Als je op vakantie bent, en dan bedoel ik écht op vakantie, als je alles wat je dagelijks altijd achtervolgt eindelijk hebt afgeschud, dan rijst automatisch de vraag of de rest van je leven niet ook zo zou moeten zijn. Er ontkiemen verlangens, bloeien ideeën, ontstaan plannen. Meestal verdampen ze al op weg naar huis, net als het bijbehorende gevoel waar ze aan ontspruiten.
Over dat gevoel gaat Peak Season, een kleine Amerikaanse film die ik getipt kreeg door een lezer. Een stel uit New York City gaat een paar dagen weg naar een buitenverblijf in Wyoming. Hij is een supply change manager met een mobiel die fungeert als martelwerktuig en hem onder voortdurende spanning plaatst, zij is een business consultant net hersteld van een burn out en staat op het punt een nieuwe baan te beginnen. Bovendien gaan ze trouwen en zijn ze bezig met de voorbereidingen daarvoor.
Ze verblijven in een klein stadje in de typisch Amerikaanse middle of nowhere waar voortdurend opgejaagde carrièremakers neerstrijken om even uit te puffen. ‘s Winters om te skiën, ‘s zomers om te hiken en te flyfishen in het immense landschap waar alles tegelijk groot en rustig is. De bergen zijn onverzettelijk, de bomen ruisen, de rivier kabbelt.
Het is zo’n plek waar mensen zogezegd ‘tot zichzelf komen’. Als je over die uitdrukking nadenkt kom je al in de sfeer in de film. Want hoezo zou je tot jezelf moeten komen? Waarom ben je dat al niet? Wat staat er tussen jou en je eigen zelf? Daar cirkelt de film omheen.
De innemende Amy twijfelt over haar terugkeer naar het consultancy werk. Eigenlijk zou ze liever onderwijzeres worden op een openbare school, bekent ze voorzichtig. Haar partner Max wijst het meteen van de hand, zo’n baan verdient bij lange niet genoeg. Niet genoeg voor wat, kun je je afvragen. Om te leven? Het leven dat ze nu leiden en waaraan ze juist zo graag willen ontsnappen? Of is er nog meer waar ze over twijfelt?
Dan wordt Max plots een paar dagen weggeroepen voor zaken en gaat Amy leren vissen bij Loren, een kerel van in de dertig, net als zij, die 15 jaar geleden vanwege een gebroken hart Californië achter zich heeft gelaten. En niet alleen Californië. Hij heeft eigenlijk niks meer. Hij slaapt in zijn auto met zijn hond en leeft van dag tot dag, van klusje naar klusje. Hij houdt er daarbij een aangenaam soort levenswijsheid op na. Amy hangt aan zijn lippen. Je begrijpt wat er staat te gebeuren.
Het mooie aan Peak Season is dat de verhaallijn clichématig mag klinken maar dat de film zich aan de clichés weet te onttrekken. Het gaat over veel meer dan de rijke sloebers die gevangen zitten in de ratrace en de armen die daarbuiten amper overleven. Of over een liefde van je leven die dat misschien toch niet is. De film is herkenbaar omdat ieders leven wordt gevormd en bepaald door factoren die we niet in de hand hebben. Hoe gaan we daarmee om, laveren we er tussendoor? Of niet.
Peak Season voelt enigszins als een Europese film maar blijft binnen de kaders van het Amerikaanse denken over het leven en zaken als persoonlijke vrijheid. Het is daarbij ook nog eens comedy. Mede daardoor is het geen zoete romantische film, noch een harde maatschappijkritiek maar een warm, zacht drama over leven in de burchten die mensen zelf bouwen.
Peak Season draait nu in de bioscopen.
PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een zeer persoonlijke nieuwsbrief over wat ik de voorbije week zag, las, meemaakte en dacht. Abonneer je hier gratis.