Spring naar inhoud

1

Het strand van Bloemendaal lag bezaaid met kwallen. Ik zou bijna zeggen dode kwallen maar eerlijk gezegd weet ik niet zeker of ze wel dood waren. Ik ben niet zo heldhaftig of dom - die twee worden nogal eens verwisseld - om ze aan te raken. ‘Kwalhalla’, zei m’n goede vriendin, die wel vaker totale situaties in een enkel woord weet te vangen, droogjes. En stelde toen de vraag die een lawine aan vragen losmaakte en zich uitstortte in een gapende leegte aan kennis: Hoe komen die hier? Gevolgd door: Waren ze al dood voordat ze aanspoelden? Doen ze het expres of is het een kwallenramp? Waar komen ze vandaan? Hoe leven ze?

Ik moest het antwoord op iedere vraag schuldig blijven. Ik ben dol dierenweetjes maar van kwallen? Helaas. Ja, ik had een keer door een school kwalletjes gezwommen, al wist ik niet eens of dat bij kwallen zo heet. Kudde? Troep? Wolk? Heel klein waren ze en ze staken als een soort schrikdraad.

Hoe komen ze op het strand? Zijn het aliens die een mislukte invasie plegen, is het een vorm van sex on the beach en liggen er louter mannetjes die zojuist hun enige functie en vaak ook ambitie in het leven vervuld hebben?

Sorry, ik weet niks van kwallen, bekende ik. Met enige schaamte want ik ben me er al bijna mijn hele leven van bewust dat er medewezens bestaan die kwallen heten maar ik heb me nooit afgevraagd hoe ze leven. In groepen, wist de vriendin door het bekijken van de documentaire Finding Nemo over een visje dat op zoek gaat naar z’n vader. Ze beschreef een scene die ik me nu ook herinnerde. Ik wilde nog iets vertellen over een Portugees Galjoen want dat is een kwal die dodelijk is en dat soort verhalen gaan er altijd wel in maar dat wist ze al. We liepen verder tussen de kwallen door en hadden het er niet meer over. Het heeft geen zin om door te praten over zaken waar je niets van weet, al denken nogal wat media daar anders over.

‘s Ochtends, liggend op de bank, googelde ik ‘kwallen strand’ en meteen verscheen de vraag: Hoe komen er zoveel kwallen op de stranden? Precies. Dat wilden dus meer mensen weten. Het antwoord is te vinden op een site die Kwallenradar heet. Zo’n naam die weer een keten aan ideeën losmaakt. Hadden sociale media maar een kwallenradar, bijvoorbeeld. Maar laat ik niet afdwalen, dat is meer iets voor kwallen. Het bleek inderdaad een ramp te zijn geweest. Althans voor de kwallen. De dieren zijn overgeleverd aan stromingen in de zee en bij een bepaald soort wind worden ze massaal op het strand gedumpt, waar ze dan meestal sterven, een soort omgekeerd verdrinken.

Ik googelde verder want er ging een zee aan informatie open en stuitte toen ineens op het grootste wonder. Er blijkt een kwallensoort te bestaan die vermoedelijk het eeuwig leven heeft omdat die aan het einde van zijn levenscyclus weer baby wordt en dan weer volwassen. Denk je eens in hoe geniaal dat is. Een soort reïncarnatie in jezelf. Met als resultaat een wezen dat al miljoenen jaren bestaat en steeds opnieuw begint. Dat er nooit een einde aan je leven komt, dat je geen hemel hoeft te hebben omdat je er al in leeft. Of in de hel natuurlijk, gezien de anderen. Ik dacht er over na, probeerde het me voor te stellen en werd spontaan overvallen door levensmoeheid. Dan toch liever die kwal op het strand.

Detoxen gaat meestal over je lichaam maar hoe zit dat met je geest? Met je manier van denken? Sinds de coronacrisis begon, merkte ik dat mijn hersens steeds luier werden, door overvloedig gebruik van de smartphone en een totaal gebrek aan andere impulsen. Dus ben ik mijn leven een beetje anders gaan organiseren om die geestelijke erosie tegen te gaan. Natuurlijk niet gestructureerd en weloverwogen volgens een strak plan maar impulsief, zoals ik altijd leef.

Ik begon door elke ochtend als ik wakker word de mini-kruiswoordpuzzel van de New York Times op te lossen. Dat klinkt ingewikkelder dan het is. Meestal doe ik er anderhalve minuut over, soms iets korter. Ik herinner me een geluksdag dat het me binnen 45 seconden lukte. Dat zeg ik niet om op te scheppen want ik las van anderen die het onder de 20 seconden lukt. Dat ga ik nooit voor elkaar krijgen en daar gaat het me ook niet om. Net zoals ik nooit hardloop tegen anderen, zo puzzel ik ook alleen maar solo.

Wat me tijdens het puzzelen opvalt, om niet te zeggen verontrust, is hoeveel ik weet van de Amerikaanse samenleving. Zonder het te willen. De namen van snacks, afkortingen van overheidsinstanties, slogans van bedrijven die niet eens buiten de VS actief zijn en tal van andere trivia heb ik in de loop der jaren kennelijk onbewust opgeslagen. Niet omdat ik dat graag wil maar omdat ik door de smartphone een groot deel van de dag zwem in de Amerikaanse cultuur. En als het niet al in puur Amerikaans is dan zie ik wel non-Amerikanen die het imiteren of het gewoon onderdeel van hun leven hebben gemaakt. Ik ken Nederlanders die Engels tegen me praten. Zelf doe ik dat ook wel eens. Sterker nog, ik merk dat ik zelfs Engels spreek als in mezelf praat.

Dat lijkt misschien cool - om het maar eens in goed Nederlands te zeggen - maar dat vind ik helemaal niet, alleen al omdat mijn weerzin tegen de VS jaar na jaar toeneemt. Ja, er is nu een betere president dan ze eerst hadden maar het blijft een racistisch kloteland dat verslaafd is aan geld en geweld. Om het maar even cru samen te vatten. Ik heb helemaal geen zin om mezelf daarmee te vergiftigen.

Dit is een wat lange inleiding voor mijn nieuwste detox-methode. De meeste Amerikaanse indoctrinatie komt in je hersens terecht via amusement want entertainment is de geweldloze vorm van het Amerikaanse imperialisme. Ze zijn er natuurlijk ook erg goed in maar als je eenmaal oplet, begint op te vallen hoe mager al dat entertainment is. Vrijwel ieder plot draait om geweld, het is uitzonderlijk als er niemand vermoord wordt. Als er geen sprake is van geweld dan gaat het meestal om een romance en die verlopen vrijwel altijd via hetzelfde lijntje: hetero-koppel vindt elkaar na het overwinnen van moeilijkheden. Zoals de literatuur altijd is terug te voeren tot de plots die je in de bijbel vindt, zo is Amerikaans entertainment altijd te herleiden tot Disney.

Daar ben ik wel een beetje klaar mee. Dus ik heb mijn Netflix-account opgezegd en probeer ook voor de rest mijn Amerikaanse entertainmentconsumptie terug te dringen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het is net zoiets als stoppen met vleeseten, roken, drinken of snacken. Pas als je het niet meer doet, valt op hoe vaak je het deed.

Dit soort gedragsverandering breng je het beste tot stand als je er routine van maakt, ontdekte ik toen ik in een poging mijn lichamelijk conditie te verbeteren besloot elke dag 5 kilometer hard te lopen. Dat is makkelijker uit te voeren dan het voornemen twee keer per week te rennen. Routine werkt beter dan motivatie. Net zoals ik alcoholconsumptie makkelijker terugdring door te zeggen dat ik helemaal niet meer drink dan door te denken ik wil minderen. Je ziet, ik ben nogal binair ingesteld.

