Spring naar inhoud

Het recht van de sterkste

Mijn vader, die al oud was toen ik geboren werd en deze maand 107 geworden zou zijn, was een sterke man. En dan bedoel ik echt heel sterk. Afkomstig uit een arm gezin verdiende hij naast zijn werk extra geld door deel te nemen aan bokswedstrijden en vooral met catch as catch can, een vechtsport waar hij zeer bedreven in was. Bedreven als in: ongeslagen.

Catch as catch can werd indertijd, voor de Tweede Wereldoorlog, gezien als de meest wrede vechtsport die er bestond. Het was een combinatie van worstelen en andere gevechtstechnieken. Alles was geoorloofd, tot en met het breken van de botten van je tegenstander aan toe. Het nu populaire MMA (Mixed Martial Arts) is er deels uit vootgekomen, evenals die bizarre Amerikaanse worstelwedstrijden waarbij toneel gespeeld wordt. In de tijd van mijn vader was het geen nep. Wel is hij een keer gediskwalificeerd omdat hij een conflict kreeg met een onrechtvaardige scheidsrechter, de man oppakte en in het publiek smeet. Dat was wel theater maar geen toneel. Hij was, zoals ik al zei, erg sterk.

Als je sterk bent, of sterk overkomt, zijn er altijd mannen die met je willen vechten. Mijn vader had daar regelmatig last van. Lui die hem kenden of herkenden en uitdaagden als hij op straat liep of uitging. “Ik had daar nooit zin in,” vertrouwde hij me ooit toe, laat op de avond tijdens een van de zeldzame momenten dat hij over zijn eigen leven vertelde. “Je kleding wordt vies, een overhemd is zo gescheurd, je slaat iemand makkelijk een bloedneus en voor je het weet zit je onder het bloed van zo’n kerel. Dan is je avond voorbij.” 

Maar de belangrijkste reden om dat soort confrontaties te mijden was het gevaar van een ongeluk. “Met één welgemikte klap kun je iemand doodslaan. Zonder dat het je bedoeling is. En dan beland je in de gevangenis, dat risico wilde ik niet lopen. Ik had een zieke moeder die ik moest verzorgen. Zij kon niet zonder mij.”

Hij vertelde het vrij nuchter, niet als stoere praat en al helemaal niet als opschepperij.  Maar wat doe je als iemand wil vechten en je hebt daar geen zin in? Je kunt wel wegrennen maar dat is weer niet best voor je reputatie en bovendien in strijd met zijn aard. Als mijn vader iets niet wilde zijn dan was het wel laf.

Op een avond zat hij in een café en was er een groepje van drie mannen dat hem herkende en begon uit te dagen. Hier had hij geen trek in. Hij keek het even aan, rekende af en liep naar buiten. De mannen volgden hem. Eenmaal op straat versperden ze hem de weg. Drie mannen. “Het was niet dat ik ze niet aan zou kunnen, maar wat heb je er aan? Je krijgt er alleen maar problemen door.”

Wat te doen? Hoe los je zo’n penibele situatie op. Je kunt niks zeggen want ieder woord kan een excuus zijn om de zaak te laten escaleren.

In de straat stond een jonge boom. Geen sprietje maar een met een stam zo dik als een onderarm. Hij liep er op af, keek de mannen aan en trok de boom met wortel en al uit de grond om duidelijk te maken wat hen te wachten stond. Zijn belagers schrokken, deinsden terug en vertrokken zonder een woord te zeggen. 

Als je echt sterk bent, win je een gevecht niet maar voorkom je het.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: