Het geluk is terug in Nederland, meldt het Sociaal-Cultureel Planbureau op basis van eigen onderzoek. Het geluksgevoel is althans aan het opkrabbelen nadat het aan het begin van deze eeuw volstrekt onverwacht werd platgewalst door een media-guerrilla van zwartkijkers, beroepsklagers, querulanten, trollen en de grote Jan uithangers die onder aanvoering van Fortuyn dit land tot een verzameling puinhopen bestempelden.
“Niet alleen het economisch klimaat is gunstiger, het ‘opinieklimaat’ is nog veel sterker verbeterd. Burgers zijn in bijna alle opzichten optimistischer en voelen zich beter. Ze zijn tevreden over hun woonsituatie. Het gevoel van onveiligheid is sterk afgenomen. Zelfs het vertrouwen in de eigen regering is in twee jaar sterk gestegen: van 42 naar 67 procent.” Aldus het SCP.
Dat klinkt allemaal fijn maar er is een slachtoffer van de populistische revolte dat nog niet in ere hersteld is in het ‘opinieklimaat’: de slimheid. In het tijdperk voor Fortuyn was slimheid in al zijn vormen een deugd maar dat werd door de opstandigen snel van tafel geveegd. Slimheid was verdacht want elitair en intellectueel. Daar moest ‘het volk’ – wie dat ook mochten zijn – niets van hebben. De omvang van de mond werd belangrijker dan de herseninhoud. Visie was plots een vies woord.
Ik wacht op het volgende SCP-rapport waarin geconstateerd wordt ‘Nederland houdt weer van slim’. Slimme boeken verkopen goed, kwaliteitsmedia floreren, debatten stijgen tot grote hoogte. Het publiek wil argumentatie in plaats van one-liners, complexe oplossingen voor lastige problemen in plaats van simpele protesten. En bovenal wil Nederland volksvertegenwoordigers en opiniemakers die ze slimmer vinden dan zichzelf. Niet ‘hij zegt wat ik denk’ maar ‘goh, hij heeft beter nagedacht dan ik’.
Domweg gelukkig zijn is niet genoeg.
CC-foto: Muffet