De nieuwe anti-Amerikaanse detox-methode gaat aldus: ik wil de komende tijd elke dag een Franse film kijken. Daar kwam ik op omdat ik als nieuw abonnee van De Groene een gratis proefabonnement kreeg op CineMember. Laat ik dat eens benutten, dacht ik. Ze hebben 128 Franse films dus dat moet te doen zijn. Fransen staan er om bekend dat ze regelmatig pogingen ondernemen de onwenselijke aspecten van de Amerikaanse cultuur buiten de deur te houden. Daar wordt in Nederland vaak spottend over gedaan, alsof het bij voorbaat kansloos is. Als dat zo is, dan moet dat juist reden zijn het te doen, lijkt me.

Goed, geestelijk detoxen via films dus. Meteen merkte ik hoe amusement je leven beïnvloedt. Woensdag zag ik Compostelle, een documentaire over mensen die de wandelroute naar Santiago de Compostella afleggen. De film is naar mijn smaak niet echt goed gemaakt, op het amateuristische af, maar wel verrassend fascinerend. Het is een beetje alsof je door het dagboek van een onbekende bladert. De meeste geïnterviewden laten zich in nogal spirituele termen uit over hun ervaringen en daar heb ik persoonlijk niet zoveel mee maar niettemin begeesterde de film. Wat een goed idee om zo'n lange wandeling te maken. Precies wat we nodig hebben in deze tijd waarop we beginnen in te zien dat we ons leven in een mallemolen hebben veranderd. Stap voor stap je wereld veranderen was nog nooit zo letterlijk. Veel van de mensen blijken onderweg bijvoorbeeld geen notities te maken maar tekeningen van wat ze zien. Zou ik dat ook kunnen? Op de een of andere manier maakte de film een soort oergevoelens los. En ja, ik was al van plan om deze zomer het Pieterpad te gaan lopen.

Donderdag bekeek ik Petit Paysan, ofwel kleine boer. Dat leverde een ander soort openbaring op.

Toen Hubert Charuel in 2017 zijn debuutfilm die gaat over een dodelijk virus uitbracht, kon hij waarschijnlijk niet bevroeden hoe totaal herkenbaar die vier jaar later zou zijn in tijden van corona. Toch is de film in alle opzichten de tegenpool van een Amerikaanse spektakelfilm als Contagion die ook dergelijke herkenning oproept. Hier geen mensen die de wereld overvliegen, geen panische massa’s, geen opzwepende muziek, geen dwingend militarisme. Integendeel. Petit Paysan, in het Engels Bloody Milk, speelt zich vrijwel geheel af op een enkel boerenerf met alle rust van dien. En is daarmee veel realistischer. Het is een zogezegd intieme film. Er is gefilmd op de boerderij waar de regisseur zelf opgroeide en veel van de acteurs zijn mensen uit de omgeving. Zijn ouders worden gespeeld door zijn echte ouders.

Pierre Chavanges is een jonge boer met zo’n dertig koeien die het bedrijf van z’n ouders heeft overgenomen. Dat hij leeft voor zijn koeien wordt meteen al duidelijk gemaakt in de ijzersterke openingsscene waarin de dieren overal in zijn huis staan. Dat blijkt een droom maar wat volgt is een nachtmerrie,

We zien zijn dagelijks leven als melkboer in een kleine gemeenschap waar hij tegen zijn zin constant op de vingers wordt gekeken door zijn omgeving. Dat lijkt een typisch dorpsdrama, slow living noemen goeroes die het Nederlands slechts beheersen dat. Dan sluipt een gevreesde veeziekte het verhaal binnen. De ramp die op hem afkomt is zo enorm dat de boer geen andere verdediging kan bedenken dan ontkennen. Hoe herkenbaar. Chavanges gaat te rade op YouTube, inderdaad het soort ‘research’ waardoor nogal wat mensen een konijnenhol binnenrollen om er nooit meer uit te geraken en wappie worden. Wat er vervolgens gebeurt moet je zelf maar gaan zien.

