
Ik heb een vlieg gedood. Op wrede wijze. Laat me je waarschuwen: dit verhaal wordt luguber.
De vlieg was er vrijdag voor het eerst. Zij, vermoedde ik want mannetjes doen er vaak niet zo toe in de insectenwereld, vloog door de huiskamer zoals vliegen dat doen. Alsof ze in grote haast op zoek zijn naar hun huissleutels. Hier, daar, o wacht hier nog eens kijken, nee, toch daar. Iedere vlieg is behept met ADHD. En deze helemaal, zo leek het.
Wat me meteen opviel was dat ze geruisloos vloog. Dat had me al aan het denken moeten zetten. Gewone huisvliegen doen dat niet. Die hoor je. Zzzzz. Ik besteedde er verder geen aandacht aan en maakte me ook geen zorgen. Integendeel. Ik was zelfs enigszins verheugd want in de vensterbank staat een dierbare maar altijd hongerige Venus Vliegenval, een vleesetende plant die leeft van vliegen. Het vangblad is roze en verspreidt een geur die aaseters, lees vliegen, moet aantrekken. Dus toen ik de vlieg voor het eerst door mijn huiskamer zag scheren dacht ik ‘hm, lekker hapje voor Venus’. Zo vaak krijg ik geen vliegen op bezoek. Daar voel ik me wel schuldig over, dat ik zo’n plantje heb maar geen mestvaalt naast de deur. Ik denk er zelfs wel eens over maden te kopen in de dierenwinkel en die op te voeden tot een lekker maaltje voor haar. Maar ook die droom stuit op praktische bezwaren.
De Venus Vliegenval is een apart verhaal. Toen de vleesetende plant in 1759 door Westerlingen in Amerika voor het eerst werd gezien, hadden ze een probleem. Ze mochten het geen vleesetende plant noemen want dat was in strijd met de christelijke leer. Volgens de christenen had god planten voor de dieren gemaakte en niet andersom. Zoals Multatuli schreef: de godsdienst biedt de mensheid veel vermaak.
Mijn plant komt overigens gewoon bij Ikea vandaan.
Maar dit terzijde. Omdat de vlieg voorbestemd was als voedsel voor mijn huisplant gaf ik haar anders dan gewoonlijk geen naam. Ik bedoel, de zebraspin die in de vensterbank woont heet Kees maar het konijn dat je je kat voorschotelt noem je ook niet Stampertje.
De volgende dag vloog ze tot mijn verbazing nog steeds rond. Ik inspecteerde de Venus Vliegenval maar die leek hongerig als altijd, de vangbladeren gulzig opengesperd. De bladeren lijken overigens op een ander lichaamsdeel dan een mond, vandaar de naam.
De vlieg bleef rondvliegen en bleek brutaal als een hanggroepjongere. Landde af en toe zelfs op mijn hoofd. Ik liet haar begaan want tja, voor de Venus Vliegenval. Wie plantjes houdt moet er wat voor over hebben.
Na twee dagen begon ik me toch wel zorgen te maken. Het is niet fris om een vlieg in huis te hebben. Ze gaan op je eten zitten en doen daar iets wat niet zo smakelijk is. Ze kunnen namelijk niet zo maar een hapje nemen, daar is hun mond niet toereikend voor. Dus kotsen ze eerst op je voedsel en slurpen het daarna op, door het zuur wordt de nieuwe hap dan losgeweekt. Als je goed kijkt zie je dat ook gebeuren. Eerst een drupje braaksel, dan pas smullen. Gelukkig voor de horeca is dat bij mensen anders. Daarom zijn vliegen gevaarlijk. Want ze eten ook onfrisse zaken, ja ik bedoel poep, en spugen dat dus over je eten heen. Zo worden bacteriën en andere ziektemakers overgebracht.
Ben je er nog?
Als je dat allemaal weet is een vlieg in huis toch wat meer dan alleen maar hinderlijk. Maar wij mensen zijn goed in verdringen, zeker als er liefde in het spel is. Het welzijn van de Venus Vliegenval stond bij mij voorop. De vlieg leek dat te weten en maakte er een soort reality-tv van. Hoeveel zou ik kunnen verdragen om de plant te behagen? Tenminste dat dacht ik toen ze ‘s avonds op mijn neus landde terwijl ik op de bank een boek lag te lezen.
De volgende ochtend begon ze weer om me heen te cirkelen. Ze leek er lol in te hebben. Het werd meer treiteren. Nananana… Een vlieg die zoemt is irritant maar daarvan weet je nog waar die is. Een geluidloze vlieg daarentegen verrast je steeds. Superirritant.
