Fuck the revolution

In de U2-concertfilm Rattle & Hum zit een gedenkwaardig moment. Het is 1987 en de band treedt op in de Verenigde Staten en het stadion is, zoals gebruikelijk bij U2, goeddeels gevuld met geëmigreerde Ieren en hun nazaten die wapperen met Ierse vlaggen en koketteren met de IRA en de onafhankelijkheidsstrijd.
De band speelt Sunday Bloody Sunday, het lied bij uitstek over de Britse onderdrukking als Bono zich plots in gesproken woord tot de zaal richt, tot hen die smachten naar de verhalen over de revolutie, naar anekdotes over de glorie van de revolutie.
“Ik word ziek van Ierse Amerikanen die twintig, dertig jaar niet meer thuis zijn geweest en naar me toekomen om te vertellen over de glorie van de revolutie”, zegt Bono. “Waar schuilt de glorie in het uitmoorden van een groep gepensioneerde veteranen?” Hoewel de gitaren blijven huilen lijkt er tijdens zijn betoog een doodse stilte over de zaal te vallen. Juist op die dag heeft de IRA een bloedbad aangericht op een herdenkingsbijeenkomst van veteranen in in het plaatsje Enniskillen. Hij houdt een korte maar indrukwekkende preek tegen het geweld. “Fuck the revolution!” schreeuwt hij tenslotte en hervat het lied: “How long, how long…”
Ruim tien jaar later werd in Noord-Ierland het Goede Vrijdag-akkoord getekend dat een einde maakte aan het geweld.
Ik moest er aan denken toen ik vanochtend in de Daily Telegraph dit betoog las van Abdel Rahman al-Rashed, directeur van de nieuwszender Al-Arabiya. “We cannot clear our names unless we own up to the shameful fact that terrorism has become an Islamic enterprise; an almost exclusive monopoly, implemented by Muslim men and women.”