
Naast me klonk een luide hoest. Zo’n diepe, die helemaal van de bodem van de longen geschraapt lijkt te worden. Met een donker geluid, vanwege het slijm waar de hoest zich doorheen wurmt. Eindigend in het gebries van een spuugmond. Mijn irissen bewogen zich naar de uiterste hoek van mijn oogkassen zonder dat ik mijn hoofd bewoog. Niets laten merken, eerst het gevaar inschatten. Daar stond hij, keurig gekleed in van die sombere Scandinavische kleuren, van donkerbruin tot zwart. Niets bijzonders aan te zien, een onopvallend type die zijn dagen waarschijnlijk slijt op kantoor en zich hier bevrijdde van de sociale … Lees verder