Petit Paysan won in 2018 de César (Franse Oscar) voor beste debuutfilm. Hoofdrolspeler Swann Arlaud kreeg dezellfde prijs voor zijn vertolking van de boer. Sara Giraudeau ontving die voor de beste bijrol. Zeer terecht maar het meest schitteren de koeien. Je ziet ze zoals ze zijn: zachte, liefdevolle dieren en tegelijk, hoezeer de boer ook aan hen gehecht is, toch niet meer dan een product. Ze zijn dingen waar je een pak melk of stuk kaas van maakt. En dan te bedenken dat Petit Paysan het ideaal toont van hoe we vinden dat vee behandeld zou moeten worden. Hoe uitzonderlijk dat is wordt subtiel duidelijk gemaakt bij een bezoek aan een boer die met zijn tijd is meegegaan. Daar komen de koeien alleen nog in contact met robots. Zoals het er overal op de industrieboerderijen aan toe gaat. Drie keer raden waar jouw ontbijtyoghurt vandaan komt.

Petit Paysan zette me aan het denken over het leven, de pandemie, maar vooral ook over de noodzaak om van vegetariër zijn over te stappen naar vegan en zuivelproducten te gaan mijden. Dat is iets voor een volgende gedragsverandering. Al lijkt die conclusie totaal niet de bedoeling van de film te zijn.

Ik heb het al eens eerder geschreven: door de lockdown leer ik mezelf beter kennen. Misschien wel omdat ik meer tijd met mezelf doorbreng. Nee, dat bedoel ik niet als grapje. In de pre-coronatijd zag ik voortdurend andere mensen, sprak met ze, dacht hardop met ze, maakte lol of beschouwde de wereld met hen. Zij waren plots verdwenen, alsof je tijdens een feestje even naar de wc gaat en bij terugkeer het hele pand verlaten blijkt. Er klinkt wel muziek, de slingers bewegen nog maar er is niemand meer. Om Sartre te parafraseren: het feest, dat zijn de anderen.

Ik dwaal af. Het zal eens niet. Vanmiddag tijdens het hardlopen, ik loop sinds 1 januari elke dag 5 km en dat is heel fijn om te doen, fijner dan 1 of 3 keer per week maar daarover misschien later, realiseerde ik me weer eens hoe onrustig ik word van herrie. Optrekkende vrachtwagens, voorbijscheurende scooters, sirenes - er klinken altijd sirenes in deze stad - en meer van dat soort dingen die op een ongezond niveau geluid produceren. Ze veroorzaken een onrust bij me. Het soort onrust dat je hebt als je bij een halte wacht en de bus verschijnt niet op tijd. Onzekerheid over het oncontroleerbare.

Dat was me voor de lockdown niet eerder opgevallen, wat al die herrie met me doet. Nadat in maart de wereld plots letterlijk en figuurlijk stil viel, merkte ik dat ik een stuk relaxter werd. Alsof ik een pilletje geslikt had. Toen een paar weken later het verkeer en de andere herrie weer op gang kwam bemerkte ik de toename van onrust. Het is niet dramatisch, ik krijg geen paniekaanvallen en het duurt maar heel even. Ik ben ook geen fonofoob, noch heb ik last van misofonie. Maar toch, het is er. En ik heb er geen controle over.

Hoe het komt, weet ik niet. Ook niet of ik dat al mijn hele leven heb. Misschien is het recent. Ik heb ook nog maar sinds een paar jaar last van hooikoorts. Dat schijnt ook weer te kunnen verdwijnen.

Tijdens het lopen bedacht ik een andere verklaring. Ik leerde ooit waarom we rustig worden van het geluid van fluitende vogels. Dat is onderdeel van onze prehistorische geschiedenis. In de jungle, op de steppe of in welk gebied dan ook stelt vogelgezang gerust. Het is een teken van veiligheid, er is dan niets aan de hand. Als de vogels daarentegen plots stoppen met zingen dan dreigt er mogelijk gevaar, een roofvogel, of erger. Plotselinge stilte is als brandlucht voor je oren, je hele lichaam slaat er van aan. Dat komt dus door onze voorouders.

