The Other Side of Hope luidt de titel van de film die ik woensdag zag in Lantaren/Venster. Maar wat is de andere kant van hoop eigenlijk? Wanhoop? Uitzichtloosheid? In zijn laatste film, die volgens eigen zeggen ook echt zijn laatste is, laat de Finse regisseur Aki Kaurismäki het leven weer zo troosteloos zijn dat je er alleen maar om kunt lachen. Hoewel er dit keer niet geschaterd wordt. De humor is zo zwart dat alles er in verdwijnt, zelfs de lach.
Ik leerde de Finse regisseur, die doorbrak met de hysterisch absurde Leningrad Cowboys Go America, lang geleden kennen met The Match Factory Girl, over een meisje dat in een luciferfabriek werkt. Dat is net zo erg als het klinkt. Geestdodend werk en het meisje haar bestaan is nog troostelozer dan valt te beschrijven. De hele bioscoop bulderde van zoveel existentieel leed.
Dat was ook het geval bij I Hired A Contract Killer over een man die het leven beu is en na tal van mislukte zelfmoordpogingen ten einde raad een huurmoordenaar inhuurt om hemzelf om zeep te helpen. Terwijl hij wacht op zijn lot raakt hij toevallig aan de praat met een vrouw, wordt op slag verliefd op haar en daarmee ook op het leven. Dan moet hij zien te ontsnappen aan zijn plichtsgetrouwe moordenaar die niet wil afzien van de opdracht.
Kaurismäki schets de onbeholpenheid van het bestaan waarin zelfs de dood een mislukking is. In The Other Side of Hope pakt hij dat nog grootser aan. Het is aan de ene kant het verhaal van een Syrische vluchteling die als verstekeling arriveert maar na een asielaanvraag wordt uitgezet omdat het in Aleppo ‘hartstikke veilig’ is volgens de immigratiedienst in een kafkaëske beslissing. Ondertussen zie je journaalbeelden over de wrede oorlog in die stad. Het is een combinatie die absurd lijkt maar helaas realistischer is dan je zou wensen. Denk aan premier Rutte die tegen de vluchtende Syriërs riep ‘blijf thuis!’ Die scène zou zo in de film gepast hebben.
Tegelijkertijd is het een verhaal over een in mislukking gedrenkte maatschappij die hoofdzakelijk wordt bewoond door mannen, veelal van middelbare leeftijd of erger. Toekomst lijkt er niet te bestaan. Ze leven er zoals ze al tientallen jaren leven en aan alles is duidelijk dat dat niet vol te houden is. Het is in beton gegoten nostalgie.
In The Other Side of Hope zijn zelfs de nazi’s hopeloos. Maar tegelijkertijd is – afgezien van de nazi’s – niemand een klootzak. Integendeel, de meeste mensen helpen elkaar, al leidt dat zelden tot het gewenste resultaat.
Kaurismäki geeft in al zijn absurditeit misschien wel de meest realistische visie op de vluchtelingencrisis. Het is gewoon een extra ellendig element in een bestaan dat toch al nooit wilde voldoen aan de verwachtingen. Zelfspot is geen geneesmiddel maar wel een pijnstiller. Zo lang je het echte leed van de oorlog maar buiten beschouwing laat natuurlijk.