Soms zie je ineens iets wat er altijd was maar je nooit eerder opmerkte. Een watertoren in het landschap waar je dagelijks langs rijdt. Een bij het verven overgeslagen stukje plafond in de slaapkamer. Een schrijffout in een tekst die je al dertig keer gelezen hebt.
Zo zag ik van de week plots dat alle mannen onder de 40 een baard dragen. Ja, ik wist dat de baard populair was, maar zó populair dat het de enige heersende norm is dat was me nog nooit opgevallen. Ineens zag ik het terwijl ik over straat slenterde. Overal baarden. Korte baarden, lange baarden. Onwillekeurig voelde ik aan mijn eigen kaak. Naakt. Alsof ik in korte broek op een gala-avond stond.
Ik geef toe, ik was in Amsterdam en dat is weliswaar het centrum van de wereld maar dat wil niet zeggen dat de wereld op Amsterdam lijkt. Wel een stad waar de groepsdruk altijd wat nadrukkelijker aanwezig is dan ik gewend ben. Dus misschien was het iets plaatselijks?
Ik liet in gedachten alle vrienden die ik heb van onder de veertig passeren. Verdomd, allemaal een baard. Collega’s. Allemaal een baard, op een enkele uitzondering na. De baard was het nieuwe lange haar. Populairder dan het staartje of matje.
Wat had ik gemist? Misschien kijk ik te weinig tv, dacht ik, maar ik kon me zo gauw geen presentator voor de geest halen met een baard. Ja, op de radio. Maar een baard kun je niet horen, behalve bij de bas van Eric Corton. In de verte voelde ik een tsunami van onzekerheid aan komen rollen. Moest ik eigenlijk een baard dragen?
Ik hield mijn pas in en raadpleegde ter plekke dr. Google: beards, fashion. Zoals gebruikelijk kwam het orakel met sussende woorden. Ik las op een site, waarvan ik de betrouwbaarheid alleen maar bepaalde aan de hand van de wenselijkheid van de boodschap, dat mannen baarden dragen omdat het ze aantrekkelijker maakt. Maar, zo bleek uit wetenschappelijk onderzoek dat in Amsterdam kennelijk nog niet was doorgedrongen, als álle mannen baarden hebben dan worden mannen zonder baard juist aantrekkelijker. In stilte barstte ik in bulderend gelach uit.
Ik keek weer op van mijn iPhone, een vrouw kwam aanlopen. Ik glimlachte nerveus. Ze keek me even aan en lachte terug in het voorbijgaan.
De zon brak door. Er klonken violen. En de geur van rozenblaadjes verspreidde zich door de lucht. Gek, nooit eerder opgemerkt.
cc-foto: Christian Senger