Misschien is het met herrie wel net zo dacht ik. Het harde geluid overstemt al het andere en daardoor kun je niet meer waarnemen wat er gebeurt. Je lichaam schiet in alarmstand omdat onduidelijk is of er gevaar dreigt. Wellicht dat mannen, althans bepaalde types mannen, daarom vaak dol zijn op herrie. Straaljagers, raceauto's, kettingzagen, honderd soorten metalmuziek, het voorziet in het verlangen naar gevaar. Een verlangen dat ik niet ken. Ik hou ook niet van bergbeklimmen, parachutespringen en al die andere dingen die het einde van je leven kunnen bespoedigen. Ik zeg wel eens dat ik geen tattoo's heb omdat ik van mezelf voldoende littekens heb, zo is het ook met gevaar, ik hoef het nooit op te zoeken, het weet me vaak genoeg uit zichzelf te vinden.

Hoe het ook zij, het is een besef dat nooit eerder doordrong, dat dergelijk indringend geluid zo van invloed is op m'n gemoedsrust, dat ik er even van slag door raak.

Misschien moet ik eens proberen hard te lopen met noise canceling oordopjes. En daar dan vogelgezang op afspelen.

Barn (Beware of Children) is een Noorse film over de tienerzoon van een extreemrechtse politicus die plots de dood vindt op het schoolplein. Enige getuige: de tienerdochter van een linkse politicus. Dat klinkt als een Scandinavische politieke thriller maar de film ontpopt zich tot iets heel anders: de loep van regisseur Dag Johan Haugerud speurt niet naar de sporen van een misdrijf maar naar hoe een samenleving, verpersoonlijkt door de ouders en leerkrachten, reageert op het drama.

De opening van Barn is ijzersterk en schept veel verwachtingen die helaas niet helemaal worden waargemaakt. Het verhaal wordt niet makkelijk verteld, er is geen duidelijke hoofdrolspeler. De hoofdrol is weggelegd voor de interactie tussen de acteurs. Het camerawerk geeft je ondertussen het gevoel ter plekke te zijn, alsof je op de rand van het bed zit terwijl geliefden na een vrijpartij hun relatieproblemen bespreken. Het verhaal is hier en daar voorspelbaar en het gebrek aan smaak van de karakters wel erg nadrukkelijk doorgevoerd, tot en met de afstotelijke hoeslakens die me in staat lijken iedere hartstocht ogenblikkelijk te laten verdampen.

Ik weet te weinig van het land waar de extreemrechtse massamoordenaar Breivik heeft toegeslagen om de context goed te kunnen beoordelen maar er vielen me een paar dingen op die kenmerkend zijn voor de Noordwest-Europese samenlevingen, waar Nederland ook enigszins deel van uit maakt. Zoals de verstikkende werking van de Wet van Jante, regels die de groepsdwang in calvinistische maatschappijen samenvatten. De wet wordt in de film expliciet benoemd. Rutte is er hier in ons land de verpersoonlijking van: Zo gewoon mogelijk doen. Op de fiets naar de koning gaan. Vooral zeggen dat je eigenlijk weinig voorstelt. Scandinaviërs en ook Nederlanders - althans die van boven de rivieren - zijn er dol op. Je schittert pas echt als je doet alsof het niet zo is. Een levenshouding die lekker gewoon lijkt maar een recept is voor innerlijke verscheurdheid en maatschappelijke ellende.

In Barn is, op de kinderen na, niemand eerlijk. De Engelstalige titel slaat daar wellicht op: Pas op voor kinderen. Iedereen is luidkeels principieel en vaak hard in het oordeel over anderen maar maakt er ondertussen stiekem zelf een zooitje van. Wie daarbij meteen aan hypocrisie denkt, moet de film bekijken want de maker brengt het meer als een logisch gevolg van de groepsdwang tussen mensen, die er overigens van overtuigd zijn dat ze een heel vrij en bewust leven leiden. Hypocrisie roepen is onderdeel van de cultuur die hij juist bloot wil leggen. Niemand deugt en dat is logisch voor een samenleving die geobsedeerd is door deugen. De enige twee uitzonderingen zijn migranten, dat zal geen toeval zijn.