Nu begon ik me ook andere zorgen te maken. Stel dat ze zwanger was en eitjes ging leggen? Als natuurlijke vijanden ontbreken kunnen er uit een enkele vlieg binnen een paar maanden 5 miljard nakomelingen ontstaan. Die zou mijn vliegenval nooit allemaal op kunnen. In mijn verbeelding zag het in de huis- en slaapkamer plots zwart van de vliegen.
Dat schrikbeeld was genoeg. Ik besloot dat haar laatste uur geslagen had. Ik doe al lang geen vlieg meer kwaad en zet alle insecten – behalve muggen – keurig buiten maar dat ging nu niet. Ik moest immers ook aan Venus denken.
Van mijn vader heb ik ooit geleerd hoe je doeltreffend vliegen vangt. Als het dier zit moet je niks doen. Ook niet als zij haar gezicht gaat zitten wassen. Dan verkeert ze in lanceermodus. Het zal je dan nooit lukken haar te pakken, ze is je steevast te snel af. Een vlieg laat namelijk ook als ze zit haar achtervleugels trillen, dat is de vertrekstand. Daardoor kan ze in 7 milliseconden opstijgen. Ja, dat is 7 duizendsten van een seconde.
Daarom moet je wachten tot ze gaat lopen. Dan is haar reactievermogen zwaar teruggebracht en win je altijd.
Ze landde op mijn broek. Ik bracht mijn hand in slagstand. Meteen zag ik haar ineenduiken maar omdat ik verder niet bewoog ontspande ze zich weer en ja hoor, ze begon te lopen.
Pets! Ik sloeg niet te hard want ik wilde haar niet vermorzelen. Ze lag versuft in een plooi van mijn broek, knock out door de klap maar nog levend. Nu zag ik ook dat ze geen gewone huisvlieg was. Ze had spikkeltjes en was een stuk kleiner. Ik nam haar tussen beide vingers en liep naar de vensterbank.
Boven de vangbladeren liet ik haar los. Ze viel naar beneden, landde op het blad en ik zag dat ze zich herstelde. Ik heb het overleefd dacht ze en krabbelde op. Dat had ze niet moeten doen. In het vangblad zitten detectoren. Als die binnen korte tijd minstens twee keer worden aangeraakt sluit de val zich. Dat gaat sneller dan je denkt en dan de vlieg kan reageren. Ik bedenk nu dat het alleen gebeurt als de vlieg loopt, de plant deelt dus de wijsheid van mijn vader.
De val sloot zich. Ik zag de vlieg nog tegenstribbelen maar tevergeefs. Ze ging leeggezogen worden.
Ineens voelde ik me rot. Alsof ik een misdaad had gepleegd. Ik was er zelf verbaasd over. Wat had ik gedaan? Een vlieg de dood in gevoerd? Waarom had ik haar niet de kans gegeven te overleven en naar buiten te vluchten?
Ik begon te googelen wie ze eigenlijk was. Een kleine kamervlieg ontdekte ik al snel. Die kenmerkt zich door een geluidloze vlucht met schokkerig patroon. Precies wat ik zag. Maar dan was het ook een mannetje want alleen die speurt zo z’n territorium af. Had ik me voor niks druk gemaakt om miljarden nakomelingen.
Langzaam zakte het schuldgevoel weg. Het mannetje vliegt zo onvoorspelbaar omdat hij op zoek is naar vijanden. Nou, die had hij gevonden. Ik was weer een met de natuur en zag dat de plant wel een beetje water kon gebruiken. Een drankje bij het eten. Het was bijna knus.
Geen beter middel om je geweten te sussen dan een beroep op de natuur.
PS: Iedere zondagavond verstuur ik In de Week, een zeer persoonlijke nieuwsbrief over wat ik de voorbije week zag, las, meemaakte en dacht. Abonneer je hier gratis.

Rotzak!! Waarom heb je dan ook een vleesetende plant in huis? Dat alleen al. Elk wezentje, hoe klein ook, heeft het recht om te leven. Je had hem naar buiten moeten laten vliegen, Francisco. Bij deze cancel ik je nieuwsbrief! Angélique Vizée
Dus jij vindt een vleesetende plant geen wezen? Jij vindt het voortbestaan van een bedreigde plant, die jaren in schoonheid kan leven, minder belangrijk dan een enkele vlieg waarvan er miljarden zijn en die sowieso binnen drie weken doodgaat? De vlieg heeft nu ook na zijn dood nog nut gehand, hoeveel vliegen op de grill van een auto kunnen dat zeggen?