Ik heb inderdaad vrienden die over niets liever praten dan hun beursavonturen. “Ik verdien dit jaar meer via alex.nl dan met m’n gewone werk.” Het zijn vrienden die grijnzend kunnen praten. Alleen als het slecht gaat verstillen ze. Dan moet je er echt naar vragen.
“Die boot? Nee, die heb ik weer verkocht. Dat was niks voor mij.”
Anderen hebben dromen waar ze graag over vertellen. “Weet je van wie ik gedroomd heb? Van … En zo gek, hij had maar één been. Maar wel een heel mooie vriendin. Die wilde met me zoenen.”
Of ziektes. “Volgende week komt de uitslag. En dan is het of opereren of weer terug naar de fysiotherapeut. Ja, er komt geen einde aan.”
Dan wel kinderen. “Yop mag dit jaar waarschijnlijk een klas overslaan. Ja heel gek omdat hij al twee keer is blijven zitten. Maar dat schijnt wel vaker voor te komen bij creatief hoogbegaafden.”
Of gaan vaak op vakantie: “Nee, we waren dit jaar naar Vuurland. Met een watervliegtuig. Alleen zat er in de groep een man die solo reisde. En die hield maar niet op met praten. En als je dan maar met z’n zevenen bent. Wat hij bijvoorbeeld zei…”
Ik heb dat zelf allemaal niet. Maar na het lezen van de column Death to all iPods vraag ik me toch af: zou ik nou vaak over m’n iPod praten?