Even dacht ik dat de film zich tot een Houellebecq- of Sullivan-achtige conservatieve zedenschets zou ontpoppen maar rancune ontbreekt en de spot is bijna liefdevol. De extreemrechtse politicus is net zo erg als je denkt maar ook weer innemend, een beetje zoals Joost Eerdmans kan zijn: een pseudo-Wilders en tegelijk DJ Jopie. De linkse mensen lijken weggelopen uit een partijvergadering van de PvdA waar ze elkaar allemaal kameraadschappelijk een mes in de rug steken.

Ik schrijf dit een dag na het zien van de film en weet nog steeds niet goed wat ik er van moet denken. Het voelt alsof ik per ongeluk een paar dagen doelloos gelogeerd heb in een Noors stadje. Ik zal de film ook niet direct aanraden maar heb tegelijk het gevoel dat ik hem langer bij me ga dragen dan ik verwacht. Het opwekken van dergelijke ambivalentie lijkt precies het doel van de regisseur.

Ik bekeek de film met m’n Cineville-pas op Vitamine. Hier een overzicht van andere mogelijkheden.

2

Rond de jaarwisseling kijk ik vaak terug op wat er terecht is gekomen van mijn goede voornemens. Het is altijd een masochistische exercitie want meestal belanden al die plannen en ambities op de almaar groeiende persoonlijke vuilnisbelt. Dat is pijnlijk omdat de voornemens bedoeld zijn om datgene waarin ik naar mijn eigen gevoel tekortschiet te veranderen. Het mislukken van de voornemens is dan wat de Engelsen zo mooi noemen adding insult to injury. Niet alleen ben ik niet wie ik wil zijn, ik slaag er ook niet in dat te worden.

In 2020, het wereldrampjaar, kwam er natuurlijk helemaal niks van terecht. Dat knaagde al meteen vanaf het begin van de pandemie. Toen duidelijk werd dat we opgesloten raakten in een bubble, intelligent nog wel, nam ik me voor als een razende boeken te gaan lezen. Ik had er op ingezet dat jaar 40 titels te lezen, een soort papieren marathon, maar ik raakte al na een paar titels uitgeput. De teller is blijven steken op 18 zie ik op GoodReads.

Gelukkig merk ik om me heen dat anderen er ook last van hebben. Gelukkig, want falen is toch dragelijker in groepsverband. Adriaan van Dis verwoordde het mooi in een aanmoedigende video. Het onvermogen om je te concentreren en onder te dompelen. De pandemie verzwelgt alle energie.

Ook met films kijken ging het mis. Om de een of andere reden ontbreekt de lust om online te kijken. “Ja, vooral arthouse films zijn lastig,” beaamde een vriendin. “Documentaires gaat nog wel.” Ik dacht na over waarom dat zo zou zijn. Misschien is het leven nu zo onwerkelijk dat er geen fictie meer aan toegevoegd kan worden.

Toch klopt dat niet helemaal want een van de enerverendste belevenissen van het afgelopen jaar was het ondergaan van het theaterstuk Blinded in een volledig verlaten Carré. Met 25 mensen op het podium op meer dan anderhalve meter van elkaar. Er zijn geen acteurs, je krijgt een koptelefoon en hoort de voorstelling in 3D audio, een groot gedeelte in absolute duisternis. Dat geluid was zo levensecht dat ik er op een gegeven moment van overtuigd was dat er iemand om me heen liep, dat ik diens adem zou gaan voelen. Blinded is gemaakt naar mijn favoriete boek Stad der Blinden van José Saramago. Als ik je voor dit jaar twee tips mag geven dan zijn dat: lees het boek en ga naar die voorstelling als die weer terugkeert. Beide zul je de rest van je leven niet meer vergeten.

Dat ik zo weinig grip op het leven had het voorbije jaar maakte dat ik er voor huiverde te kijken naar mijn lijstje goede voornemens van 2020. Mislukkeling zijn in een mislukt jaar, dat is geen prettige gewaarwording. Maar het valt mee. Toen ik zocht naar mijn lijstje goede voornemens kwam ik er achter dat ik ze niet gemaakt had. Gewoon niet. Het zal wel toeval geweest zijn maar ik zie het nu als een wijze beslissing, alsof ik het jaar voorvoelde. Ineens voelt het falen een stuk beter.

