeld is wat dat betreft de krankzinnig populaire site amihotornot.com waar gebruikers foto’s van zichzelf kunnen plaatsen om zich vervolgens door anderen te laten keuren.
Kenmerkend voor de meeste commerciële toepassingen die voor internet worden ontwikkeld, zoals online winkels of agenda’s, is dat ze er allemaal op gericht lijken de afhankelijkheid van andere mensen uit te schakelen. Los van de vraag of ze werken, is dat een opmerkelijk streven. Wie we zijn wordt grotendeels bepaald door de relaties die we tot anderen onderhouden. Met de gerichtheid op uitschakeling van andere mensen lijkt het alsof we de laatste vlekjes op ons glimmende zelfbeeld weg willen poetsen.
Misschien is het onverstandig om dergelijke sociale ontwikkelingen aan een techniek als internet te willen ophangen. De telefoon bijvoorbeeld wordt ook voor uiteenlopende doelen gebruikt, van sekslijnen tot noodoproepen, zonder dat ook maar een van die toepassingen een norm is voor de rol van het medium in het maatschappelijk verkeer.
Aan de andere kant heeft dat andere medium, de televisie, ons wereldbeeld totaal veranderd. Niet alleen omdat we nu weten wat voor rampen er in andere werelddelen plaats vinden, ook onze relatie tot elkaar is anders geworden. Of liever gezegd, onze relatie tot mensen die we niet kennen. Kijkers hebben de neiging de wildvreemden die ze regelmatig op de buis zien tot hun kring van kennissen te rekenen. Ze komen immers in de huiskamer en zelfs slaapkamer, het meeste intieme domein. Het zijn ideale vrienden want ze maken nooit ruzie met je en zijn er altijd.
Van internet zou een soortgelijke invloed uit kunnen gaan maar dan voor wat betreft het zelfbeeld. Een vriendin van me die zichzelf via een webcam aan de wereld toont, bekende me ooit dat ze zo gehecht was aan alle vleiende berichten die ze als reactie daarop ontvangt. “Ik heb nog nooit zoveel complimentjes gehad. Het is een geweldige permanente ego-booster die ik niet graag meer zou missen.” Dat die complimentjes bijna letterlijk eendimensionaal zijn, lijkt haar weinig te deren.
Internet is een paradijs voor het individu, de schier eindeloze mogelijkheden om gelegenheidscoalities te sluiten in wat voor vorm dan ook, bevrijden ons van veel ballast die ouderwetse omgangsvormen onvermijdelijk met zich meebrengen. Maar het wegvallen van die ballast kan er ook toe leiden dat we elk realiteitsbesef in relatie tot elkaar verliezen en stijgen tot een hoogte waar we voor iedereen en misschien zelfs voor onszelf onbereikbaar zijn.
Lopatka en Glass waren extremen en zeker niet representatief voor de gemiddelde internet-gebruiker. Maar wat ze deden, is wellicht minder ver van ons verwijderd dan we zouden wensen. De verbeelding die het duo aanwendde, ligt in ons allemaal verscholen.
Francisco van Jole