Vanavond naar de Dodenherdenking op het Stadhuisplein geweest. De trompet schalt, de klok slaat en dan twee minuten niets. Aan wie denk je dan gedurende die twee minuten? Ik dacht eerst aan Band of Brothers, toen aan de Achttien Doden van Jan Campert en uiteindelijk even aan mijn oom Daniël die ik alleen ken van de verhalen van mijn moeder. Ze vertelde vertederd over hem.
Hij was haar broertje, zeventien jaar oud en leefde in een box omdat hij een waterhoofd had en het lichaam van een kind. Hij stierf in de oorlogsjaren.
“Van de Duitsers mocht hij geen medicijnen meer krijgen.”
Een Untermensch.
Ik zag hem voor me, net voordat het Wilhelmus werd ingezet. In zijn box met zijn veel te grote hoofd.
Hij lachte.