Voor 2021 pak ik het anders aan. 2020 was het jaar van overmand worden, dit wordt het jaar van terug knokken. Dus ik maak weer een lijstje.

Allereerst Dry January. In januari geen alcohol drinken en misschien ga ik wel door tot Pasen en maak ik zelfs de 100 dagen vol. Dat is me twee jaar terug uitstekend bevallen. Ik gebruik er deze app voor.

Hardlopen. Drie keer per week 5 km. Vandaag op de eerste dag rende ik al sneller dan me in het hele vorige jaar gelukt is.

40 boeken lezen. De belangrijkste les van afgelopen jaar is dat ik in boeken alleen maar door moet lezen als ze echt bevallen. Anders wordt het huiswerk. En dat maakte ik op de middelbare school ook al niet. Ik ben net begonnen in Revolusi van David Van Reybrouck en ik kan het amper wegleggen. Zo moet het zijn.

Een keer per week lang met iemand buiten m’n lockdown bubble praten. Een kennis mailde dat hij wandelingen met steeds wisselend gezelschap gaat maken om het leegraken van de geest tegen te houden. Puik plan.

Een lijstje met dagelijkse taken, variërend van 30 minuten lezen tot 300 woorden schrijven.

Zo moet 2021 meer energie krijgen, meer opleveren en vooral meer levensvreugde genereren.

Ik wens jullie allemaal een goed 2021, met de kracht om tegenslagen te overwinnen en zoveel moois dat al het lelijke overschaduwd wordt.

2

De truc met goede voornemens schijnt te zijn dat je ze beperkt, er niet meer dan twee of drie maakt, waar je je dan ook echt aan houdt. Natuurlijk werkt dat niet bij mij, dus ik besloot het anders te doen. Ik maakte 14 goede voornemens. Dat is al bespottelijk en omdat goede voornemens ook laten zien waar je vindt dat je in tekortschiet, ben ik misschien nog wel meer beschroomd ze te vertellen dan te onthullen hoe ik faalde. Dat laatste kan ik immers nog wel wegrationaliseren, zoals ik nu zal demonstreren.

De eerste op de rij was ‘20 klassieke werken leren’. Daar bedoelde ik mee klassieke muziekstukken zo goed beluisteren dat ik ze kan herkennen en benoemen als ik ze ergens hoor. Geen idee waarom ik dat wilde, misschien omdat de eindeloze steeds anoniemer wordende spotify-brij me begon tegen te staan. Alsof je je hele leven in de lift staat en pleasende muziek onafgebroken in je oren sijpelt. Een verlangen naar muziek die je voelt met je hersens.
Ik maakte een playlist, voegde 9 preludes van Szymanowski toe en daar bleef het bij. De ambitie verdampte nog voordat er maar een druppel was gevallen. Waarschijnlijk omdat ik “er de tijd niet voor had”, die zwaarwichtige, volwassen variant op het kinderachtige “geen zin in”.

De tweede was 50 boeken lezen. Voor 2018 waren dat er 52 geweest en was ik blijven steken op 30. Dit jaar blijf ik steken op 22 maar eigenlijk is het nog erger want ik las veel dunne en ultradunne uitgaven, zoals We Should All Be Feminists van Chimamanda Ngozi Adichie, 64 pagina’s met een bladspiegel die het betoog langer doet lijken dan het is. Wat niet erg is, want voor feminisme heb je maar een paar letters nodig: v/m.

Voor die magere score qua lezen geef ik straks een verklaring, hier faalde ik omdat ik elders ook faalde. De kunst van het mislukken, zou dat geen aardige titel zijn voor mijn autobiografie van pakweg 50 pagina’s? Of die is vast al door iemand anders bedacht, maar dan als grap.

Op 3 staat 50 films zien, daar ben ik ruimschoots in geslaagd, vooral dankzij de Cineville-pas. Ik moet minstens twee films per maand zien anders heb ik die 20 euro abonnementsgeld weggegooid. Dus ga ik vaak al in het eerste weekend naar twee films, soms op dezelfde dag. Dat tikt lekker aan. Inmiddels is naar de bioscoop gaan een nieuwe gewoonte geworden. Ik zag 63 films en besprak ze bijna allemaal op Letterboxd.

