Volkskrant promoot Geenstijl weer

metschoenenopdebank.pngVorige week schreef ik over de plannen van de Volkskrant om een portret van Geenstijl-oprichter Dominique Weesie te maken, het derde in drie jaar tijd in die krant.
Ik had geen zin om mee te werken aan dat portret omdat ik m’n buik vol heb van dergelijke gemakzuchtige journalistiek. Zoek eens een keer zelf iets uit in plaats van om quootjes te bedelen, zei ik nog tegen journaliste Maud Effting. Het heeft niet geholpen.
De enige keer dat journalisten zelf wat over Geenstijl hebben uitgezocht en net zo lang alle feiten hebben gecheckt tot het verhaal stond als een huis was drie(!) jaar geleden in Bright, een artikel waar ik zelf aan meegeschreven heb. Alle journalisten die sindsdien over Geenstijl schrijven halen uit dat verhaal hun feiten en metselen er wat citaatjes omheen. Ook dit portret maakt er weer gretig gebruik van, zonder bronvermelding overigens.
Er is meer aan de hand met het portret van Weesie in de Volkskrant (lees de kopie in zusterkrant Dag). Als je het goed leest en enigszins op de hoogte bent, merk je dat er alleen maar collega’s en een vriend aan het woord komen. Dat is nauwelijks een basis voor een gedegen portret.
De auteurs weten dat ook wel maar maskeren het door relevante informatie weg te laten. Zo wordt over de opgevoerde columnist Nico Dijkshoorn, die ook voor de Volkskrant werkt, niet verteld dat hij medewerker is van Geenstijl. Hetzelfde geldt voor Bert Brussen die ook enige tijd aan de site verbonden was. Het resultaat is een hagiografie. ‘Eerlijke jongen’ luidt de kop. Terwijl iedereen die Weesie een beetje kent weet dat hij makkelijker liegt dan ademt.
De enige criticus die in het mislukte portret wordt opgevoerd ben ik zelf. En wel via een omweg. Na mijn weigering er tegen de Volkskrant iets over te zeggen, hebben ze uit armoede maar m’n weglog geciteerd, overigens weer zonder de context te vermelden. Zoals ze ook praten over ‘een VARA-talkshow’ en achterwege laten dat het – alweer – ging om een confrontatie tussen GS en ondergetekende. Toevallig dat ze die noemen net nu ik er vorige week hier over geschreven heb. Opmerkelijk ook want Weesie zelf was niet betrokken bij die uitzending.
Wel zat hij ooit bij Pauw & Witteman om zijn geflopte Geenstijl-boek te promoten. Als ik het me goed herinner werd hij toen verzocht daar enkele passages uit voor te lezen. Dat leverde pijnlijke televisie op. Waarom laten de auteurs dat onvermeld? Willen ze Weesie beschermen of wisten ze het gewoon niet?
Wie een beeld van Weesie wil krijgen, moet het op basis van dat portret zelf invullen want de auteurs helpen niet. Hij komt uit Krimpen a/d Ijssel schrijven ze op, zonder op te merken hoe tekenend dat is. Die gemeente is een toonbeeld van kleinburgerlijkheid, er wonen keurige mensen die bevangen zijn door een allesoverheersende vrees: wat de buren wel niet van ze zullen denken.
Het is het milieu waarin iedereen bang is op te vallen en waar pestkoppen goed gedijen.
En dat is precies wat er van Weesie geworden is: een exponent van kleinburgerlijkheid en kleingeestigheid. Narrow-minded noemen ze dat mooi in het Engels. Alles wat niet zo is als hij is stom en moet bestreden worden. Liefst met pesterijen. Het is dat internet geen geur kent anders zou het op Geenstijl zeker naar – te gare – spruitjes ruiken.
Kleinburgers die worden neergezet als de nieuwe helden, wie durft nog te beweren dat de jaren vijftig niet zijn teruggekeerd?
En bij de jaren vijftig horen taboes en onderdrukking van ieder kritisch geluid. De interessantste zin uit het stuk is dan ook deze: “Van de mensen die door GeenStijl zijn beledigd, wil of durft niemand iets te zeggen over Weesie.”
Wil of durft? Dat is nogal een verschil. Niet willen omdat mensen het zonde van hun tijd vinden of zoals ik geen zin hebben mee te werken aan slechte, luie journalistiek?
Of niet durven? Dan is het een ander verhaal. Het betekent dat Geenstijl met behulp van intimidatie in staat is de vrije meningsuiting van individuen aan banden te leggen. Dat zou je aan het denken moeten zetten. Maar dat laatste is voor de auteurs van het portret helaas teveel gevraagd.