Een jaar of tien geleden vloog ik mee met het testvliegtuig van de TU Delft. We zouden wat zwaartekrachtproeven gaan doen was me verteld. Of liever gezegd, gewichtloosheidproeven. Op grote hoogte werd duidelijk gemaakt hoe dat werkt. Het vliegtuig zou een duikvlucht maken. Daardoor zou alles in het vliegtuig gewichtloos worden. Met de nadruk op alles.
“Ook je maaginhoud. Dat voelt misschien een beetje vreemd,” werd me gewaarschuwd door de wetenschapper. “En o ja, de motor valt uit want die werkt ook op de zwaartekracht. Maar als we optrekken slaat die weer aan. Als het goed is.”
En daar gingen we.
Inderdaad bleef mijn balpen voor me in de lucht zweven toen ik die losliet. In mijn maag voelde ik iets langzaam naar boven klotsen. Hoger, hoger, hoger terwijl het toestel lager, lager, lager ging. De motor hield er met wat haperingen mee op. Alleen de lucht die langs het toestel suisde maakte geluid. Het rook zuur in de cabine. Ik kneep in het kotszakje dat ik mijn hand hield. Het voelde zacht. Alsof het al eens gebruikt was.
Toen trok de piloot op, sloeg de motor weer aan.
Sindsdien waardeer ik de zwaartekracht enorm. Ik laat elke dag wel even iets vallen, bij wijze van eerbetoon.
Morgenmiddag vindt in Rotterdam de Red Bull Air Race plaats die volledig uit spectaculaire stunts bestaat van een kaliber waarbij mijn eigen ervaring verbleekt tot een speeltuinbelevenis. Vanavond zag ik de trainingen. Ze vliegen bijvoorbeeld onder de Erasmusbrug door (zie en klik foto). Naar het zich aan laat zien komt half Nederland kijken. De cockpits zijn gesloten maar toch: doe voor de zekerheid een petje op.