Op 4 de kwart marathon rennen. Dat heb ik gedaan maar te langzaam. Zoals ieder jaar. Ik deed er dit jaar ook nog de Dam tot Damloop bij, dat werd helemaal een deceptie, uitgewandeld terwijl de sirenes klonken, de ambulances opraakten, net nadat ik finishte werd de loop stilgelegd. Het was te warm.

Maximaal zes uur schermtijd per dag op m’n iPhone, was de vijfde. Hahahahaha! Natuurlijk lukt dat niet. Hoewel ik zie dat ik de laatste weken op een gemiddelde van 6 uur en 35 minuten zat. Er is misschien toch hoop.

De cursus Frans van Duolingo completeren, stond op 6. Dat had ik al eens gedaan. Wilde het opnieuw doen maar hoewel ik dankzij Duolingo inmiddels redelijk het Franse nieuws kan volgen, vond ik de cursus te beperkt en ben ik overgestapt op LingQ die iets van een tientje per maand kost. Dat zorgt meteen voor het magische sportschooleffect: ik heb een abonnement maar maak er dus amper gebruik van. Ook al is dat bij Cineville gek genoeg juist niet zo. Bedenk nu dat een bioscoop in de sportschool of andersom misschien wel zou werken.

7 lag in het verlengde daarvan: ik wilde Le Petit Prince in het Frans lezen. Die klassieker maakt deel uit van LingQ en ik ben aardig op weg. De vos heeft net uitgelegd dat liefde een kwestie is van getemd willen worden, een van de mooiste lessen die ik ooit leerde.

8 Spaans leren. Nada. Volgend jaar in de herkansing.

9 10.000 stappen per dag. Dat is 8 km. Mijn gemiddelde is nu 6,5 km per dag. Maar ik ben de laatste maanden veel meer gaan lopen nadat ik besloot mijn auto zo min mogelijk te gebruiken.

10 was 5 kilo afvallen tot 87 kilo. Dat is wonderwel gelukt. Ik weeg nu 83, ofwel ben 9 kilo lichter. Methode: minder eten (je verzint het niet). Maar echt. 1 boterham voor ontbijt in plaats van 2. Zo ook bij de lunch. Minder opscheppen bij het avondeten. En nooit snoepen. Nooit.

11 Een essay schrijven van 100 pagina’s. Daar ben ik mee begonnen en inmiddels ver voorbij de 100 pagina’s geraakt. Het is geen essay meer maar een verzameling essays met als werktitel ‘Over de wereld en alles’. Door omstandigheden - werk - moest ik in november het schrijven pauzeren. Hoop het in 2020 direct weer op te pakken. En dat het me uiteindelijk zal lukken er iets van te maken. Al twijfel ik daar over. Anderen schrijven omdat ze veel weten, ik om te ontdekken hoe weinig ik weet.

12 Een novelle schrijven. Tja, eerst maar eens dat andere werk (11) af. Deze kan er nog wel een paar jaar op blijven staan. Ik schreef lang geleden ooit twee boeken tegelijk, een roman en een essaybundel, dat was zo verwoestend dat het bijna twintig jaar duurde eer ik opnieuw durfde beginnen. Ook nu sloopt het schrijven me weer. Ik ga daar verder niet over klagen want ik doe het mezelf aan maar soms denk dat ik beter alcoholist of zoiets had kunnen worden om mn behoeften te bevredigen.

13 Mezelf op kunnen trekken. Psychisch lukt dat net maar fysiek nog steeds niet. Komend jaar in de herkansing en hard nodig. Anders moet ik toch echt weer naar de sportschool.

14 Dagboek bijhouden. Mee begonnen, niet volgehouden. Het is heel stom: Ik kan niet schrijven zonder publiek. Dus dank dat je dit leest.

Kortom, drie van de 14 echt gehaald maar toch meer bereikt dan als ik het lijstje tot 3 doelen had beperkt.

Voor volgend jaar maak ik 52 goede voornemens.