Kun je gepocheerde eieren warm houden in de oven? Ik vraag dit niet voor een vriend maar voor mezelf omdat ik er op stuitte in een boek.
De kok pocheerde ze normaal gesproken om tien over acht en legde ze in de oven om ze warm te houden, totdat de steward ze met de andere bestellingen naar de salon zou brengen.
Het is natuurlijk geen halszaak. Je zou er overheen kunnen lezen, maar zoals vlekjes op witte overhemden zijn het vaak onbeduidende zaken die het geheel beïnvloeden. Ongetwijfeld speelt daarbij mee dat het pocheren van eieren een techniek is waarvan ik de bereiding met veel vrees en moeite onder de knie heb gekregen. Zoiets als leren fietsen, je denkt dat de zwaartekracht het nooit zal toestaan, je meedogenloos naar de grond zal sleuren, totdat het ineens lukt en het voortaan vanzelfsprekend is.
Gepocheerde eieren drogen toch uit in een warme oven? Zou het een vertaalfout zijn? Voor de zekerheid checkte ik het origineel.
The cook, however, poached them at ten minutes past eight and put them in the oven to keep warm until the steward would bring them up to the saloon with the other orders.
Je ziet, daar is geen woord Frans bij. Om het nog gecompliceerder te maken werden de eieren in het boek gepocheerd in een ondiepe koekenpan. Zo’n onbegrijpelijke beschrijving kan me helemaal van slag brengen. Ik googelde ‘gepocheerde eieren + oven’ en vond niks over warm houden maar wel dat je eieren zo kunt pocheren, in een muffinvorm met een beetje water. Dat loste het mysterie niet op maar ik had wel weer wat geleerd en dat is toch ook een reden om boeken te lezen. Ik besloot tegelijkertijd het nooit uit te proberen omdat ik trots ben dat ik de originele methode onder de knie heb gekregen, met kolkend heet water en azijn.
De merkwaardige methode komt voor in Overboord, een novelle uit 1937 die zogezegd ‘vergeten’ is en door de Nederlandse uitgever tijdens de pandemie bij toeval werd herontdekt. In een voorwoord, dat je pas moet lezen als je het verhaal uit hebt, schrijft ze dat ze onverwacht een pakket ontving:
De doos bevatte vijf kleine, groen geëmailleerde asbakjes en een aantal boeken, ons nagelaten door een verre oom die leefde en stierf in de afzondering van een gesticht voor geestelijk gehandicapten. Het gescheurde omslag droeg het vervaagde stempel van een bibliotheek op Hawaï. Ik las het zonder onderbreking van kaft tot kaft en was onder de indruk van de sobere taal, de sterke beelden, de psychologie en de universele reikwijdte van het verhaal.
Het past goed in de tijd van de pandemie want het verhaal gaat over een man die tijdens een reis met een schip over de Stille Oceaan overboord slaat. Daar ligt hij dan in het water. Wat nu? Zo voelden wel meer mensen zich in die duistere periode.
Het speelt in de jaren ‘30 van de vorige eeuw, de beurskrach dreunde wereldwijd nog na. Henry Preston Standish is een keurige kerel die succesvol volgens de ongeschreven sociale regels leefde, getrouwd, twee kinderen, werkzaam bij een effectenhandelaar. In een opwelling is hij zijn perfecte, welvarende maar dodelijk saaie bestaan ontvlucht en een reis per schip gaan maken, naar Hawaï. Het voelt alsof hij achterin de vijftig is maar hij is 35. Dertigers waren indertijd wat vijftigers nu zijn, te oud om nog jong te zijn.
Overboord wordt een dark comedy genoemd maar dat het om te lachen is, leerde ik pas toen ik het gefascineerd uit had gelezen als een bloedserieuze vertelling. Dat vond ik dan wel weer grappig.
Terwijl de man in het water ligt, wachtend op redding, overdenkt hij zijn leven op een manier zoals hij dat, net als de meeste mensen, nooit eerder heeft gedaan. Het wordt een existentiële roman genoemd. De Stille Oceaan doet zijn naam eer aan. De zeespiegel is tja… spiegelglad. Het ontbreekt er aan geluid. Hij kon zich in zijn hele leven geen stilte herinneren die zo totaal, zo doods was.
Schopenhauer meende dat de meeste mensen bang zijn voor stilte omdat ze dan geconfronteerd kunnen worden met het gebrek aan eigen gedachten. Dat ze vrezen te verdwalen in een doolhof van leegte. Ik schrijf deze woorden in Venetië, misschien wel de stilste stad ter wereld omdat er geen auto’s rijden. Je hoort er het gemurmel van gesprekken, voetstappen, gierzwaluwen. Ik denk aan de brullende motoren die de laatste jaren de steden terroriseren en niet alleen de stilte maar iedere vorm van denken verjagen. Het is de hoorbare manosphere, de poging van jonge kerels om de aanzwellende leegte van hun bestaan te overstemmen. Wie bang is voor stilte, is bang voor het leven.
Al drijvende bedenkt Standish hoe hij zijn ervaring, als hij eenmaal gered zal zijn, als heldhaftig verhaal kan vertellen om zijn mannelijkheid te versterken. Aan wie? Aan bijvoorbeeld zijn vrouw Olivia:
Zij was degene aan wie hij het wilde vertellen! Haar blauwe ogen zouden groot worden en ze zou hem niet onderbreken terwijl hij aan het woord was. Dat was een van de mooie eigenschappen van Olivia, ze viel je nooit in de rede.
Herbert Clyde Lewis (1909-1950), geboren in New York als zoon van Russische joodse immigranten, schreef het verhaal toen hij 28 was en een carrière als schrijver wilde opbouwen. Na publicatie werd hij failliet verklaard. In 1940, kort voordat de nazi’s Nederland binnenvielen, verscheen van hem een pacifistische roman, Spring Offensive, die speelt aan het toen nog rustige front in West-Europa. Het idealistische boek werd al snel verzwolgen door het oorlogsgeweld. Lewis trok naar Hollywood en werd succesvol scenarioschrijver, genomineerd voor een Oscar, maar raakte geveld door een burnout. Nadat hij zijn werk hervatte en bij Time magazine aan de slag ging, overleed hij aan een hartaanval, slechts 41 jaar oud.
Overboord, uitgegeven door de stichting Auteursdomein. 140 pagina’s, ook beschikbaar in Kobo Plus.
Iedere zondagavond mijn nieuwsbrief ontvangen met tips, ervaringen en ideeën? Abonneer je nu gratis.